Julian Alaphilippe is nu al de koning van 2019

Julian Alaphilippe won zaterdag Milaan-San Remo, zijn eerste monument van een klassieker. Hij is verreweg de beste renner van dit moment. “Ik realiseer me dit nog niet.”

Julian Alaphilippe
Julian Alaphilippe Foto Dario Belingheri/EPA

Daar aan de Via Roma van San Remo barstte hij in tranen uit, Julian Alaphilippe, 26-jarige wielrenner uit het hart van Frankrijk, de man van het vierkante vlasbaardje gelijk een musketier. En zijn ploegmakkers huilden met hem mee. De ontlading na 293 kilometer wedstrijd ofwel 6 uur en 40 minuten op een fiets zocht in hoge en langgerekte octaven een uitweg uit dat tengere maar sterke lichaam van hem – 1.73 meter, amper 60 kilo. Van geboorte geen fysiek voor een machtssprint, en toch kan-ie het, steeds beter lijkt wel. Heuvelop (de Waalse Pijl), bergop (de bollentrui in de Tour), en onlangs ook in een massasprint in de Tirreno. Niets te gek voor Julian.

Bij het passeren van de streep na een eindsprint waar de overmacht zat in dat enorme verzet dat hij na al die kilometers nog kon rondpompen, gierde de dopamine totaal zonder controle via zijn buik of borst naar zijn armen, die daardoor alle kanten op bewogen, voornamelijk boven het hoofd, met de vuisten gebald. Hij sperde zijn kaken wijd open, en riep iets euforisch dat alleen te horen was voor het publiek dat zich rond de finishlijn had gepositioneerd. Het moet een combinatie van pure vermoeidheid en dolle vreugde zijn geweest. Wat overkwam de man nou? De grootste zege uit z’n loopbaan. Hij kon het minuten later nog steeds niet geloven toen een interviewer een microfoon onder zijn neus stak. Weer borrelden de tranen op, maar dit keer verbeet hij ze. “Ik realiseer me dit niet.”

Winnen voor de eeuwigheid

Alaphilippe won al veel, maar nog nooit een monument – één van de vijf belangrijkste eendaagsen op de kalender, zo eentje winnen is voor de eeuwigheid. Vóór zaterdag pakte hij dit prille seizoen al zes prijzen, waaronder de Strade Bianche, en twee ritten in de Italiaanse rittenkoers Tirreno-Adriatico. Ja, Italië en organisator RCS zijn hem goed gezind. Telkens weer kan hij die dikke tweeliterfles Astoria Spumante aan de lippen zetten. Zaterdag kreeg hij de bubbelwijn als een douche over zich heen gespoten, links van hem ingezet door nummer drie Michal Kwiatkowski en aan de andere kant gekopieerd door de verrassende tweede Oliver Naesen, die nooit eerder meedeed aan Milaan-San Remo. Van hem valt een boel te verwachten in de klassiekers die komen gaan.

Het jaar 2019 is amper vier maanden oud, maar Julian is reeds de koning. Als hij zondag van zijn fiets lazert is zijn jaar evenwel geslaagd, met nu dus ook La Primavera op zak, de langste wielerklassieker van allemaal, als het ware een overblijfsel uit vervlogen tijden, waarin coureurs ook wel 500 kilometer moesten zien te overbruggen, en dan meer dan een etmaal onderweg waren op rijwielen van staal en met versnellingen aan het frame.

De ellenlange aanloop

Men zegt dat Milaan-San Remo saai is. Dat wil zeggen: de ellenlange aanloop. En dat is ook eigenlijk elk jaar zo. De tv-kijker hoeft niet per se in te schakelen voor de Ligurische kust in beeld komt. Het laatste uur, daarin zit de essentie van de gehele koers – voor de toeschouwer weliswaar. Want voor live-uitzendingen beginnen, zit een kleine tweehonderd man al uren en uren met de neus in de wind, en heus, in Italië is het zelden vlak, hoewel ze daar vinden dat al dat op en af geen naam mag hebben. Ga er maar aan staan: van Amsterdam voorbij Maastricht fietsen met niet meer te doen dan pedaalmalen en op tijd eten en drinken. Vaak rijden avonturiers de halve dag op kop, ze sterven als San Remo in de verte zichtbaar wordt, en worden dan overvleugeld door de titelfavorieten die de hele dag naar het achterste van hun knechten hebben zitten kijken in de buik van het peloton. Dan kan de wedstrijd beginnen.

De Cipressa doemt op, een klim van zes kilometer en met de top op 233 meter boven zeeniveau. Tegen de tijd dat de heren renners daar overheen moeten, hebben ze al 270 kilometer in de benen. Geen mens die dan nog prinsheerlijk op een zadel zit. In deze editie gebeurt daar niets. Ja, de koplopers worden ingerekend, en ene Niccolò Bonifazio legt zijn kin op het stuur en stort zich als een dwaas naar beneden. Zelden een wielrenner gezien met zoveel doodsverachting. Honderden meters verderop schieten de plofkuiten van Neerlands hoop Dylan Groenewegen in de kramp. De hoop op een goed resultaat van ’s werelds snelste sprinter blijft achter op de top van een heuvel. Hij wordt uiteindelijk 78ste, maar weet voor altijd hoe 291 kilometer koers voelt. En daar ging het werkgever Jumbo-Visma om. Die kennis zal van pas komen in de edities die nog gaan komen.

Dan de Poggio, een klimmetje van niks als je zestig kilometer hebt gefietst, maar een verduiveld ding na al die uren. Reken maar dat de benen in brand staan. Voor aanvallers als Alaphilippe – ook wel puncheurs genoemd omdat ze op hun best zijn op geaccidenteerd terrein – de laatste kans om een massasprint te voorkomen, op een handvol kilometers van de streep. De tv-kijker doet er goed aan hier in te schakelen. Vorig jaar legde de Italiaan Vincenzo Nibali hier de basis voor zijn zege, een jaar eerder gingen Kwiatkowski, Peter Sagan en Alaphilippe er ook hier vandoor. Wie zegt dat Milaan-San Remo een sprinterskoers is, krijgt al jaren ongelijk.

Lees ook de column van Wilfried de Jong. Hij vond Niccolò Bonifazio de ster van de koers.

De beste wielrenner van dit moment

Die drie spelen nu ook een hoofdrol, aangevoerd door de Fransman in vorm. Zijn versnelling doet de concurrentie naar adem happen, en hij krijgt alleen de allerbesten mee, stuk voor stuk voormalig wereldkampioenen of kampioenen in wording. Wout van Aert zit er ook bij, de Belgische veldrijder, en de snelste op papier, Matteo Trentin uit Italië. Tom Dumoulin kan later ook aanhaken, maar is leeg als de sprint gaat beginnen, een beetje zoals op het voorbije WK wielrennen in Innsbruck. Zeven, acht renners verspreiden zich over de brede Via Roma, met de finishboog in zicht.

De Sloveen Matej Mohoric kan de spanning niet aan en begint te sprinten. Julian Alaphilippe schakelt op, volgt makkelijk, en raast op het goede moment langszij. Hij mag geen tweede worden, zegt hij tegen zichzelf. En dat gebeurt ook niet.

Juichen kan hij al vroeg. De rest volgt op een fietslengte. Hij is verreweg de beste wielrenner van dit moment. En dan mag je huilen.