‘Ik kom uit een familie waar vrijwilligerswerk hoog in het vaandel staat’

Spitsuur Peter ten Hagen (46) woont in Winterswijk. Daar organiseert hij het bloemen-corso en de volksfeesten. Ook zit hij in de ondernemers-vereniging. „Eigenlijk zit ik bijna nooit ’s avonds op de bank. Doe ik dat wel, dan voel ik mij bijna ongelukkig.”

Peter: „In mijn jeugd wist ik niet wat ik wilde, al vond ik ontwerpen altijd leuk. Ik doe het vaak op gevoel, pak een blok schuim en begin te knutselen. Ik ben geen hoogstaand grafisch vormgever, maar wel creatief.”
Peter: „In mijn jeugd wist ik niet wat ik wilde, al vond ik ontwerpen altijd leuk. Ik doe het vaak op gevoel, pak een blok schuim en begin te knutselen. Ik ben geen hoogstaand grafisch vormgever, maar wel creatief.” Foto David Galjaard

Peter: „Ik was zeven toen ik voor het eerst met het bloemencorso in aanraking kwam. In het voorjaar verrees in onze buurt altijd een blauwe tent. Dat was spannend, interessant. We deden wat ome Wim zei, onze buurman: krantjes plakken, bloemen lijmen – dat soort dingen.

„Elk jaar bouwen alle groepen een eigen wagen en de mooiste wint. De eerste wagen waar ik aan meehielp, was een circuswagen, of iets met paraplu’s en parasols. Toen ik een jaar of zestien was, begon ik met een buurjongen eigen wagens te ontwerpen. Volgend jaar maak ik de dertig jaar als voorzitter en ontwerper vol en vind ik het mooi geweest. Maar ik heb altijd gezegd: als ik stop met het corso, dan lig ik tussen zes planken. Dus ik blijf op de achtergrond meehelpen, bijvoorbeeld met cursussen voor de jeugd.

„In de zomer ben ik alleen maar met het corso bezig. Als je ergens instapt, dan moet je er ook voor gaan. In die periode ben ik de vraagbaak. Mensen vragen zelfs waar de roerstaafjes voor de koffie in de kantine liggen. Maar dat heb ik ook zelf gecreëerd – ik ben een ongelooflijke controlfreak.

„Dat is eigenlijk bij alles. Bij mijn bestuurswerk voor de ondernemersvereniging of de volksfeesten, maar ook bij mijn werk. Ik heb een zaak waarbij ik het volledige grafische werkveld beheer, van visitekaartjes tot autobelettering. Als ik het zelf niet kan drukken, zoek ik iemand anders voor de klant. Ik wil alles in eigen hand houden.”

Nooit ’s avonds op de bank

Peter: „In mijn jeugd wist ik niet wat ik wilde. Al vond ik ontwerpen altijd leuk. Ik doe het vaak op gevoel, pak een blok schuim en begin te knutselen. Ik ben geen hoogstaand grafisch vormgever, maar wel creatief.

„Een aantal keer heb ik pech gehad. Ik volgde een horeca-opleiding, maar kreeg verlammingsverschijnselen aan mijn linkerarm. Ze hebben mij twee keer geopereerd. Daarna kwam een aangeboren heupaandoening aan het licht. Nadat ik daarvan was hersteld, verbrijzelde ik een ruggewervel. En toen ik dat weer een beetje op de rit had, ontdekten ze abcessen in mijn darmen. Ik ben voor de poorten van de dood weggehaald.

„Toen ik aan de beterende hand was, tweeënhalf jaar geleden, ontmoette ik Hans. Hij was bezig met lowbudget-fotoboekjes en liet er een programma voor ontwerpen. In eerste instantie wilde hij dat verkopen bij onze corsoclub, maar toen ik hem later opnieuw sprak, zei hij: ‘Is dit niets voor jou? Misschien kunnen we dat samen doen.’

„Ik wilde graag aan het werk, overlegde met het UWV en mocht met behoud van uitkering beginnen, want na die darmoperaties zat ik in de ziektewet. Maar wilden we er twee salarissen uit halen, dan moesten we eigenlijk meer gaan doen dan fotoboekjes. We kochten een grafische printer en gingen alles doen qua drukwerk. Het liep goed, maar Hans kwam erachter dat ondernemen niet echt iets voor hem was, dus hij stopte.

„Over het algemeen werk ik ’s ochtends mijn zaken weg – mails, telefoontjes, de klantenbezoeken – en in de middag draai ik productie. Ik print, bedruk textiel en doe de bestellingen de deur uit. Mijn avonduren zijn gevuld met vergaderingen voor het corso, de volksfeesten en de ondernemersvereniging. Eigenlijk zit ik bijna nooit ’s avonds op de bank. Als ik dat wel doe, voel ik mij bijna ongelukkig.

„Ik sport drie keer per week. In het afgelopen half jaar ben ik twintig kilo afgevallen. Door al die lichamelijke tegenslagen werd ik steeds dikker. Ik ben totaal niet ijdel, maar ik stond voor de spiegel en dacht: ‘Daar moet ik iets aan gaan doen.’ Mensen maakten er ook opmerkingen over, want ik ben altijd een breinaald geweest.

„Op een dag liep ik voor de ondernemersvereniging door de stad. Ik moest brieven afleveren. Ook eentje bij de sportschool. Toen ik daar binnen stond, heb ik meteen een intake gedaan. Er ging een soort knop om. Hetzelfde geldt voor roken. Op mijn vijfentwintigste begon ik ermee, ik rookte alsof mijn leven ervan afhing. Op 1 januari 2015 was het klaar. Ik kan heel lang in iets blijven hangen, zoals met ‘elk pondje gaat door ’t mondje’ – het snoepen – maar als ik eenmaal besloten heb dat ik er klaar mee ben, dan ben ik er ook klaar mee.”

Vrijwilligersfamilie

Peter: „Nu heb ik mijzelf gevonden, ook door het werk, waardoor ik lekkerder in mijn vel zit. Ik heb altijd graag een eigen zaak willen hebben, en eigenlijk is dit op mijn pad gekomen doordat Hans er mee stopte. Het is dubbel, maar ik ben hem zeer dankbaar.

„Vrienden en familie zeggen ook dat ik ben veranderd. Ik ben heel sterk een familiemens, ik ben hier opgegroeid. Winterswijk is ons kent ons. Ik heb een aantal maanden een relatie gehad met iemand uit Amsterdam. Met de trein alleen al tweeënhalf uur, je kent er de buurman niet – ik werd er doodongelukkig.

„Het is maar net waar je groot mee bent geworden. Als ik door de winkelstraat loop, groet iedereen mij. Ik kom uit een familie waar vrijwilligerswerk hoog in het vaandel staat. Mijn vader was vijfentwintig jaar secretaris van de voetbalvereniging, mijn moeder is sinds ik me kan herinneren vrijwilliger, zoals bij het museum Villa Mondriaan. Je moet je steentje bijdragen, dat hoort erbij.

„Dat is ook bij het corso. Door de jaren heen zijn er altijd kopstukken geweest hier in Winterswijk. Als je hier ‘Ooijman’ of ‘Rengeling’ zegt, dan weet iedereen over wie je het hebt. En misschien, als je straks mijn naam zegt, hoor ik daar ook wel bij.”