Links: Steunbetuigingen op de plek van het schietincident. Rechtsboven: premier Rutte en minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) bezoeken Utrecht. Rechtsonder: bij het Christelijk Gymnasium in Utrecht hangt de vlag halfstok voor de slachtoffers, onder wie de vader van twee leerlingen.

Foto’s ANP/EPA

‘Rutte raakte me niet, Jacinda wel’

De taal na terreur Persconferenties na aanslagen krijgen steeds meer theatrale trekken. Wat onderscheidt een goed van een slecht optreden? Drie deskundigen over de taal en het theater van de premiers Rutte en Ardern.

Op 21 juli 356 voor Christus, zo vertelt de overlevering, stak de pyromaan Herostratus de beroemde tempel van Artemis in Efeze in brand. Tegen degenen die hem oppakten, bekende hij eeuwige roem te hebben gezocht met zijn schokkende daad. Daarop verboden de autoriteiten van Efeze aan hun bewoners ooit nog zijn naam in de mond te nemen, op straffe van de dood.

Hoogleraar en terrorismedeskundige Beatrice de Graaf moest aan dit verhaal denken toen ze begin deze week Jacinda Ardern in het Nieuw-Zeelandse parlement zag optreden – en spreken. De premier zei over de dader en slachtoffers van de bloedige aanslagen in Christchurch, vorige week vrijdag, met grote nadruk: „Noem vooral de namen van degenen die we verloren. Noem vooral niet de naam van de man die hun leven nam. Hij heeft bekendheid in Nieuw-Zeeland gezocht. Maar wij geven hem niets, ook niet zijn naam. Hij is een terrorist, een crimineel, een extremist.”

Natuurtalent

Theatrale taal met klassieke wortels, zegt Beatrice de Graaf, die premier Ardern tekenen als „natuurtalent”. „Al is de oproep ook hachelijk”, zegt ze er meteen achteraan. „Want we kennen de naam van Herostratus nog steeds.”

Het optreden van Ardern deed zowel nationaal als internationaal haar ster rijzen. Ze gaf aan hoeveel er op het spel kan staan voor politiek leiders die worden geconfronteerd met ingrijpende gebeurtenissen zoals aanslagen. Ook premier Mark Rutte kreeg er deze week mee te maken na de schietpartij in Utrecht met drie doden tot gevolg.

Aan welke voorwaarden moet zulk ‘theatraal’ optreden en dito taal voldoen? NRC heeft die vraag voorgelegd aan Beatrice de Graaf en twee andere deskundigen: theaterregisseur Eric de Vroedt – artistiek leider van het Nationaal Theater in Den Haag en maker van het succesvolle theaterstuk The Nation – en veiligheidsdeskundige en hoogleraar Hans Boutellier. Ze kregen een aantal fragmenten van Ardern en Rutte met het verzoek te reageren.

Theaterregisseur De Vroedt beklemtoont het belang van de eenduidigheid van de boodschap na een aanslag. Ook decor speelt daarbij een belangrijke rol. Bij Ardern klopte dat, zag De Vroedt. Er was een nationale vlag die de trots op de nationale waarden kracht bijzette. En er was duidelijk gevoel in haar hele toespraak. „Je kon goed aan haar zien dat ze aangedaan was, maar dat zei ze niet. Ze gebruikte echter wel woorden („Laten we al ons kapitaal op mededogen zetten”) en aanmoedigingen („Laten we vooral de namen van de slachtoffers noemen”) die zowel compassie als verzet bij de burger wakker konden roepen.”

Bij het eerste optreden van premier Rutte, afgelopen maandag op het ministerie van Justitie, ging dat minder goed. Al was op dat moment veel minder duidelijk wat er precies in Utrecht aan de hand was. „Laat ik vooraf zeggen dat ik veel respect heb voor democratische leiders zoals Rutte, deze week. Ga er maar aan staan. Maar dramaturgisch gezien was er een probleem”, aldus De Vroedt. Na een eerste, vrij zakelijke uiteenzetting van Rutte over wat er in Utrecht was gebeurd en de verdere stand van zaken, volgde er een duidelijke stijlbreuk. „Mocht”, zei Rutte „dit inderdaad een terreurdaad blijken, dan past daarop maar één antwoord. En dat antwoord luidt dat onze rechtsstaat, onze democratie, sterker zijn dan fanatisme en geweld. We zullen niet wijken voor onverdraagzaamheid. Nooit!”

Rutte bracht op die manier een dubbele boodschap, denkt de Vroedt: „Enerzijds vrij zakelijk en beschrijvend, anderzijds alarmerend en waarschuwend.” Dat kan het toekijkend publiek onrustig maken, zelfs wantrouwen wekken.

Lees ook het profiel van Jacinda Ardern, de premier die laat zien dat empathie en daadkracht samen kunnen gaan

„Bovendien klopt het decor niet meer”, zegt de Vroedt. „Voor een alarmerende boodschap van een nationaal leider heb je nationale symbolen nodig: een vlag, het Catshuis. Nu was er alleen een technisch ogend decor achter Rutte in veel licht, met de letters van het ministerie van Justitie en Veiligheid.” Die pasten misschien nog wel bij het optreden van de minister van Justitie, Ferdinand Grapperhaus, of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, maar niet bij het laatste deel van Ruttes optreden.

Inclusiviteit

Naast samenhang in taal, gevoel en symbolen is minstens zo belangrijk dat de onvermijdelijke grote woorden zoveel mogelijk concrete inhoud krijgen. De waarden van diversiteit en inclusiviteit die Ardern in haar optredens beklemtoonde, kwamen terug in de keuze voor de donkere man die haar optreden tolkte voor doven. En kort na haar eerste optreden ging Ardern met hoofddoek op meteen naar de slachtoffers en de getroffen moskee in Christchurch.

„Daarmee”, zegt terrorismedeskundige De Graaf, „maakte Ardern waarden als ‘saamhorigheid’ en ‘inclusiviteit’, die ze had benoemd, ook in de praktijk meteen zichtbaar. „Ook leverde Ardern na haar woorden over veiligheid boter bij de vis, door binnen enkele dagen na de aanslag strengere wapenwetten af te kondigen.”

Premier Rutte toonde deze week zijn betrokkenheid voor de slachtoffers door bloemen te leggen en vrijdagavond mee te lopen met de stille tocht in Utrecht. Zowel De Graaf als De Vroedt juicht dat toe. Wel had De Vroedt gehoopt in de toespraken direct na de schietpartij meer te horen over de slachtoffers.

„Ik hoorde naderhand dat sommigen van hen de vrouw die als eerste werd beschoten, hulp hadden willen bieden. Ze kwamen daardoor in de vuurlinie terecht. Zo’n verhaal over te hulp gesnelde slachtoffers had een prachtig tegenwicht kunnen bieden aan het doemverhaal van Thierry Baudet: dat onze beschaving wordt ondermijnd en ten onder gaat. Die beschaving is juist levendiger dan ooit, zo blijkt.”

Veiligheidsdeskundige Hans Boutellier onderscheidt drie elementen in optredens van leiders na aanslagen: het stilstaan bij de slachtoffers, het veroordelen van de daad en het duiden van wat er gebeurd is. „Veroordeling van de daad mag misschien ritueel klinken”, zegt hij, „maar is toch iets dat mensen graag willen horen”. Premier Rutte deed dat maandag goed, vindt hij.

Het ingewikkeldst is de duiding. Waarvan is sprake? Terrorisme? Criminaliteit? Iets anders? „Daarvoor zijn feiten nodig”, zegt Boutellier. Rutte en andere leiders hintten maandag op terrorisme, zonder te vertellen waarop dat berustte. De premier kon geen boter bij de vis leveren, constateert Boutellier. In zo’n situatie is het volgens hem beter vooral de aandacht te vestigen op de slachtoffers en de veroordeling van de daad.