Opinie

De echte dilemma’s van het boreale noorden

In Europa

Eind 2015 kwamen er in het hoge noorden van Finland ineens ‘vluchtelingen’ uit Rusland de grens over. Het waren vooral Afghanen. Ze reden in oude tweedehandse Sovjet-barrels, versteend van de kou. Ze vertelden dat ze door smokkelaars van Moskou naar het noorden waren gebracht, en in de bossen de grens over waren geholpen – tegen betaling uiteraard.

Dit was vreemd. De Russisch-Finse grens wordt geregeerd door regels, protocollen en vertrouwenwekkende maatregelen waar beide kanten decennialang aan hebben geschaafd. Die moeten zorgen dat de grote buur en de kleine buur elkaar niet opnieuw, zoals tijdens de Tweede Wereldoorlog, aanvallen. Finland blijft buiten de NAVO, in ruil daarvoor houdt Rusland zich rustig. Omdat niemand gebaat zou moeten zijn bij escalatie aan de grens, gebeurde daar zelden wat.

Daarom zetten die Afghanen, en het feit dat de Russische geheime dienst hen doorliet in weerwil van de afspraken, de Finnen aan het denken. Elders in Europa liepen Syrische vluchtelingen het continent binnen. Stuurde Rusland de Afghanen om ook in Finland felle, politiek verscheurende debatten uit te lokken?

Ze kregen nooit antwoord op die vraag. Noorwegen, waar tegelijkertijd veel vluchtelingen de grens over fietsten, kwam er ook nooit achter. Maar beide landen voelden: er verandert iets. Sindsdien werken de noorderlingen meer samen. Economisch, militair, op onderzoeksgebied. En niet alleen met elkaar. Maar met alles en iedereen bij wie ze kunnen schuilen. Noorwegen, een niet-EU-land, schurkt tegen de EU aan. Finland en Zweden zijn actiever in de NAVO dan veel NAVO-leden zelf. „Kleine landen moeten altijd dekking zoeken”, zei Juha Jokela van het Finse instituut van Internationale Zaken laatst op een seminar over kleine landen in Oslo. „Je bent kwetsbaar als kleintje. Zeker als dingen geopolitiek gaan schuiven.”

Finland kenden we tot voor kort van de Echte Finnen: boze witte nationalisten die tijdens de eurocrisis de hardste voorwaarden bedachten voor leningen aan Griekenland. De eurocrisis was jaren hét issue van Finland. Het bepaalde hun rol in de EU: de middelvinger uit het noorden. De Echte Finnen, die boreale trekjes hadden, waren in 2011 ’s lands tweede partij. Maar de Griekse crisis luwde. Grootmachten gingen met hun spierballen rollen. Rusland annexeerde de Krim, deed cyberaanvallen op Baltische landen. Donald Trump won de verkiezingen. Hij trok de NAVO in twijfel en pleitte voor een handelsoorlog met China.

Toen ging in Helsinki het roer om. Geen polariserend gedrag meer, of gesneer naar anderen. Alle energie en geld gaan nu naar een Europees Centrum tegen Hybride Bedreigingen, waar mensen uit heel Europa cyberaanvallen, desinformatie of economische oorlogvoering leren bestrijden. De Sovjets manipuleerden al Finse verkiezingen, dus de Finnen hebben ervaring. Ineens hebben ze een manier gevonden om constructieve Europeanen te zijn. Ze pleiten ook keihard voor een Europese defensie.

„Onze prioriteit is de EU sterk maken voor de toekomst”, zei Jokela. „Waarom overleeft de EU alle crises? Omdat ze sterke instituties heeft. Voor ons is de toekomst van de EU veel belangrijker dan Brexit. Het is onze enige echte bescherming.”

Fascinerende kost, dit. Steeds als een klein land denkt dat het veilig is, moet het opnieuw dekking zoeken. Zo zijn er op IJsland nu evenveel Chinezen als er tijdens de Koude Oorlog Amerikanen waren. De eerste militaire basis die de Amerikanen sloten, was die op IJsland. De IJslanders hadden niet eens een defensiebudget. Toen de financiële crisis in 2008 toesloeg, bood niemand hun hulp, behalve Rusland en China.

Intussen zijn de Echte Finnen, met hun fobie voor omvolken, gespleten en vrijwel gehalveerd. Aan de ongure buitengrens van Europa ontdek je soms wat sneller wat de echte prioriteiten zijn.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.