Altijd maar weer die daad van verzet

Frans Andriessen Frans Andriessen had een indrukwekkend politiek cv. Maar zijn zelfverkozen vertrek als minister, in 1980, bleef mensen het meest bij.

Frans Andriessen op zijn werkkamer in 1980, het jaar dat hij opstapte als minister van Financiën
Frans Andriessen op zijn werkkamer in 1980, het jaar dat hij opstapte als minister van Financiën Foto Vincent Mentzel

De minister die in 1980 de moed had om wél op te stappen. Dat is de politieke nalatenschap van de vrijdag op 89-jarige leeftijd overleden oud-CDA-politicus Frans Andriessen. Die daad van verzet is tevens zijn tragiek. Los van het voortijdig zelfgekozen vertrek dat zijn hele verdere leven aan hem vast geklonken zou blijven, had Andriessen nog zoveel andere dingen op zijn politieke cv staan: laatste fractievoorzitter en lijsttrekker van de Katholieke Volkspartij (KVP) voordat die in 1980 opging in het CDA, hoofdrolspeler ten tijde van het roerige kabinet-Den Uyl en, nadat hij de binnenlandse politiek had verlaten, twaalf jaar lang invloedrijk lid van de Europese Commissie.

Maar altijd gaat het weer over dat vertrek met die daverende knal. Als minister van Financiën in het in 1977 begonnen kabinet-Van Agt-Wiegel kon Andriessen zich niet verenigen met de in zijn ogen te zwakke bezuinigingsvoorstellen die onder de naam Bestek ’81 werden voorbereid. Omdat zijn bezwaren niet serieus werden genomen, besloot hij op 20 februari 1980 af te treden.

De cijfers gaven hem gelijk

In zijn vier pagina’s tellende openbare ontslagbrief aan premier Van Agt somde hij al zijn kritiek op. Voor de Nederlandse economie dreigde een „versneld afglijden”. Daarom was een fors bezuinigingspakket nodig. Vier miljard gulden (1,8 miljard euro) eiste hij. Zijn collega’s in het kabinet wilden niet verder gaan dan de helft. „De gemakkelijkste weg op korte termijn zal spoedig blijken de moeilijkste en een zeer schadelijke te zijn. De werkgelegenheid en het hele gebouw van de sociale zekerheid staan daarbij naar mijn oordeel op het spel”, aldus Andriessen. De koele cijfers gaven hem later gelijk.

Frans Andriessen belandde in 1967 als Tweede Kamerlid voor de KVP in de nationale politiek. Het waren de verkiezingen waarbij de partij 8 zetels verloor en er nog 42 overhield. De oud-directeur van het Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting hield zich in de Tweede Kamer met hetzelfde onderwerp bezig. De debatten over het woningbouwprogramma en de jaarlijkse huurverhoging zorgden telkens weer voor politiek spektakel en gaven hem profiel in de fractie. Vandaar dat hij eind 1971 naar voren werd geschoven als fractieleider, toen Gerard Veringa om gezondheidsredenen onverwachts aftrad. Onder het lijsttrekkerschap van Andriessen hield de KVP bij de vervroegde verkiezingen van 1972 nog maar 27 zetels over. De kerken liepen leeg en aanverwante politieke partijen volgden. Onder de strijdkreet ‘We horen bij elkaar’ probeerde de KVP samen met de protestantse Anti Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk Historische Unie (CHU) door middel van een fusie het aanhoudende electorale verlies tot staan te brengen. Andriessen was in de jaren 70 als politiek leider van de KVP één van de sleutelfiguren in het fusieproces dat in 1980 met de definitieve vorming van het CDA zijn beslag kreeg.

Een sleutelrol speelde hij ook ten tijde van het kabinet-Den Uyl dat in 1973 aantrad. „Rood met een witte rand” noemden PvdA’ers het kabinet graag – tot ergernis van de KVP en de ARP, die ook ministers voor dat kabinet hadden geleverd. Vanuit de Tweede Kamer probeerde Andriessen, die tegelijk volop bezig was met de vorming van het CDA, de progressieve ambities te temperen. „Ik vond Den Uyl een drammer, een man die nooit kon ophouden”, zei hij jaren later.

Vanwege zijn kritische houding wilde de PvdA niet dat Andriessen minister zou worden in het tweede kabinet-Den Uyl, dat eind 1977 na maanden onderhandelen programmatisch rond was. Het veto leidde ertoe dat het kabinet er niet kwam. De christelijke partijen gingen met de VVD van Hans Wiegel onderhandelen. Anderhalve maand later stond het kabinet Van Agt-Wiegel op het bordes rond koningin Juliana. Minister van Financiën: Frans Andriessen, met drie jaar later de bekende afloop.