Recensie

Recensie Boeken

De geheime geschiedenis van een Russische bourgeoisfamilie

Russische geschiedenis De Russische dichter en journalist Maria Stepanova reconstrueerde bijna uit het niets de geschiedenis van haar familie. Het levert een bijzonder boek op, dat soms leest als een roman.

Still uit de korte documentaire Diversions van de Russische cineaste Helga Landauer Olshvang
Still uit de korte documentaire Diversions van de Russische cineaste Helga Landauer Olshvang

Op zoek naar haar familiegeschiedenis vond de Russische dichter Maria Stepanova (1972) weinig tot niets. En juist dat maakt haar Voorbij het geheugen zo bijzonder. Het is namelijk geen familiegeschiedenis, zoals de ondertitel suggereert, maar een persoonlijke,
ir-filosofische zoektocht naar wat je als gewoon mens kon overkomen in de Sovjet-Unie van de twintigste eeuw. Stepanova haalt daarbij voortdurend de Duitse schrijver W.G. Sebald aan, die op een vergelijkbaar tastende wijze de geschiedenis en zijn verhouding daartoe probeert te doorgronden.

Herinnering wordt overgeleverd, geschiedenis geschreven, schrijft ze. Je hebt dan ook pech als, zoals in haar familie, bijna niemand zijn of haar herinneringen met je deelt. Voor je verhaal ben je dan in hoge mate afhankelijk van het algemene beeld dat historici van een tijdperk geven.

Met veel uitstapjes naar de literatuur- en kunstgeschiedenis, zoals de lotgevallen van de dichter Anna Achmatova, de schilder Charlotte Salomon en de schrijver Primo Levi, bewandelt Stepanova het heldere pad van het algemene om vage individuele levens te kunnen schetsen. Het levert een relaas op, dat dankzij haar originele aanpak niet alleen over haar eigen familie handelt, maar over iedereen die in vergelijkbare omstandigheden verkeerde.

Hersenontsteking

Tijdens haar zoektocht benut ze al het weinige tastbare dat van haar familie rest, zoals dagboeken, foto’s, brieven, kleding, meubels, persoonsbewijzen en arbeidsboekjes. Ook spit ze archieven en internet door en bezoekt ze steden waar haar verwanten hebben gewoond. Die honderden snippers plakt ze aan elkaar om een familieportret te reconstrueren dat leest als een spannende roman, ook omdat ze soms hele situaties zelf moet invullen en ze haar ergernis uit over wat ze nooit echt te weten kan komen.

Toch lost ze ook raadsels op, zoals over het lot van haar overgrootvader Isaak Goerevitsj, die in 1920 op zijn 33ste aan een hersenontsteking zou zijn overleden in Odessa, maar in werkelijkheid door Stalins politieke politie blijkt te zijn geëxecuteerd.

In het begin van Voorbij het geheugen doolt Stepanova door de volgepropte flat van haar kort daarvoor overleden tante Galja. Ze stuit er op een dagboek, waarin alleen melding wordt gemaakt van dagelijkse beslommeringen: opsta- en bedtijden, tv-uitzendingen (de Amerikaanse detective-serie Columbo), telefoontjes, bezoekers, inkopen (een pompoen, wortelen, kvas), bloeddrukmetingen. Die magere informatie brengt haar op een spoor dat haar uiteindelijk doet beseffen waarom haar (over)grootouders zwegen over hun verleden: ze waren bang dat alles wat ze hadden meegemaakt op een dag tegen hen gebruikt zou worden. Om de Stalinterreur te kunnen overleven hadden ze hun sporen zo goed mogelijk gewist.

Elite in Moskou

Toen in 1917 de revolutie uitbrak bestond de familie van Stepanova vooral uit artsen, advocaten en ingenieurs – leden van de bourgeoisie. Voor de bolsjewieken kon je zo’n afkomst maar beter verborgen houden. Van portretfoto’s werd daarom alles onder de kin afgeknipt, omdat je dan de tsaristische officiers- en ambtenarenuniformen niet meer zag.

Een Duitse schrijfster ging op zoek naar de geschiedenis van haar moeder in Oekraïne. Lees ook: Een adellijke familie die de ‘bloeddorstige’ twintigste eeuw aan den lijve ondervindt

Het zwijgen gold ook voor revolutionairen van het eerste uur. Het treffendste voorbeeld daarvan is Stepanova’s overgrootmoeder Sarra Ginzburg, dochter van een rijke Joodse koopman uit Nizjni Nov-gorod. In 1938, het hoogtepunt van Stalins Grote Terreur, schreef ze in haar woonplaats Moskou haar autobiografie, mogelijk met het oog op haar arrestatie in een tijd dat de halve elite van de Sovjet-hoofdstad werd opgepakt. Daarin is te lezen dat ze aan het begin van de twintigste eeuw actief was in de revolutionaire beweging. In 1907 zat ze vanwege die activiteiten in de tsaristische gevangenis om na haar vrijlating in Parijs geneeskunde te gaan studeren.

Na de machtsgreep van de bolsjewieken repte Sarra, die de rest van haar leven als arts in Moskou zou werken, met geen woord over haar activistische verleden, omdat ze besefte dat het haar in gevaar kon brengen. Het was een juist voorgevoel, want vanaf 1934 werden veel van haar vroegere kameraden gearresteerd en geëxecuteerd.

Joodse artsen

Opmerkelijk is dat na de Tweede Wereldoorlog elk spoor van Sarra’s werkzame leven doodloopt. Vanaf 1949 is haar arbeidsboekje leeg. Stepanova kan hoogstens raden naar wat haar overgrootmoeder tijdens de antisemitische campagne is overkomen, die in dat jaar begon en een hoogtepunt bereikte in 1953 toen tal van Joodse artsen in Moskou werden gearresteerd op beschuldiging van het willen vermoorden van de Sovjetleiding.

Ook Michael Fridman, de man met wie Sarra in 1915 trouwde, zweeg over zijn afkomst. Kort voordat Lenin in 1917 zijn staatsgreep pleegde was hij rijksadvocaat geworden. In zijn overlijdensverklaring staat echter ‘ambtenaar’ vermeld en in de autobiografie van Sarra leest Stepanova dat hij werkte als ‘econoom bij een mijndirectie’. Grote vraag is natuurlijk hoe het Michail zou zijn vergaan, als hij in 1923 niet aan een acute blindedarmontsteking was overleden en zijn verleden was uitgekomen.

Doodsangst

Terecht stelt Stepanova de vraag waarom de tien, vijftien jaren na de revolutie in haar familie totaal ongedocumenteerd zijn gebleven. Haar overgrootouders schreven elkaar in die periode geen brieven, hielden geen dagboeken bij en fotografeerden alleen de kinderen.

Het meest komt Stepanova nog te weten van een neef van haar grootvader van moederskant, de 20-jarige Leonid Himmelfarb, die in 1942 sneuvelde aan het front bij Leningrad. Zijn moeder bewaarde zijn brieven, waarin je tussen de regels door in toenemende mate zijn doodsangst kunt voelen. Na haar dood belandden die brieven samen met wat kinderkiekjes van Leonid in een envelop bij haar zuster. Alles wat van hem restte kwam terecht in die envelop, concludeert Stepanova, die Leonid en andere familieleden in haar boek op een uiterst inventieve en ontroerende wijze nieuw leven heeft ingeblazen.

In de oorspronkelijke versie van dit artikel ontbrak de naam van vertaler Jan Robert Braat. Deze is toegevoegd.