Recensie

Recensie Muziek

Yannick Nézet-Séguin is terug met imposante Sjostakovitsj

Klassiek Met Sjostakovitsj’ ‘Dertiende symfonie’ is Yannick Nézet-Séguin deze week terug als ere-dirigent van het Rotterdams Phiharmonisch Orkest.

Yannick Nézet-Séguin, ere-dirigent Rotterdams Phil. Orkest
Yannick Nézet-Séguin, ere-dirigent Rotterdams Phil. Orkest Foto Hans van der Woerd

Je hoort hem zelden, Sjostakovitsj’ overweldigende Dertiende symfonie (1962). In het eerste deel verklankt Sjostakovitsj het gedicht ‘Babi Yar’ van dichter Jevtoesjenko; een rauwe getuigenis van de massamoord op 33.000 joden door de nazi’s in september 1941. Sjostakovitsj grijpt de beelden aan voor plastische, hypertheatrale noten die worden gedragen door een op volle kracht bulderend orkest, een luid beierende klok, een razende windmachine. Zelfs als het beschreven anti-semitisme níét zo pijnlijk actueel was, zou je ervan wakker liggen.

Het gevaar van de Dertiende symfonie is dat al die duistere emotie, indien te stevig aangezet, kan imploderen. Tweede crux: na het huiveringwekkende openingsdeel wekt de wat belerend-vaderlandslievende strekking van de delen erna ook vervreemding op.

Maar eredirigent Yannick Nézet-Seguin, tot vorig jaar chef van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en nu gelukkig alweer terug voor het orkest, zorgde er donderdag in de Doelen voor dat je onwetend bleef van die risico’s – zelfs al was dit de allereerste keer dat het orkest het stuk speelde. Hij ging voor in een goed gedoseerde afwisseling tussen geweld, humor en een door alle instrumentgroepen heen golvende lieflijkheid (slotdeel ‘Carrière’).

Naast het scherp spelende orkest had hij de beschikking over twee extra troeven: de 38 puntgave Beierse bassen van het omroepkoor uit München en bas Mikhail Petrenko, die met zijn energieke en kraakheldere krachtstem zowel de virulente als de schrijnende passages deed gloeien.

Mahlers treurmars Totenfeier – later hergebruikt en beroemder als openingsdeel van de Tweede Symfonie – was met zijn verwante veelvoud aan uitersten een logische, maar wankele opmaat. Voor een naar meer smakende Mahler rammelden er te veel details. Maar de zeer potente opening en de heldere polyfone passages boden wel een warm weerzien met Yannicks samengebalde energie en zijn fijne neus voor drama en orde.