Illustratie Pepijn Barnard

‘We moeten af van groot, groter, grootst’

Interview | Econoom Geert Noels Het kapitalisme wordt geteisterd door de drang naar almaar groter en meer, betoogt Geert Noels. Het hoeft niet zo te zijn, maar dan moet er wel wat gebeuren. „Nu is het shit, we zitten in een lekke boot midden in de storm.”

De Vlaamse econoom en vermogensbeheerder Geert Noels heeft een nieuwe ziekte gedetecteerd, die volgens hem het kapitalisme teistert: Gigantisme.

Die ziekte laat zich het makkelijkst omschrijven met de voetbalmetafoor van de Champions League. Er zijn maar enkele grote clubs over die zoveel meer geld te besteden hebben aan nieuwe spelers, dat ze elke concurrentie wegdrukken en de competitie saai wordt. Vooral als die gigaclubs preventief spelers opkopen om opkomende concurrentie in de kiem te smoren. „Zoals nu Frenkie de Jong wordt gekocht door Barcelona. Dat deugt niet, omdat De Jong het in zich heeft om van Ajax weer een echte Champions League-club te maken. Daar maak je het spel kapot mee.”

Noels is naast econoom ook een voetbalfan. Thomas Vermaelen, de Belgische international die nu bij Barcelona speelt en ooit ook bij Ajax is begonnen, noemt hij tijdens het gesprek in zijn kantoor in een buitenwijk van Antwerpen „een vriend”. Maar het topvoetbal is saai geworden, vindt Noels. Verwurgd door de giganten. Zoals de hele kapitalistische economie verwurgd wordt.

Het Champions League-effect wijst volgens hem op een ongezonde concentratie van spelers, die een positie innemen die echte concurrentie nagenoeg onmogelijk maakt. De toetredingsbarrières worden immers almaar hoger, zodat nieuwkomers sneller een prooi worden in plaats van de tijd krijgen op te klimmen tot kampioenenniveau.

„Je ziet het overal: van kleine veelbelovende techbedrijven die worden opgeslokt door de techgiganten als Google en Facebook, tot scholen of zorginstellingen waar het persoonlijke contact verdwijnt. Het grootste deel van de winsten vloeit naar de grootmachten en het kapitaal verdringt steeds verder de arbeid”, zegt Noels. In zijn boek legt hij haarscherp bloot dat het gigantisme een zichzelf versterkend effect is, gevoed door economische berekeningen over schaalvoordelen en lagere prijzen. Innovatie wordt verstikt.

Noels heeft er de afgelopen jaren met zijn neus bovenop gestaan. Als vermogensbeheerder bij zijn eigen bedrijf Econopolis, als adviseur van het Belgische kabinet, als econoom. In 2008 schreef hij in de periode van de grote financiële crisis de bestseller Econoshock, over grote samenvallende omwentelingen in onder meer technologie, demografie, klimaat en energie. Maar waar hij toen nog verwachtte dat de crisis tot ingrijpende veranderingen zou leiden, gebeurde er niks. Zelfs de banken, die toen als too big to fail werden beschouwd, werden niet opgebroken. In veel landen werden ze alleen maar groter. Zo kan hij zich nu weer verbazen over de mogelijke fusie tussen Deutsche Bank en Commerzbank in Duitsland.

Van too big to fail naar trager, kleiner menselijker, analyseert Noels het fenomeen van de reuzengroei. „Alles wat groot is wordt groter, en toezichthouders en wettenmakers lopen aan de leiband van die steeds grotere bedrijven.”

Verbaasd over ‘gele hesjes’ of andere protestbewegingen is hij dan ook niet. „Veel nadelen van het gigantisme blijven veelal buiten beeld: hoe meet je minder geluk, minder loyaliteit en een ontwrichting van de lokale gemeenschap als gevolg van het gigantisme? De founding fathers van onze economie hadden wel door dat, als je de zaken op zijn beloop liet in de economie, alles zou ontsporen.”

Is er een beginpunt van het gigantisme aan te wijzen?

„Het is een geleidelijk proces geweest. Wat voor mij een herkenbaar kantelpunt was, is het stranden van de Amerikaanse pogingen om Microsoft op te breken. Daarvan hadden we in 1999 toch besloten dat het te groot en te machtig was? Dat is uiteindelijk om allerlei redenen niet gebeurd en dat is een fout. Als dat wel gebeurd was, dan hadden we dit gigantisme waarschijnlijk niet gehad. Ik heb niets tegen Microsoft en ik vind Bill Gates een uitzonderlijk figuur. Dat gaan we binnen 200 jaar waarschijnlijk nog vinden – omwille van zijn Foundation meer dan het operating system. De grote vraag is waarom men in een eeuw tijd zo van gedachten is veranderd. Waarom brak men begin vorige eeuw John Rockefellers bedrijf wél op, terwijl ik me niet kan voorstellen dat die Rockefeller op dat moment niets te zeggen had. En toch gebeurde het, óók met telecombedrijf Bell Company, omdat men vond dat dit beter was. Dat leidde niet tot een revolutie, dat was gewoon oké. Men is domweg vergeten waarom dat gebeurde: als we het niet opbreken, krijgen we een monopolist.”

Is afscheid van gigantisme hetzelfde als afscheid van kapitalisme?

„Geenszins. Ik ben een echte kapitalist, maar dan wel een volgens de oorspronkelijke regels. Niet de regels van het harde neo- of nepkapitalisme, maar die van het gezonde en duurzame kapitalisme. Dat is het beste model dat we kennen. Kijk maar naar het boekje The Theory of Moral Sentiments, uit 1759, van Adam Smith. Ik dacht altijd: Smith is een heel harde oereconoom en een echte kapitalist. Tegelijk had hij een heel sterk moreel besef en een groot maatschappelijk inzicht. Zijn kapitalisme had regels voor kartelzaken en crony capitalism [vriendjeskapitalisme, waarin het grote bedrijfsleven en de overheid onder één hoedje spelen]. Smith zag in dat we het kapitalisme moeten ordenen en dat we moeten zorgen dat er geen onrechtvaardige voordelen komen voor mensen die te dicht bij de politiek staan. Hij had door dat bedrijven niet te groot moeten worden zodat toekomstige Bill Gatesen niet de mogelijkheid zouden krijgen naar boven te komen. Dat was toch heel sterk dat besef. Dat is gaandeweg en ongetwijfeld om goede redenen uit het zicht verdwenen.”

U ziet die hang naar groei op vele fronten. Wat is de drijvende kracht achter de concentratie?

„Soms desperaatheid, vergeten waarom je iets begonnen bent. Ook het gevoel dat het niet anders kan omdat je anders niet overleeft. Het is een zelfvoedend effect, als iedereen groot gaat, word je daarin meegetrokken. Het is een massabeweging geworden.”

Is het niet zoiets simpels als hebzucht?

„De mens heeft natuurlijk zijn driften. Als je hebzucht een hefboom geeft, zoals gebeurd is bij de banken, dan is dat niet fraai om naar te kijken. Maar het probleem is niet de concentratie van rijkdom bij mensen als Amazon-baas Jeff Bezos, het probleem bij dat soort kerels is dat ze elk nieuw initiatief in de kiem kunnen smoren. En dat ze maatschappelijk enorme effecten hebben zonder daarvoor verantwoordelijk te willen zijn. Dat stoort mij. Dergelijke grote bedrijven zouden geen overnames meer mogen doen, gewoon finito! Ik zou liever hebben dat ze wat kleiner worden en zich toch opbreken.”

Hebben economen een kwalijke rol gespeeld in de opkomst van het gigantisme?

„Als economen zichzelf au serieux beginnen te nemen en gaan uitleggen dat wij burgers het niet goed begrijpen, en dan gaan denken dat ze de economie kunnen gaan modelleren, dan gaat het mis. Ik heb zelf een universitaire specialisatie in econometrie en ik weet maar al te goed hoe fout dat is. De complexiteit van het spel is veel groter dan dat je dat met een aantal equaties kunt gaan modelleren. Als je alles louter economisch bekijkt, kom je tot andere conclusies dan wanneer je ook het maatschappelijke en het ecologische, het hele plaatje laat meewegen. Het model heeft zijn voordelen, maar sommige dingen die fout geprogrammeerd zijn, hebben grote gevolgen gehad. We moeten niet het hele model opnieuw ontwerpen, maar een aantal dingen aanpakken. Een paar wolven uitzetten in de economie, die de groten uit de vallei verdrijven zodat er een nieuwe biotoop komt met meer diversiteit.”

Wie zijn de wolven?

„Koppige authentieke doorzetters die iets nieuws durven lanceren. En die zeggen: nee, ik laat me niet uitkopen. Neem Bill de Blasio. Nog voor hij burgemeester in New York was, deed hij al een studie om te kijken of hij supermarktconcern Walmart wel of niet in zijn stad moest toelaten. Dat is pertinent; in een gigantische stad het besef van een burgervader dat kleine biotopen belangrijk zijn en dat de diversiteit niet op de helling mag komen.

„Of neem de baas van het zelfstandige Nederlands-Belgische farmaciebedrijf Galapagos, Onno van der Stolpe. Die weigert zich te laten overnemen door de grote farma-multinationals. Het zijn de mensen van de kleinere banken. Het is de man die bloemen verkoopt op de hoek en zegt: nee ik ga niet bij de supermarkt werken, want ik doe dit graag.”

Illustratie Pepijn Barnard

Zijn het ook de activistische beleggers die grote concerns dwingen zichzelf op te splitsen?

„Ik denk het wel, ja. Of de beleggers die impact hebben gehad op Nike vanwege de kinderarbeid, of degenen die impact hebben op oliebedrijven en hun carbon footprint. De grote bierconcerns die het lastig krijgen met kleine brouwerijen die zeggen: we gaan niet uw pils drinken, we beginnen een eigen brouwerij en drinken onze eigen dorpsbiertjes. We doen dat, want we kunnen dat. Lokale boeren die hun aardbeien rechtstreeks aan plaatsgenoten verkopen.”

U distantieert zich nadrukkelijk van de antiglobalisten en andersglobalisten, terwijl uw analyse aanschurkt tegen hun ideeën. GroenLinks-leider Jesse Klaver bijvoorbeeld keerde zich al eerder tegen het ‘economisme’ .

„Jesse Klaver gaat misschien drie paragrafen uit dit boek nemen en ze ondersteunen, maar hij zal andere zaken laten liggen. Wat ik doe is geen cherry picking, dit is een package deal. Ik verwerp niet dat mensen zich willen ontwikkelen en hun eigenbelang nastreven en meer geld willen verdienen. Dat moeten we niet willen veranderen. Het is niet water in de wijn doen, maar water én wijn. Het is het ene én ook het andere. Andersglobalisten maken zinnige opmerkingen, maar doen ook domme voorstellen.

„Ik heb gehoord wat Rutger Bregman zegt. Dat is oké, hoewel wat populistisch, maar daar zit niet het probleem. Bregmans oplossing – het basisinkomen – is voor mij geen oplossing. Je ziet iets dat maatschappelijk fout loopt en je oplossing is iedereen dan maar een inkomen te garanderen. Compleet foute gedachte. Mensen moeten betrokken zijn in het spel. Ze moeten meedoen, niet betaald worden om aan de zijlijn te staan toekijken.”

Mensen worden juist de hele tijd verleid meer te consumeren voor zo min mogelijk geld. De prikkels in de economie wijzen allemaal naar meer gigantisme.

„Je hebt bewuste consumenten nodig, niet per se kapitaalkrachtige. Het is een beetje ‘vals goedkoop’: de impact van goedkoop op je gezondheid is behoorlijk. Het is niet alleen het volume, ook de kwaliteit. Als je wat minder consumeert, is dat niet slecht. Ik toon op presentaties wel eens twee foto’s. Eentje van een Italiaans kopje espresso en eentje van zo’n enorme beker koffie van Starbucks. Starbucks denkt nog altijd dat koffie in grote hoeveelheden beter is. Terwijl dat kleine Italiaanse kopje koffie toch meer vreugde en passie oplevert dan die grote en altijd te hete koffie van Starbucks waar je toch nooit doorgeraakt.”

Wordt de noodzaak gevoeld om op dit moment die ommekeer te bewerkstelligen? Of hebben we een nieuwe crisis nodig?

„Als je gigantisme wilt aanpakken, dan moet je het niet bij de analyse laten. Daarom heb ik ook tien maatregelen voorgesteld. En de elfde is: je moet economen anders opleiden, met meer verplichte cursussen ethiek, filosofie, maatschappijleer erbij. Maar laten we gelijk ook maatregel twaalf, dertien en veertien bedenken. Om de mensen te inspireren dat het ook beter kan zijn. Nu is het shit, we zitten in een lekke boot midden in de storm. Jij gaat hozen, jij gaat het zeil hijsen, jij gaat navigeren – en daar is het goede weer. Dat is een goed plan. Daar gaat het beter zijn, laten we daar naartoe gaan. Ik wil daar een rol in spelen, anders krijgen economen de naam doemdenkers te zijn.

„Je moet op voorhand naar de oplossingen kijken, zodat je je er niet door laat overvallen als het echt zover is. Laten we de voorbeelden in onze omgeving zoeken. De kleine bibliotheek die er nog steeds is. Misschien gaan mensen hun boeken wel daarheen brengen zodat anderen ze kunnen lezen. Het ‘kleindenken’ is niet kneuterig rondom de kerk blijven hangen, het is heel belangrijk om een stukje van de oplossing te bieden. Kleiner, trager, menselijker.”

Op woensdag 27 maart gaat Geert Noels in De Balie in Amsterdam in gesprek met econoom Heleen Mees en bioloog Lucas Wenniger over zijn boek Gigantisme

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.