‘Verboden’ ideeën trekken hem aan

Forum-Gedachtegoed In de ideeënwereld van Thierry Baudet voert het Westen een strijd op leven en dood. ‘Wie niet vecht, sterft.’

Voorman Thierry Baudet van Forum voor Democratie licht de plannen van zijn partij toe tijdens een bijeenkomst met kiezers in het Kurhaus.
Voorman Thierry Baudet van Forum voor Democratie licht de plannen van zijn partij toe tijdens een bijeenkomst met kiezers in het Kurhaus. Foto Martijn Beekman

Thierry Baudet, leider van de grootste partij bij de Provinciale Statenverkiezingen, is een intellectuele veelvraat. Hij heeft weinig slaap nodig, zeggen vrienden, leest veel, zijn huis puilt uit van de boeken. Het resultaat mag er wezen: Baudets leeshonger leverde woensdag een speech op vol verwijzingen naar onder anderen Hegel, de Bijbel en Carl Schmitt.

Het citeren van Schmitt – een conservatieve Duitse denker, kortstondig nazi, uit het interbellum – was óók typisch Baudet: niet bang om te verwijzen naar omstreden denkers. „Onderzoek alles en behoud het goede in het leven”, zei hij daar zelf over, nadat een ontmoeting met de extreem-rechtse Amerikaanse denker Jared Taylor eind 2017 openbaar was geworden.

Baudets vriend Geerten Waling, historicus en publicist, noemt dat tegenover NRC „intellectuele nieuwsgierigheid naar dingen die je niet mag denken”. Die heeft Baudet altijd gehad. „Hij heeft door dat het tegen hem werkt om zich te voegen naar de eisen van de intellectuele goegemeente.”

Baudets zoektocht begon al op het gymnasium. Als tiener vrat hij de bibliotheek leeg, vertelde hij in 2014 aan NRC. Op zijn vijftiende was hij gecharmeerd van Rousseau en Proudhon, om vervolgens het libertarisme te onderzoeken in de boeken van Murray Rothbard en Frédéric Bastiat.

Baudets denken kreeg vastere vorm na de aanslagen van 11 september 2001 en de opkomst van Pim Fortuyn; Baudet was 18 jaar. Fortuyns ideeën over de ‘verweesde samenleving’ zetten Baudet aan het denken: wat bindt de mensen eigenlijk, nu religie verdwijnt uit de samenleving? Hebben liberalen niet te weinig oog voor de gemeenschap? Op zijn twintigste las Baudet voor het eerst een boek van Roger Scruton, de Britse conservatief die later een van zijn promotors zal worden, tevens de leverancier van het woord ‘oikofobie’, oftewel ‘angst voor het eigene’. Baudet zou later een columnbundel wijden aan dit woord, dat volgens hem beschrijft hoe de westerse elite de eigen cultuur wil kapotmaken door middel van lelijke architectuur en multiculturalisme.

In zijn studententijd richtte Baudet de leesclub Winfried op, waar hij met andere in conservatisme geïnteresseerde jongeren sprekers uitnodigde om lezingen te geven. Bart Jan Spruyt, de oprichter van de conservatieve Edmund Burke Stichting, en de dan nog als conservatief bekend staande Joshua Livestro kwamen er langs; historicus Frits Boterman (Universiteit van Amsterdam) gaf er een lezing over Oswald Spengler, die in De ondergang van het Avondland (1922) beschreef hoe de westerse beschaving na een bloeiperiode in verval was geraakt. Boterman herinnert zich dat zijn toehoorders „Spenglers ondergangsprofetie nogal serieus namen”.

Baudet noemde zichzelf een tijdje een ‘sociaal-liberaal-conservatief’, maar het conservatisme voerde al snel de boventoon. Niet voor niets stelde hij er twee bundels over samen, Conservatieve vooruitgang en Revolutionair verval. Vooral de schets van het ‘romantisch conservatisme’, in de inleiding van het eerste boek, lijkt over hemzelf te gaan: voor deze stroming „is de ‘nostalgie’, het terugverlangen naar een verloren thuis, en het gevoel van ontheemdheid dat daarvan het gevolg is, een kenmerkende gemoedstoestand van mensen in de moderne tijd.”

De zoektocht naar een thuis bleef een rode draad in Baudets denken. Dit ‘thuis’ kan gaan over de natiestaat, maar ook over een gevoel van geworteld en geborgen zijn. De moderne tijd, met zijn schaalvergroting, vervreemdende architectuur en vluchtige contacten, bedreigt dit gevoel. Het persoonlijke en het politieke liggen in elkaars verlengde: het persoonlijk ervaren gevoel van ontworteling – door hemzelf teruggevoerd op de scheiding van zijn ouders – hangt in Baudets denkwereld samen met zijn politieke kritiek op de macht van supranationale organisaties als de Europese Unie.

In zijn proefschrift uit 2012 schreef Baudet over het belang van natiestaten. „Alleen daar kunnen nieuwkomers verwelkomd worden en deel van het collectieve ‘wij’ worden gemaakt dat noodzakelijk is voor politieke representatie en de rechtsstaat. En alleen via natiestaten kan internationale samenwerking effectief worden bereikt.” Baudet plaatst dit „multicultureel nationalisme” tegenover multiculturalisme en „intolerant, gesloten nationalisme”.

Later, zegt politicoloog Matthijs Rooduijn, werd Baudet nativistischer: „Zijn ideeën zijn radicaler geworden, zoals je vaker in de conservatieve traditie ziet. Dat zie je aan de manier waarop hij over immigratie spreekt, maar zich ook richt tegen bijvoorbeeld de pers, de wetenschap en andere ‘elites’.”

Luister ook deze aflevering van Haagse Zaken over de ideologie van Forum voor Democratie.

Beschaving in doodstrijd

De laatste jaren presenteert Baudet het Westen als een beschaving in doodstrijd. In het Franse conservatieve tijdschrift Valeurs actuelles schreef Baudet in 2015: „Elke dag vinden gevechten plaats in ons eigen lichaam, talloze hoeveelheden bacteriën worden vernietigd. Alles, in het leven, wordt gerealiseerd door het gevecht. Wie niet vecht, sterft.”

Het geloof in een eindstrijd is de laatste jaren sterk in opmars in de Amerikaanse alt-right-beweging, waar niet zelden geweld als een wenkend perspectief wordt beschreven. Over verschillende denkers uit deze beweging, zoals Steve Bannon, laat Baudet zich bewonderend uit. De westerse beschaving maakt volgens Bannon elke tachtig jaar een cyclus van bloei (de periode na de Tweede Wereldoorlog), ontwaken (de jaren zestig), achteruitgang (vanaf de jaren tachtig) en crisis (deze eeuw) door. Deze zogeheten Fourth Turning Theory kent geen wetenschappelijke onderbouwing, maar is populair in identitair-rechtse kringen.

Politiek draait volgens Bannon niet om beleid, maar om instincten. Het instinct om te vechten voor overleven, bijvoorbeeld. Ook Baudet gelooft dat de crisisfase is aangebroken. Hij hield zijn overwinningstoespraak „te elfder ure”, zei hij woensdag. „Temidden van de brokstukken van wat ooit de grootste en mooiste beschaving was die de wereld ooit heeft gekend.”

Baudet hangt ook een ander idee aan dat populair is in de Amerikaanse alt-right-wereld: de gedachte dat het gevaar niet alleen van buiten komt, bijvoorbeeld door migratie, maar ook van binnenuit: „Onze universiteiten, onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en die onze gebouwen ontwerpen en bovenal (…) onze bestuurders.”

Eerder, in 2017, had hij het over een „auto-immuunziekte” van het Westen, dat werd „aangevallen door een vijand die ons eigen uniform draagt”. De „ondermijning” is volgens Baudet overal: in moderne architectuur, in abstracte kunst, in technocratische bestuurders. Deze elite zou de Nederlandse bevolking „homeopathisch verdunnen”, zei hij twee jaar geleden, door haar „te vermengen met alle volkeren van de wereld”. Het zijn variaties op een populair thema in identitair-rechtse kringen: ‘elites’ pompen ideeën als globalisering, multiculturalisme of feminisme in een samenleving. Niet omdat die elites daar vóór zijn, maar om de samenleving heimelijk te verzwakken.

Zelf-ironisering

Vanwege zijn verzet tegen de huidige elite, en zijn claim het volk te vertegenwoordigen, is Baudet volgens politicoloog Matthijs Rooduijn tegenwoordig een typische populist. Het enige verschil: in tegenstelling tot de meeste andere populisten is Baudet niet per definitie anti-elitair. Hij wil niet af van elites, hij wil de oude elite vervangen door een nieuwe elite – de zijne.

Met Pim Fortuyn, de man met wie hij nu veel wordt vergeleken, deelt Baudet zijn excentrieke voorkomen. Dit dient twee doelen: hij presenteert zich zo als een buitenstaander, maar er zit ook een vorm van zelf-ironie in, die sterk overeenkomt met de Brits-Amerikaanse provocateur Milo Yiannopoulos. Baudets boodschap bevindt zich vaak op het snijvlak van ernst en ironie, een veilige plek om critici te weerstaan. Als hij aangevallen wordt om een extreme uitspraak, kan hij zeggen dat die niet serieus bedoeld was. Op identitair-rechtse online discussiefora valt op hoezeer ironie is doorgedrongen in het taal- en beeldgebruik.

Volgens hetzelfde principe werkt de zogeheten ‘dog whistle’, de hondenfluit: iets zeggen waaraan de goede verstaander genoeg heeft, maar die tegenover de buitenstaander te ontkennen is. Neem Baudets omschrijving van onze voorouders als mensen die mammoeten hebben gevloerd en ijstijden overleefd – de implicatie is dat die voorouders Noord-Europees waren. Op het beruchte 4chan-forum /pol/ begreep men dat wel: „Joh, wat denk je dat Thierry bedoelde met ijstijden overleven en mammoeten vloeren? Dat hebben de zwartjes niet gedaan hoor.”

Een ander voorbeeld is „onze boreale wereld”, waarover Baudet het woensdag had. Dat was niet voor het eerst: in de oprichtingstoespraak van zijn partij, in 2017, sprak Baudet over „ons boreaal Europa”. Het is een term met een onschuldige en een schuldige uitleg: ‘boreaal’ kan ‘noordelijk’ betekenen in aardrijkskundige, maar ook in politieke zin. In extreem-rechtse kringen is het synoniem voor ‘wit’, schreef journalist Marijn Kruk vorig jaar op De Correspondent. Het is vaak gebruikt door Jean-Marie Le Pen, die Baudet enkele malen ontmoet had. Mede na het gebruik van de term was Le Pen door zijn dochter Marine uit Front National gezet.

Baudet heeft, zo blijkt, geen ontzag voor taboes; sterker nog, ‘verboden’ ideeën trekken hem aan. Deze houding drijft hem soms in de armen van radicale denkers en schrijvers. Zo schrijft hij bewonderend over de Franse schrijver Pierre Drieu la Rochelle (1893-1945), die het fascisme omarmde en na de Tweede Wereldoorlog zelfmoord pleegde. Of de eerder genoemde witte supremacist Jared Taylor, die Baudet in 2017 ontmoette. Taylor geeft het blad American Renaissance uit, waarin gepleit wordt voor raszuiverheid, en schreef onder meer het boek White Identity, waarin hij betoogt dat de mens veel moeite steekt in integratie, maar dat rassen eigenlijk het liefst apart van elkaar willen leven.

Lees ook: Fortuyn en Baudet, zoek de verschillen

De kiezer, ondertussen, trekt zich van de omstreden uitspraken en acties weinig aan. Tijdens de Oekraïne-campagne ontdekte Baudet volgens Geerten Waling dat „de oude elite ervan walgt als hij provocerende dingen zegt.” Voor sommigen draagt het zelfs bij aan Baudets charme: de consternatie bevestigt zijn positie van buitenstaander en de ‘politieke correctheid’ onder de gevestigde elite.

Bovendien biedt Baudet iets wat elders niet te krijgen is. Er is het verhaal over het terughalen van zeggenschap – bijvoorbeeld door terugtrekking uit de EU – een boodschap die in zijn proefschrift al een rol speelde en die hij politiek heeft gemaakt in de campagne voor het Oekraïnereferendum.

Daarnaast biedt Baudet een doordacht conservatisme. Volgens historicus Boterman heeft de politieke landing van dit gedachtegoed lang in de lucht gehangen: „Je zou deze beweging kunnen zien als een afrekening met de jaren zestig. Na de ontzuiling is het conservatieve gedachtegoed gaan zwerven, en nu heeft het in Forum voor Democratie een plaats gevonden.”

Baudets overwinning is een mokerslag, schrijft Bas Heijne