Bijzonder achttiende-eeuws poppenhuis blijft in Nederland

Tefaf Een 18de-eeuws poppenhuis met veel klein zilverwerk is op de Tefaf verkocht voor bijna een miljoen euro. Het is vanaf april te zien in Rijksmuseum Twenthe.

De zolder van het poppenhuis van Anna Trip (1750)
De zolder van het poppenhuis van Anna Trip (1750) Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

Een van de pronkstukken van Tefaf Maastricht, een achttiende-eeuws Gronings poppenhuis, blijft in Nederland. De Martens-Mulder Stichting kocht het op de openingsdag van de kunst- en antiekbeurs en heeft het voor onbepaalde tijd in bruikleen gegeven aan Rijksmuseum Twenthe. Dat maakte het museum in Enschede donderdagmiddag bekend.

Poppenhuis van Anna Trip (1750) Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

Het 1,68 meter hoge poppenhuis is een van de tien bewaard gebleven Hollandse poppenhuizen uit de zeventiende en achttiende eeuw en het enige dat nog in particulier bezit was. Tot het meubilair van het miniatuurhuis behoren ruim honderd stuks zilveren ‘poppegoed’, van een garenwinder en ramenspuit tot allerhande keukengereedschap.

Anna Maria Trip (1712-1778), een telg uit een bekende Amsterdamse regentenfamilie die huwde met de Groningse raadsheer Wicher van Swinderen, richtte het poppenhuis vanaf circa 1750 in. Poppenhuizen inrichten was destijds een veelvoorkomend tijdverdrijf van vrouwen in welgestelde kringen. Het bijzondere is dat het speelgoed sindsdien in bezit van de familie Van Swinderen is gebleven.

Bekijk het poppenhuis van dichtbij: Topstuk op Tefaf: poppenhuis ter waarde van een royaal echt huis

De Martens-Mulder Stichting, die de nalatenschap beheert van een Utrechts echtpaar dat zilver verzamelde, kocht het poppenhuis afgelopen donderdag op de openingsdag van Tefaf bij de Haarlemse zilverspecialist John Endlich Antiquairs. Volgens Tubantia bedroeg de aankoopprijs „net geen miljoen euro”. De zilvercollectie van het echtpaar Martens-Mulder was eerder al bij het museum in bruikleen gegeven.

„Een ongelooflijke verrassing”, zegt conservator Paul Knolle. De aanwinst past goed in de collectie van Rijksmuseum Twenthe, dat schilderkunst en kunstnijverheid toont vanaf de Middeleeuwen. Het afgelopen jaar trok het museum zo’n 100.000 bezoekers.

Knolle spreekt de hoop uit dat het poppenhuis, net als vergelijkbare poppenhuizen in andere musea, een publiekstrekker wordt. Waarschijnlijk is het poppenhuis vanaf eind april in het museum te zien. „Het is kwetsbaar”, zegt Knolle. „We moeten bedenken hoe we het op een veilige manier kunnen tonen.”