Steenrijke Rus mag van de IND zijn asielvergunning wel houden

Vluchtelingenbeleid De IND hoort de asielvergunning in te trekken van vluchtelingen die niet meer in Nederland wonen. Dat gebeurt niet altijd, blijkt uit het verhaal van een Russische avonturier, rijk geworden met een kippenimperium, die staat ingeschreven in Ermelo.

Joeri Sverdlov
Joeri Sverdlov Foto Anton Vaganov, bewerking NRC

Het kost de twee agenten van de vreemdelingenpolitie weinig moeite om te achterhalen dat de Rus en zijn vrouw niet wonen op het adres waar ze staan ingeschreven. Ze bellen aan bij het achter beukenhagen verscholen huis aan de rand van Ermelo en de oppas vertelt het gewoon: hier woont het gezin Van den Brink en verder niemand. Als ze meer willen weten, moeten ze verderop zijn, bij het vrieshuis op het industrieterrein.

De agenten melden zich bij de grijze vrieshallen van het bedrijf Brinky, de miljoenenonderneming van de familie Van den Brink: vader Bert, zoon Rik en dochters Willeke en Jolanda. Ze handelen in bevroren etenswaar – vis, doperwten, patat, varkens- en rundvlees. Maar vooral in kip, veel kip.

Rik voert de regie over de hallen. Hij ontvangt de agenten op zijn kantoor, deze 16e december 2010. Ze vertellen dat ze de Rus zoeken en willen weten of die nog recht heeft op de Nederlandse verblijfsvergunning die hij in de jaren negentig kreeg. En of hij dus wel echt bij Rik en zijn gezin woont.

De Rus en zijn vrouw wonen in Rusland, zegt Rik. Ze zijn „goede vrienden” en als ze in Nederland zijn, logeren ze weleens bij hem. Joeri Sverdlov heeft een belangrijke functie in de kippenfabriek van de familie Van den Brink bij Sint-Petersburg, vandaar.

Hij wijst de agenten op een foto aan de muur van zijn kantoor. Daar zien ze de Russische kippenfabriek. Zus Willeke staat op de foto met, inderdaad, Joeri Sverdlov.

Naast hen staat Dmitri Medvedev, op dat moment de president van Rusland.

De Russische premier Dmitri Medvedev (midden) bezoekt in 2007 in Sint Petersburg de kippenfabriek van Joeri Sverdlov (uiterst rechts). Alamy Stock Photo

In Nederland laait het debat over beslissingen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op als een (jonge) asielzoeker geen vergunning krijgt. Denk aan Mauro Manuel, Taida Pasic, of recent het Armeense gezin Grigoryan. Waar het vrijwel nooit over gaat, is het intrekken van vergunningen als daar aanleiding toe is. Terwijl ook dat een belangrijke taak van de IND is.

Als een vluchteling Nederland voor lange tijd verlaat, of zich ernstig misdraagt, of als uitkomt dat hij heeft gelogen over zijn identiteit, is het de bedoeling dat de IND de vergunning intrekt. Wanneer en hoe de dienst dat precies doet of nalaat, is onbekend. De afwegingen worden in alle beslotenheid gemaakt en nauwelijks extern getoetst.

Onderzoek van NRC geeft voor het eerst inzicht in de werkwijze van het team dat gaat over het intrekken van de asielvergunningen. Tientallen interne IND-documenten laten willekeur zien in de behandeling van dossiers. De dienst stuurt mensen terug die hier volgens deskundigen evengoed hadden kunnen (en wellicht moeten) blijven. En laat vreemdelingen met rust van wie het dossier rammelt.

Het avontuurlijke verhaal van Joeri Sverdlov is een voorbeeld van dat laatste. De IND weet al lang dat de Rus ooit asiel kreeg, maar inmiddels wereldburger, multimiljonair en zelfs politicus is in zijn thuisland. Ze weet ook dat hij niet in Nederland woont. Toch heeft hij nog steeds een Nederlandse asielvergunning.

Onlangs begon een commissie in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid een onderzoek naar het team Intrekkingen van de IND. De afdeling zou vergunningen, volgens een medewerker „in strijd met de wet en beleid en op oneigenlijke gronden” te vaak níet intrekken, „met als doel te voorkomen dat de behandeling van deze zaken te veel tijd en inspanning gaat vergen”.

Vleugels, borst, poten

Hoe komt een Russische vluchteling in Ermelo terecht?

De vriendschap tussen Joeri Sverdlov en de gefortuneerde Gelderse kippenboer Bert van den Brink (Quote 500, nr. 134) begon bij het laden van kippen op de parkeerplaats van vrieshuizen in Barneveld, Harderwijk, Apeldoorn.

„Hij kende ons merk”, vertelt Bert van den Brink (70) enthousiast bij een kop koffie in zijn neo-klassieke villa met oprijlaan, in Ermelo. Van den Brink komt uit Barneveld, ging naar de Ulo en werkte in zijn vrije tijd bij een poelier. Op zijn zeventiende hield hij school voor gezien en ging in de kippen. Eerst als venter, van deur tot deur. Later een eigen kraam op de markt, de groothandel in en de handel met Polen en Oost-Duitsland. De echte klapper, Rusland, zit dan nog „op slot”.

Joeri Sverdlov (46): „In die tijd stond het telefoonnummer van de leverancier op de kartonnen doos en ik belde. ‘Heb je handel?’ vroeg ik. Vleugels, borst, poten, Bert had altijd handel.” Hij spreekt via Skype vanuit zijn kantoor in Sint-Petersburg. Zijn Nederlands is uitstekend.

Ondanks het leeftijdsverschil klikt het meteen. Sverdlov is dan twee jaar in Nederland. Zoals zoveel Russische joden in die periode is hij in 1991 de Sovjet-Unie ontvlucht. Een wiskundestudent als hij heeft er een bleke toekomst. Zijn vader is ingenieur in een fabriek die besturingssystemen voor raketten maakt, zijn moeder geeft les op een muziekschool in Sint-Petersburg.

Anton Vagano

Hij heeft een oom in Hilversum, de bekende cellist Svjatoslav Zagoerski van het Haagse Residentieorkest. En Nederland heeft in die tijd een speciaal asielbeleid voor Sovjet-joden, vanwege Russisch antisemitisme. Sverdlov krijgt een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De joodse gemeenschap in Amsterdam helpt hem aan een kamer.

Hij probeert het nog even, wiskunde aan de Vrije Universiteit, maar de handel lonkt. Het zijn wilde tijden. Als hij net vier maanden in Nederland is, valt de Sovjet-Unie uiteen. Aan alles is behoefte. Met zijn Russische huisgenoten in Amsterdam, Boris en Grigori, richt hij een bedrijfje op. Ze kopen chocola en vlees in, in België, Duitsland en Denemarken, om naar Rusland te exporteren.

De bevroren kip komt van Bert.

De Van den Brinks brengen zelf ook bevroren kip die kant op. Maar Bert weet: er komt een moment dat de Russen zelf kippen gaan fokken. Daar moeten ze bij zijn. Van den Brink: „Ik zei tegen Joeri: hier in Nederland verdien je stuivers per kilo, terwijl je in Rusland kwartjes kunt verdienen.”

We reden een rondje om de fabriek. Het was zo’n oude kolchoz, echt Middeleeuwen

Als ze in 1996 in de Letse hoofdstad Riga zijn voor zaken, zet Van den Brink Sverdlov op de trein naar Sint-Petersburg. Hij houdt zijn vriend zijn droom voor: een eigen Russische kippenfabriek waar ze alles zelf in de hand hebben, van kuiken tot aan de verpakkingen. Sverdlov – voor het eerst terug in zijn vaderland – huurt een auto en gaat op zoek. Het land stelt zich open voor handel met het Westen. Kansen te over, zeker voor wie connecties heeft. Sverdlov: „Mijn neef was bankier in Sint-Petersburg. Hij kende nog wel een failliete pluimveefabriek die ooit bij zijn bank had aangeklopt.”

Severnaja (de ‘Noordelijke’) heet de fabriek, aan de noordkant van Sint-Petersburg. Hij ligt al twee jaar grotendeels stil. De vijfhonderd werknemers zijn aandeelhouder, maar krijgen niet betaald. Van den Brink: „Joeri belde me: ‘Volgens mij heb ik wat’. Een week later vloog ik naar Sint-Petersburg. We reden een rondje om de fabriek. Het was zo’n oude kolchoz, echt Middeleeuwen.”

Het bedrijf zit diep in de schulden. Toch heeft het alles: een slachterij, koelcellen, een broederij. De circa honderd stallen zijn slecht geïsoleerd, maar de bouwkundige staat is redelijk. Van den Brink: „Ik zei: nou Joeri, volgens mij moet dit het zijn.”

Sverdlov regelt dat de fabriek én de bijbehorende centrale die het hele dorp van warmte voorziet, voor slechts 10.000 dollar van hen wordt. Hij doet de ‘Russische zaken’. Bert stuurt, regelt en pendelt. Dochter Willeke verhuist met haar man naar Sint-Petersburg. Ze is 26 jaar, spreekt nog geen woord Russisch maar krijgt de dagelijkse leiding over de fabriek.

Rik ondersteunt de fabriek vanuit Ermelo. Net als zijn vader heeft hij het vak in de praktijk geleerd, met eigen kramen op de markt in Lelystad en Almere.

De afspraken zijn helder. De helft van de fabriek is in vier gelijke delen van Bert en zijn kinderen, de andere helft is voor Sverdlov.

Met Sinterklaas rijden ze de eerste 60.000 eendagskuikens van Nederland naar Severnaja.

Anton Vaganov

Signalen aan Zwolle

In juni 2006 ontvangt de IND een brief, afkomstig van de Nederlandse consul te Sint- Petersburg, Frans Rotmans, waarin hij vraagt: „Hoe kan een Russisch staatsburger met Russisch paspoort en bedrijf in Sint-Petersburg beschikken over asielstatus onbepaalde tijd?” (Bron: intern IND-verslag uit het dossier van Sverdlov)

Intrekkingen van asielvergunningen worden afgehandeld door een speciaal team, op de tweede verdieping van het IND-kantoor in Zwolle, net achter het politiebureau. Zo’n dertig mensen beoordelen hier de dossiers van vreemdelingen die zijn toegelaten tot Nederland – en wellicht weer weg moeten. Dossiers, zoals dat van Sverdlov, komen hier terecht na anonieme tips, of na signalen van de politie, een ambassade of een IND-collega.

De ambtenaren van team Intrekkingen zien of spreken de vreemdelingen over wie zij oordelen niet, op een mogelijk ‘intrekkingsgehoor’ na. Hun wereld bestaat uit twee beeldschermen. Op de ene roepen ze informatie op uit Indigo, het computersysteem van de dienst. Op het andere scherm typen zij hun beschikkingen.

De sfeer onderling is slecht en de werkdruk hoog. De afgezwaaide manager van het team zit al een jaar doorbetaald thuis.

Nieuwe casussen staan altijd klaar. Hoe meer dossiers teamleden verwerken, hoe beter ze worden beoordeeld. Voor een intrekking is net zoveel tijd beschikbaar als voor een niet-intrekking, terwijl dat eerste veel meer werk is. Tijd om elkaars dossiers te lezen is er nauwelijks.

Bij intrekkingen is het aan de IND om te bewijzen dat een vluchteling niet langer recht heeft op verblijf in Nederland – een specialistische en arbeidsintensieve klus. De meeste vreemdelingen gaan niet akkoord met het verlies van hun vergunning. Als zij een goede advocaat treffen, schrikt dat de IND vaak al bij voorbaat af, zeggen betrokkenen.

Op papier is het beleid helder. Als iemand heeft gelogen bij zijn aanvraag of een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, dan trekt de IND diens vergunning in. Zo ook als uitkomt dat een vluchteling Nederland weer heeft verlaten, zoals Sverdlov.

De willekeur ontstaat bij de afhandeling. Waar de ene IND’er tot intrekking overgaat, legt een collega een vergelijkbaar dossier op de stapel ‘mag blijven’. Overwegingen die er niet toe doen, worden meegewogen. Zoals de „mediagevoeligheid” van een zaak, de „economische belangen” of dat iemand „zijn leven redelijk op de rit lijkt te hebben”.

Ik kom zaken tegen waarbij de IND de vergunning probeert in te trekken van vreemdelingen die alle recht hebben om hier te blijven

Intrekkingen worden achteraf alleen getoetst als een zaak voor de rechter komt. Maar als de IND een beslissing neemt in het voordeel van de vluchteling – niet intrekken – ontbreekt die toets en hoort niemand er meer van.

En dus mag een Jamaicaan die zeven jaar cel krijgt voor het doden van zijn partner na een ruzie over te vroeg klaarkomen, zijn verblijfsvergunning houden. Terwijl zijn casus volgens hoogleraar Europees asielrecht Hemme Battjes aan alle voorwaarden tot intrekking voldoet. „Mijn inschatting is dat de IND bij intrekking de zaak voor de rechter zou winnen.”

Hetzelfde geldt voor de Rwandees die – zo staat het in vertrouwelijke documenten van het ministerie van Buitenlandse Zaken – in zijn geboorteland bij verstek tot dertig jaar is veroordeeld wegens betrokkenheid bij genocide. Of de Turk die na te zijn toegelaten tot Nederland in Turkije een celstraf van ruim vier jaar krijgt opgelegd, omdat hij „wegens onenigheid over een vrouw iemand met een mes heeft gestoken” en die in Nederland nog eens twee keer wordt veroordeeld wegens „geweld tegen zijn echtgenote”. Ook hier is „onvoldoende grond” tot intrekking, aldus een beschikking.

Andersom gebeurt het ook, blijkt uit rechterlijke uitspraken. Zo nu en dan wil de IND een vergunning intrekken, maar oordeelt de rechter dat de dienst dit voornemen niet goed heeft onderbouwd of tot een onzorgvuldig oordeel is gekomen.

Asieladvocaat Flip Schüller, betrokken bij het totstandkomen van het kinderpardon: „Ik kom zaken tegen waarbij de IND de vergunning probeert in te trekken van vreemdelingen die alle recht hebben om hier te blijven. De dienst schiet met hagel in de hoop een paar mensen uit te kunnen zetten, in plaats van de zaken van vreemdelingen die echt geen recht hebben op verblijf, uit te diepen.”

Anton Vaganov

De politiek in

Sverdlov is sedert 2007 afgevaardigde van de Doema van de partij Verenigd Rusland. Vraag is nu eens te meer: welke belangen spelen hier? Wie is deze Sverdlov en wat zijn zijn motieven voor zijn verblijf in Nederland? (Bron: intern IND-verslag)

In tegenstelling tot de meeste vluchtelingen laat Sverdlov zich niet naturaliseren tot Nederlander. Hij bouwt een nieuw bestaan op in Rusland, maar blijft ingeschreven bij de familie Van den Brink in Ermelo. Zo houdt hij zijn vergunning – altijd handig om achter te hand te hebben, je weet maar nooit. Op zijn vele reizen hoeft hij met zo’n vergunning ook zelden een visum aan te vragen – wat hij als Rus wel zou moeten.

Hij weet dat hij formeel in Nederland moet wonen, of er vaker zou moeten zijn. Maar ook dat de wereld voortdurend verandert. Je weet nooit hoe je land er morgen voorstaat. Hij past zich zo goed mogelijk aan, zegt hij. „Had ik zelf mijn kaart moeten inleveren? En als ik dat niet doe, is dat dan een vergrijp?”

Tien jaar lang, stal voor stal, silo voor silo, bouwt hij met de Van den Brinks aan het Russische kippenimperium. Bert had het goed gezien. De Russische economie verdubbelt in omvang tussen 1998 en 2008. De vraag naar mals, vers en houdbaar kippenvlees groeit spectaculair.

Ze moeten uitbreiden, maar dat „is in Rusland even lastig als in Nederland”, zegt Van den Brink. „Je moet wel dertig stempels hebben – van de waterzuivering, de arbeidsinspectie, veterinair, noem maar op. En dus hebben we Joeri in 2007 de politiek in gestuurd. Hij had dan meer invloed, kon makkelijker overal binnenlopen.”

Had ik zelf mijn kaart moeten inleveren? En als ik dat niet doe, is dat dan een vergrijp?

Een plek op de lijst voor de partij van Poetin was zo geregeld. Van den Brink: „Je moest enkele tienduizenden euro’s betalen aan de partij en dan zette die je op een verkiesbare plaats. Zodoende kwam hij voor vier jaar in de Doema.”

Ze krijgen wel vier grote kippenfabrieken rond Sint-Petersburg. De productie wordt opgeschroefd naar meer dan 4 miljoen kilo kip per week. Het logo van een haan met globe wordt het symbool voor kwaliteitskip. „Als je in die tijd kip at in Sint-Petersburg, wist je: dit komt van Brinky”, zegt een diplomaat.

Voor Sverdlov betekent de Doema veel reizen. Naar Moskou en naar de Altajski Kraj - een provincie in Siberië op 4.500 kilometer van Sint-Petersburg. „Ik ben de politiek in gegaan, omdat ik vond dat Rusland behoefte had aan mensen met mijn mentaliteit en ervaring. Ik heb met opzet voor een Doema-zetel voor de Altajski Kraj gekozen, om verstrengeling met mijn zakelijke belangen te voorkomen.” De tienduizenden euro’s die hij aan de partij betaalde aan waren volgens hem „campagnegeld”.

Hij zit in die jaren in staatscommissies voor landbouw, bouw, financiën en staatsveiligheid. Hij is nauwelijks meer in Nederland. Met zijn neef heeft hij een goedlopend vastgoedbedrijf in Sint-Petersburg. Hij was vicepresident van diens bank. „Een eretitel”, noemt Sverdlov die functie.

Zijn neef is de bekende Russische miljardair Vladimir Kogan, wiens zakelijke avonturen en imposante netwerk uitgebreid beschreven zijn door de Russische editie van zakenblad Forbes. Zijn bijnaam: ‘de bankier van Poetin’, omdat de Russische president in de jaren negentig bij Kogan bankierde.

Sverdlov en Kogan noemen elkaar ‘broer’. De secretaresse van Kogan kan hun stemmen niet uit elkaar houden, zoveel zijn ze samen. De connecties van het duo komen Brinky goed van pas. Zo regelt Sverdlov in 2007 dat Medvedev, die zijn loopbaan begon als jurist bij Kogans papierfabriek Ilim Pulp Enterprise, een pr-bezoek brengt aan de kippenfabriek.

Medvedev is dan premier en loopt al warm als president. Vier uur lang laat hij zich rondleiden over het uiterst moderne complex. De Russische media doen verslag. Hiervan zien de agenten van de Nederlandse vreemdelingenpolitie drie jaar later een foto, als ze in Ermelo op zoek zijn naar de Russische vluchteling wiens verhaal niet lijkt te kloppen.

Heeft u ervaring met verborgen problemen in een vreemdelingenorganisatie?

Werkt u, of werkte u bij de IND, of bijvoorbeeld bij Vluchtelingenwerk, bij de Vreemdelingenpolitie (AVIM), bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, of heeft u hier anderszins ervaring mee? Dan zijn we geïnteresseerd in uw ervaringen over hoe beslissingen over vreemdelingen worden genomen.

  1. Bij welke organisatie werkt(e) u en hoe zou u de manier van werken binnen die organisatie omschrijven?
  2. Kunt u voorbeelden geven die uw omschrijving ondersteunen?
  3. Welke gevolgen heeft dit voor degenen over wie het gaat?

Skiën in Oostenrijk

Op basis van […] het dossier bestonden diverse aanwijzingen dat Sverdlov al jaren geleden is teruggekeerd naar zijn land van herkomst. Dit was reeds bekend ten tijde van de totstandkoming van het voornemen tot intrekking van de asielvergunning – niets mee gedaan. De motivatie om niet tot intrekking over te gaan, is niet te volgen. (Bron: Intern IND-verslag)

Het is niet de verontruste brief van de consul in Sint-Petersburg die de IND op het spoor van Sverdlov zet. De consul krijgt een nietszeggende mail terug dat van intrekking geen sprake is. Het zijn ook niet Sverdlovs openlijke politieke en zakelijke Russische activiteiten die vragen oproepen bij de IND.

De aanleiding is banaler: Sverdlov gaat in 2009 met zijn gezin skiën in Oostenrijk en wil ook voor zijn kinderen een Nederlands stempel in hun Russische paspoort, laat hij een verbouwereerde consulaat-medewerker weten. Die informeert bij de IND. Maar de dienst weet niet eens dat Sverdlov kinderen heeft. Ook diens mededeling dat hij zich verplaatst „met privévliegtuigen” roept vragen op.

Vanaf dan houdt de IND de Rus en diens gezin in de gaten. Zijn dossier loopt echter vol met tegenstrijdigheden, twijfelachtige verklaringen en onduidelijke gegevens, contracten en adressen.

Zo zou Sverdlov in Nederland werken, maar zijn er volgens de IND geen inkomensgegevens te vinden. Ook zijn asielrelaas uit 1991 acht de dienst „bijzonder twijfelachtig”, net als zijn verklaring dat hij „wel een Nederlandse ziektekostenverzekering heeft, maar niet weet welke en deze niet gebruikt”.

De IND ontdekt ook dat Sverdlov in de Doema zit. Een duidelijker signaal dat hij niet in Nederland woont, is niet denkbaar. Maar tot verbijstering van de ambtenaar die een overzicht over de Rus opstelt, trekken collega’s alleen de vergunning van zijn vrouw in.

Een zorgvuldige, objectieve beoordeling is, ondanks alle indicaties die voortkomen uit onderhavig dossier, achterwege gebleven

Sverdlov mag zijn vergunning houden, na een ‘intrekkingsgehoor’ bij het team Intrekkingen in Zwolle op 15 juli 2011. De Rus weet de ambtenaar ervan te overtuigen dat hij belangrijk is voor Nederland, omdat hij met de familie Van den Brink een groot bedrijf runt. Hij staat niet meer ingeschreven bij Rik, waar de Vreemdelingenpolitie aanbelde, maar nu bij Bert.

„Bij intrekking ligt de bewijslast bij ons en wij hebben te weinig om het bewezen te achten dat het hoofdverblijf is verplaatst”, schrijft de ambtenaar in zijn motivering, waaraan hij toevoegt dat zo’n verplaatsing sowieso „heel moeilijk om te bewijzen is”.

De Rus „is niet geconfronteerd met de diverse bevindingen” en „er zijn geen kritische vragen” gesteld, schrijft een gefrustreerde collega dan. „Een zorgvuldige, objectieve beoordeling is, ondanks alle indicaties die voortkomen uit onderhavig dossier, achterwege gebleven.”

Nog twee keer probeert een IND-ambtenaar de vergunning van Sverdlov in te trekken, de laatste keer in 2018. Er wordt tot op het hoogste niveau over vergaderd – zonder resultaat.

Strandpaviljoen in Horst

De eigenaren van Brinky Food hebben klaarblijkelijk wezenlijke belangen gelet op het feit dat ze deze man adressen, arbeidscontract, werkgeversverklaring, etc verschaffen (en herhaaldelijk valsheid in geschrifte plegen) en zijn belangen via hun bedrijf lijken te dienen. (Bron: verslag IND)

Het grote Russische kippenavontuur stremt als de politiek een draai maakt. Poetin gunt zichzelf een derde termijn als president. Hij annexeert de Krim. Sancties volgen. En dan wordt passagiersvliegtuig MH17 in juni 2014 uit de lucht geschoten. De loyaliteit van Nederlandse ondernemers in Rusland wordt in twijfel getrokken.

„Het voelde alsof we moesten kiezen”, zegt Sverdlov. De kippenboerderij die ze twintig jaar daarvoor voor 10 duizend dollar kochten, is uitgegroeid tot een imperium dat eind 2015 voor 615 miljoen euro wordt verkocht aan een Thais bedrijf. Bert van den Brink moet het uit de krant vernemen. Hij is gebrouilleerd geraakt met zijn kinderen, die hem hebben uitgekocht. „Ik heb te weinig gekregen voor mijn aandeel”, is zijn verklaring voor het conflict. „De ruzie ging om alles, behalve geld”, zegt Rik.

Met Sverdlov doet Bert wel nog zaken. Vastgoed in Nederland en Duitsland; honderden panden bezitten ze samen. Een winkelcentrum in Berlijn, een medisch centrum in Jena, een zorgcomplex in Putten, een strandpaviljoen in Horst, woningen. Het voetbalveld van FC Horst kocht Van den Brink zelf. Toen hij laatst een feestje gaf, was Sverdlov van de partij.

Waarom zou de IND tijd en geld besteden om te vechten tegen iemand die geen gevaar is voor de samenleving?

Voor de IND woont de Russische multimiljonair nog altijd bij de Gelderse multimiljonair in huis. Zijn stempas voor de Provinciale Statenverkiezingen ligt er nog. Van den Brink lacht. „Een paar maanden geleden kwamen er weer mensen van de IND of de Vreemdelingenpolitie. Dan hebben ze weer een actie, dat ze het Russen moeilijk moeten maken, ofzo. Dan stuurt Joeri’s advocaat een brief en horen we nooit meer wat. Ik vind het onzin. We hebben nooit problemen gehad met de belasting, niks.”

Hoogleraar Battjes bekijkt stukken uit het dossier van Sverdlov op verzoek van NRC en noemt het „raar” dat de IND niet handelt. „In zaken waar veel minder reden is om de vergunning in te trekken, doen ze het ook, dus waarom hier niet?” Het lijkt hem inherent aan een bureaucratische organisatie. „De zaak is oud en gecompliceerd, dus iedereen schuift hem lekker door.”

Sverdlov reageert: „Waarom zou de IND tijd en geld besteden om te vechten tegen iemand die geen gevaar is voor de samenleving, 100 procent geïntegreerd is, voor werkgelegenheid zorgt, investeert en niet te beroerd is om te procederen tegen intrekking van zijn verblijfsvergunning? Dat lijkt me weinig zinvol.”

Van den Brink: „Joeri werkte al die tijd voor een Nederlands bedrijf. Belachelijk dat de IND zoveel tijd in hem steekt.”

Sverdlov woont inmiddels in Londen – wegens de belastingen en omdat zijn vrouw en kinderen Engels spreken, geen Nederlands. Twee van zijn vier kinderen zitten in Rusland op school. „Ik ben ontzettend weinig in Nederland, helaas. Ik kan me niet in drieën splitsen.”

Opnieuw verandert het land waar hij woont, nu door de Brexit. „Ik jaag de politiek de deur uit en via het raam komt die weer terug.” Hij snapt dat zijn keuzes vragen oproepen. „Iemand vlucht uit Rusland en gaat dan terug om zaken te doen. Dat is niet helemaal consistent.” Maar, weet hij, „het leven is niet consistent.”