Opinie

    • Frits Abrahams

Praten bij de brokstukken

En daar zaten we dan, „te midden van de brokstukken van wat ooit de mooiste beschaving was die de wereld ooit heeft gekend”, om een succesvolle spreker te citeren. Ik hoorde het hem op de televisie zeggen, keek om me heen in de huiskamer, liep voor de zekerheid nog even de straat op, maar wat ik ook zag: geen brokstukken. „Wat zal hij bedoeld hebben?” vroeg ik mijn vrouw die even verderop met afgewend hoofd zat te luisteren. „Het einde van onze beschaving, zoiets”, mompelde ze.

We bleven nog een poosje naar de ondergangsprofeet luisteren – wie weet zou er ook nog iets zinnigs uit dat zelfvoldane hoofd komen – maar het was vergeefse moeite. Het was hoofdzakelijk doem en duisternis wat de klok sloeg, een snufje Hegel hier, een toefje Spengler daar. ‘We’ werden ondermijnd door ‘de universiteiten en journalisten’ en door ‘de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen’ en vooral door ‘onze bestuurders’. Al die akelige lui maakten ‘onze boreale wereld’ kapot.

Terwijl het bombastische, pathetische karakter van zijn rede met elke zin toenam, vroeg ik me af welke ambitie achter al dit triomfalisme schuilging. Hij moest er urenlang aan geschaafd hebben, thuis op zijn Amsterdamse etage. Af en toe liep hij naar het raam om te zien of er nog wat brokstukken waren aangespoeld op de kade waaraan hij huisde. Helaas. Hij keek naar zijn vriendin. Ook allerminst een brokstuk.

Was dit een gedreven politicus die hier sprak? Dat leek maar zo. Ik hoorde in de eerste plaats een gemankeerde schrijver – iemand die een belangrijke schrijver had willen worden. Hij had ook al romans geprobeerd, maar zonder literair succes. Zijn proza was te flets. Het moet steeds sterker tot hem zijn doorgedrongen dat hij het als schrijver niet zou redden. Frustrerend! Nooit zou hij zelf kunstsubsidies kunnen ontvangen, zoals al die zogenaamde kunstenaars.

Wat restte hem nog? De wetenschap? Te saai. Het bedrijfsleven? Te riskant. De politiek? Waarom niet – je kon het allicht proberen. Hij vroeg steun bij een rechtse Leidse professor met te veel vrije tijd en een clowneske advocaat met te veel geld. Vervolgens zocht en kreeg hij de aandacht van al die journalisten die weliswaar zijn boreale wereld kapotmaakten, maar tegelijkertijd hun kranten en programma’s moesten vullen.

Hij zag Trump president worden, hij merkte hoe je een heel volk kon betoveren met een krankzinnig idee – de Brexit, het Oekraïne- referendum – en hij juichte bij de opmars van radicaal-rechts in Italië. Waarom zou zoiets in Nederland niet kunnen? Had Rita Verdonk, met steun van Frits Bolkestein, destijds niet bijna de hele VVD overgenomen? Kijk naar het succes van Wilders! En wat was er niet gebeurd als Pim niet …

„Je zou er somber van worden”, verstoorde mijn vrouw mijn gepeins. Zelfs het feit dat ‘haar’ PvdA ditmaal weinig had verloren, kon haar kennelijk niet voldoende troosten.

„Niet doen”, zei ik. „Het komt wel goed.”

„Je bedoelt toch niet die maffe wederopstandingsgedachte van Baudet met dat vlaggenschip van de renaissance?” vroeg ze.

„Neenee”, ze ik haastig, „ik bedoel gewoon dat in Nederland de redelijke krachten uiteindelijk altijd zullen winnen.”

„Ik hoop dat wij dat nog mogen meemaken”, zei ze.