Politie vreesde juridische problemen bij ‘uitlevering’ Julio Poch

Er waren al in 2009 twijfels over de juridische constructie die is gebruikt bij de uitlevering van Julio Poch aan Argentinië. De voormalig Transavia-piloot is inmiddels vrijgesproken en eist genoegdoening van de Nederlandse Staat.

Oud-piloot Julio Poch tijdens een persconferentie op Schiphol, in december 2018.
Oud-piloot Julio Poch tijdens een persconferentie op Schiphol, in december 2018. Foto Remko de Waal / ANP

De Nederlandse politie vreesde in 2009 juridische problemen bij de ‘uitlevering’ van toenmalig Transavia-piloot Julio Poch aan Argentinië. Ook bij het Openbaar Ministerie bestonden twijfels of het wettelijk wel in de haak was om Poch via de zogeheten ‘Spanje-route’ naar Buenos Aires te krijgen.

Dit hebben politiebronnen onafhankelijk van elkaar laten weten aan het VPRO-radioprogramma Bureau Buitenland en RTL Nieuws. De interne discussies zijn pikant, omdat de Nederlandse Staat en Poch binnenkort tegenover elkaar staan bij de rechter, onder meer vanwege de rol die Nederland heeft gespeeld bij de uitlevering van de Nederlands-Argentijnse piloot. Poch eist vijf miljoen euro schadevergoeding van de Staat.

Volgens de advocaten van Poch, Geert-Jan en Carry Knoops, is de Nederlandse overheid in deze zaak haar boekje te buiten gegaan, met als gevolg dat hun cliënt zo’n drieduizend dagen onschuldig in een Argentijnse gevangenis heeft moeten doorbrengen. Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) zegt dat Nederland geheel volgens de regels van het recht heeft gehandeld.

De kwestie spitst zich toe op de manier waarop de piloot in Spanje werd opgepakt en vervolgens in Argentinië belandde. Julio Poch werd tijdens zijn laatste vlucht voor zijn pensioen, op 22 september 2009, door de Spaanse politie gearresteerd op het vliegveld van Valencia. Hij werd verdacht van misdaden tegen de menselijkheid, gepleegd in de jaren zeventig tijdens het regime van de Argentijnse dictator Videla.

Poch zou hebben meegedaan aan zogeheten dodenvluchten, waarbij tegenstanders van het Videla-regime uit vliegtuigen werden gegooid. Enkele maanden na de arrestatie leverde Spanje hem uit aan Argentinië. In totaal zat Poch ruim acht jaar in voorarrest voordat drie rechters hem eind 2017 unaniem vrijspraken.

Nederland maakte de aanhouding van Poch mogelijk, door de Spaanse en Argentijnse autoriteiten vooraf heimelijk te informeren over het vluchtschema van Poch. Het was ook Nederland dat de zaak bij de Argentijnen onder de aandacht had gebracht; een Nederlandse collega van Poch bij Transavia was met ernstige beschuldigingen naar de politie gestapt.

Aanvankelijk hadden de Nederlandse politie en justitie de leiding in het onderzoek. Maar in de loop van 2008 kwamen Nederland en Argentinië overeen dat Poch zou worden berecht in Argentinië. Daarbij speelde wel het probleem dat het uitleveringsverdrag tussen de twee landen expliciet verbiedt om Nederlandse onderdanen uit te leveren. Poch heeft sinds 1995 een Nederlands paspoort.

Het verdrag tussen Spanje en Argentinië maakte uitlevering wel mogelijk. Nederland besloot daarop de gegevens van Poch’ vlucht naar Valencia te delen met Spanje en Argentinië.

Het OM weigert verder commentaar op de zaak te geven, omdat het Nederlandse onderzoek naar Poch is geseponeerd en minister Grapperhaus een ‘onafhankelijk onderzoek’ heeft gelast naar mogelijke politieke beïnvloeding in de zaak-Poch.