Nieuwe scholen met miljarden van beleggers, in België kan het

Onderwijs Oud, tochtig, slecht geïsoleerd. Ondanks belangstelling van investeerders lopen plannen om Nederlandse scholen grootschalig te renoveren spaak. In België lukt het wel.

Het Sint-Jozefscollege in Aarschot sloot zich aan bij het initiatief Scholen van Morgen. Via dit vennootschap met de Vlaamse overheid, BNP Paribas en AG Real Estate als aandeelhouders wordt nieuwbouw van scholen gefinancierd.
Het Sint-Jozefscollege in Aarschot sloot zich aan bij het initiatief Scholen van Morgen. Via dit vennootschap met de Vlaamse overheid, BNP Paribas en AG Real Estate als aandeelhouders wordt nieuwbouw van scholen gefinancierd. Foto “Scholen van Morgen

Als de pompen permanent draaiden, bleef het waterpeil in de kelder steken op zo’n 80 centimeter. Tenzij het hard regende, dan was er geen houden aan. Dan stroomde het water zo de klassen in. Overal kwam de plafondbepleistering naar beneden. De elektriciteitsvoorziening was ‘afgekeurd’. En het kon waaien binnen, want bijna alle ramen hadden enkel glas.

Met een zeker genoegen vertelt Luc Lauwaet, directeur van het Heilig-Hartcollege in het Vlaamse Heist-op-den-Berg, een dorp tussen Hasselt en Antwerpen, over het krakkemikkige pand waarin zijn school was gevestigd. Mooi klassiek van buiten, dat wel, maar vreselijk gedateerd en uitgewoond van binnen. De gebreken waren zo ernstig dat ze ten koste gingen van de leerprestaties. „De situatie was onhoudbaar”, zegt Lauwaet.

Het is een conclusie die talloze schoolbesturen in Vlaanderen én Nederland de voorbije jaren hebben getrokken. Aan Vlaamse kant is 60 procent van de scholen van vóór 1970, schat Lauwaet. Een studie van de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) stelde in 2016 vast dat zo’n duizend schoolgebouwen in Nederland per direct toe zijn aan renovatie of nieuwbouw – verduurzaming buiten beschouwing gelaten. Het probleem is alleen dat zowel Nederlandse als Vlaamse scholen moeite hebben bouwprojecten zelfstandig te plannen en financieren.

Er is één belangrijk verschil tussen Vlaanderen en Nederland: de Vlaamse overheid heeft, samen met bedrijfsleven en beleggers, een grootschalige oplossing geforceerd. Nederlandse pogingen iets soortgelijks op poten te zetten, zijn de tekentafel nooit ontgroeid.

Hoe hebben ze dat in Vlaanderen aangepakt? En wat is er in Nederland misgegaan?

Renovatie onbetaalbaar

Negentien jaar zat er tussen. In 1997 besloot de toenmalige directie van het Heilig-Hartcollege, een school voor primair en middelbaar onderwijs met 1.600 leerlingen, dat het gebouw tegen de grond moest. „Renovatie was onbetaalbaar en bracht bovendien geen heil meer”, zegt Lauwaet. Nieuwbouw was de enige oplossing. In 2016 was het eindelijk zover: een modern, strak, grijsgroen schoolcomplex met een enorme binnenplaats overschaduwt sindsdien de kerk aan de overkant.

Lauwaet is „zeer content” met het resultaat. En dat lange wachten, ach, het had nóg veel langer kunnen duren als de school bij het oorspronkelijk plan was gebleven. Aanvankelijk zou het Heilig-Hartcollege de nieuwbouw financieren zoals dat altijd ging in Vlaanderen: een school dient een voorstel in bij het Agentschap van Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn), dat het plan beoordeelt en na goedkeuring de benodigde gelden verstrekt.

Hoe eenvoudig dit systeem ook lijkt, het is hopeloos vastgelopen. Omdat er ieder jaar veel meer aanvragen zijn dan budget, is de wachtlijst enorm. Zo lang zelfs, zegt Lauwaet, dat bouwvoorstellen vaak al verouderd zijn als ze worden goedgekeurd.

In 2006 – het college in Heist-op-den-Berg had toen nog niets gehoord op het plan dat het bijna tien jaar eerder had ingediend – besloot de Vlaamse regering dat het zo niet langer kon. Ze ging via een aanbesteding op zoek naar een private partij die bereid was samen met de overheid op grote schaal nieuwbouw en renovatie van scholen te organiseren. Met succes. Toenmalig bankverzekeraar Fortis, later opgegaan in onder meer BNP Paribas en AG Real Estate, won de opdracht.

Het Heilig-Hartcollege na de sloop
Foto “Scholen van Morgen
Het Heilig-Hartcollege voor de sloop
Foto “Scholen van Morgen

Regie

De basis van het programma is simpel. De regie ligt bij Scholen van Morgen, een vennootschap of special purpose vehicle met de Vlaamse overheid, BNP Paribas en AG Real Estate als aandeelhouders. Samen hebben zij 90 miljoen euro eigen vermogen ingebracht. Daarmee trekt het vehikel krediet aan van banken en verzekeraars om nieuwbouw te financieren (zo’n 650 miljoen euro) en dertig jaar onderhoud te bekostigen (1,5 miljard euro).

Scholen die meedoen leasen het gebouw als het ware: voor gebruik én onderhoud betalen ze een jaarlijkse vergoeding aan Scholen van Morgen, dat daarmee zijn leningen aflost en rente betaalt – het rendement voor de beleggers. Na dertig jaar lopen de contracten af en is het gebouw eigendom van de school.

Tot zover de financiering. De uitvoering roept meer vragen op. Wie gaat de bouw doen bijvoorbeeld? Wie het ontwerp? En wie het onderhoud? En vooral: wie beslist daarover?

De initiatiefnemers besloten dat Scholen van Morgen ook op deze punten de regie zou houden. Zo kon men bouw- en ontwerpopdrachten gebundeld aanbesteden, kosten drukken en expertise delen. Scholen denken met de architect mee over het ontwerp, maar geven veel zeggenschap uit handen. Ook nadat de nieuwbouw is opgeleverd, houdt Scholen van Morgen controle. Schoolbesturen kunnen ruimtes bijvoorbeeld niet zomaar kosteloos ter beschikking stellen aan verenigingen, wat tot flinke kritiek heeft geleid in België. De private partijen zouden scholen ‘in de tang’ hebben.

Het verlies van zeggenschap gaf aanvankelijk „een vreemd gevoel”, beaamt Hugo van Malcot, tot voor kort directeur en nu vrijwilliger van het Sint-Jozefscollege in Aarschot. Maar net als zijn collega uit het nabije Heist-op-den-Berg is Van Malcot blij dat zijn school heeft meegedaan. De nieuwe vleugel van het Sint-Jozefscollege – met enorme sporthal – die in 2015 is opgeleverd, bevalt goed. En bovendien: „We stonden al sinds 2001 op de reguliere wachtlijst. Er móést gewoon iets gebeuren.”

Dat gold voor veel scholen. Inmiddels hebben er 182 meegedaan. Veruit de meeste projecten zijn al afgerond.

Gefascineerd

Loek Sibbing kwam de voorbije jaren veel in Vlaanderen. Als directeur van de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII), een initiatief van pensioenfondsen en verzekeraars om interessante, maatschappelijk relevante investeringsprojecten in Nederland te vinden, was hij gefascineerd geraakt door Scholen van Morgen.

In Nederland zijn de problemen met schoolgebouwen immers zeker zo groot als in het buurland. Bovendien lieten institutionele beleggers blijken een flinke investering in grootschalige modernisering van schoolgebouwen – met voorspelbare en langjarige rendementen – wel te zien zitten. Vooral APG, dat de pensioenpremies uit het onderwijs (ABP) belegt.

„Wij wilden ook zoiets in Nederland”, zegt Sibbing over Scholen van Morgen. „Het was een speerpunt voor ons.”

Het NLII onderzocht de mogelijkheden, sprak met financiers, ministeries, onderwijsraden, de Rijksgebouwendienst, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, schoolbestuurders, adviesbureaus, noem maar op. De reacties waren enthousiast, maar het leidde tot niets. „Heel frustrerend”, zegt Sibbing. In mei vorig jaar doekte de NLII zichzelf op bij gebrek aan geschikte investeringsprojecten.

Lees ook: Lees ook het interview met Sibbing uit 2016: ‘Klinkt leuk als je 100 miljard wilt investeren, maar er is geen vraag’

Grote vraag is waarom in Nederland niet lukte wat in Vlaanderen wel mogelijk bleek. Waren partijen misschien minder enthousiast dan Sibbing doet voorkomen? Het lijkt er niet op.

Gert Dijkstra, managing director bij APG, bevestigt dat de pensioenbelegger bereid was tientallen miljoenen te investeren in een nieuwbouw- en renovatieprogramma voor schoolgebouwen. Op voorwaarde dat het goed was opgezet. Ook Marc Mittelmeijer van Stichting PCOU Willibrord uit Utrecht, dat 42 scholen voor primair en voortgezet onderwijs bestuurt, noemt de Vlaamse oplossing „heel interessant”. De stichting staat naar eigen zeggen voor „waarschijnlijk de grootste huisvestingsopgave in Nederland”. PCOU Willibord wil tientallen panden renoveren en drie extra scholen bouwen om de groei bij te benen, maar stuit steeds op hetzelfde probleem. Mittelmeijer: „We krijgen de financiering niet voor elkaar.”

Iemand met gezag

Twee termen vallen voortdurend in verklaringen waarom de plannen voor een Nederlandse variant op Scholen van Morgen zijn misgelopen. Regie en versnippering. Van het eerste is er in Nederland te weinig, van het tweede te veel.

Zo zijn Nederlandse gemeenten als eigenaar van schoolgebouwen verantwoordelijk voor nieuwbouw, terwijl de schoolbesturen het onderhoud voor hun rekening nemen. Dat leidt tot tegengestelde belangen, stelde het NLII in zijn onderzoek. „Gemeenten willen bouwbudgetten zo laag mogelijk houden, terwijl schoolbesturen willen besparen op exploitatiekosten.” Wie opdraait voor renovatie of verduurzaming, „dient in overleg tussen gemeenten en schoolbestuur te worden bepaald”. „Daar is dus niemand verantwoordelijk voor”, vat Eke Schins, sectorleider onderwijs van ingenieursorganisatie Arcadis het samen.

De kracht van de Vlaamse oplossing ligt in de eenvoud en de schaal – de bundeling van projecten die betaalbare aanbesteding mogelijk maakt én grote beleggers aanspreekt. Maar juist dat is zo moeilijk gebleken in Nederland, stelt Schins, vanwege de honderden betrokken gemeenten en schoolbesturen, die vaak ook nog steggelen over zeggenschap en kosten.

Sibbing en zijn NLII hebben jarenlang vergeefs geprobeerd partijen „bij elkaar te brengen”. Hij bepleit daarom, net als Schins van Arcadis en Dijkstra van APG, een ‘regisseur’ vanuit de landelijke overheid. Sibbing: „De vraag is er van scholen, het aanbod van beleggers en technisch is het allemaal niet zo ingewikkeld. Nu moet er alleen iemand komen met gezag, die boven de partijen staat en iets kan lostrekken.”