‘In Noorwegen kan ik dit nog niet vertellen’

Psychiatrie De Noorse arts Terje Tørrissen schreef een psychiatrisch rapport over terrorist Anders Breivik. Hij wil graag over zijn ervaringen praten.

Terje Tørrissen: „Ik kan nog steeds niet bevatten dat een normaal mens tot zulke daden in staat is.”
Terje Tørrissen: „Ik kan nog steeds niet bevatten dat een normaal mens tot zulke daden in staat is.” Foto Andreas Terlaak

Volledig bij zinnen en gedreven door een diepe overtuiging vermoordde de extreem-rechtse Noorse terrorist Anders Breivik 77 mensen op 22 juli 2011. Hij was niet psychotisch, wel zijn er aanwijzingen gevonden voor een narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Dat was de conclusie van forensisch psychiaters Terje Tørrissen en Agnar Aspaas na drie maanden intensief onderzoek gebaseerd op meer dan 10.000 documenten, 230 uur opnamen van politieverhoren en 37 uur aan gesprekken met de verdachte zelf. Mede op basis van dat rapport is Breivik tot 21 jaar gevangenisstraf veroordeeld, in 2012. Het was geen lichtvaardige conclusie, zegt Tørrissen zeven jaar later. „Ik kan nog steeds niet bevatten dat een normaal mens tot zulke daden in staat is. Maar toch is dat de conclusie die we moesten trekken.”

Tørrissen (58) gaf deze week college over zijn ervaringen tijdens het Rümke-congres in Driebergen. Hij wil zijn verhaal delen met collega’s, „om hen iets te leren, maar ook om zelf in de discussie erover iets te leren”. Zo’n 250 Nederlandse psychiaters en psychologen zitten ingespannen luisterend in de zaal. „In Noorwegen kan ik hier niet op deze manier over praten. De zaak ligt daar nog altijd veel te gevoelig”, zegt Tørrissen. En dat heeft overigens niets te maken met het medische beroepsgeheim, legt hij uit. „Ik vertel hier niets dat ook niet ergens op het internet is te vinden.” Het hele proces is uitvoerig door de media verslagen, in de rechtszaal is ook alles gefilmd, inclusief de verklaringen van de verdachte, en de woordelijke rechtbankverslagen staan nog online.

Vijf uur op het podium

Het geeft Tørrissen ruimte om er vrijuit over te praten, maar toch niet helemaal. Gedurende de dag moet hij meermalen zijn woorden heel precies kiezen, anders zou hij toch over de schreef gaan. Op sommige belangrijke vragen kan hij geen antwoord geven. Die gaan bijvoorbeeld over de jeugd van Anders Breivik, toen hij als zesjarige psychologisch werd onderzocht. De rechter bepaalde dat die verslagen buiten het openbare dossier moesten blijven. „Ik heb ze natuurlijk wel gelezen”, zegt hij.

Op het congres in Zeist staat Tørrissen wel vijf uur op het podium. Verdeeld over zes lezingen passeert alles de revue. Het Noorse rechtssysteem, de jeugd van Breivik, zijn manifest, het psychiatrisch onderzoek. Het kost hem zelf ook nog altijd moeite om erover te praten. Ter ondersteuning heeft hij zijn vrouw meegenomen. Ze knikt hem bemoedigend toe vanaf de eerste rij.

De gebeurtenissen laten hem niet los. „De jongeren die gedood werden of gewond raakten op het eiland Utøya kwamen uit heel Noorwegen. Daardoor is er in elke gemeenschap wel iemand die direct of indirect met de aanslag te maken heeft gehad. Ik word er altijd weer mee geconfronteerd, bijvoorbeeld als ik langs het eiland rijd. Daarom probeer ik mezelf ook te beschermen tegen de wreedheid. Ik hoef niet alles te zien en te weten wat hij heeft gedaan. Ik moet mijn emoties in bedwang houden. Het psychiatrisch rapport gaat niet over de misdaden, maar over de persoon die ze beging. Wie is hij, is hij gezond?”

Paranoïde schizofreen

Tørrissen en zijn collega Agnar Aspaas begonnen hun onderzoek onder grote druk. Hun werd begin 2012 gevraagd een contra-expertise uit te voeren. Er lag toen al een psychiatrisch rapport bij de rechter, met de conclusie dat Breivik „paranoïde schizofreen” was en dat hij tijdens de terroristische aanslagen psychotisch was. Het rapport lekte uit naar de media en dat had veel teweeg gebracht. Als Breivik op grond hiervan ontoerekeningsvatbaar zou worden bevonden, zou hij aan strafvervolging ontsnappen, vreesden veel Noren. De auteurs, twee vooraanstaande forensisch psychiaters, kwamen onder vuur te liggen. De rechter beval een nieuw onderzoek.

Nadat hij de opdracht had aanvaard kwam hij meteen onder een vergrootglas terecht, vertelt Tørrissen: „Al op de eerste dag dat ik benoemd was, werd ik gebeld door de media. Ik vertelde ze dat ik niet zo interessant was, ik had nog helemaal niets onderzocht.”

Tørrissen en Aspaas besloten het eerste rapport naast zich neer te leggen en zelfstandig opnieuw onderzoek te doen. „We spraken ook af om in gesprekken met Breivik en onderzoek van materiaal eerst ieder ons eigen oordeel te vormen en dan pas te kijken of we op hetzelfde uitkwamen. Als we het niet eens waren geweest hadden we ieder een eigen rapport kunnen schrijven. Maar we waren allebei van mening dat Breivik redelijk normaal was.”

Opmerkelijk was hun besluit om niet, zoals het eerste team, ook getuigenissen van Breiviks ouders op te nemen. Aanleiding daarvoor was dat de moeder aanvankelijk in politieverhoren had verklaard dat haar zoon normaal was, maar na een gesprek met een psychiatrisch onderzoeker ineens was gaan verklaren dat hij gestoord was. De Nederlandse psychiaters in de zaal zaten met hun oren te klapperen toen ze dat hoorden, want stoornissen als autisme zijn doorgaans alleen betrouwbaar vast te stellen als er in de jeugd ook al kenmerken van aanwezig waren.

Maar Tørrissen houdt vol dat daar geen aanwijzingen voor waren. „Hij was als kind misschien een beetje stil en teruggetrokken, maar was wel sociaal en had ook vrienden. Hij had kenmerken die konden wijzen op een psychiatrische stoornis, maar die waren niet sterk genoeg voor een duidelijke aanwijzing in die richting. Hij zit ergens in het midden.”

Breivik gaf wenselijke antwoorden

In het onderzoek bleken de psychologische standaardtesten van weinig waarde. Breivik weigerde mee te werken aan een IQ-test en een MRI-scan. In testen die hij wel maakte gaf hij wenselijke antwoorden of hij doorzag het patroon, waardoor hij de uitkomst naar zijn hand kon zetten.

Het team kreeg toestemming van de rechter om Breivik drie weken lang te observeren. „In het ziekenhuis werd hij menselijker”, vertelt Tørrissen. „Hij is normaler dan je zou denken. Hij handelt enorm strategisch en manipulatief, hij was niet eerlijk. Maar hij toonde ook belangstelling voor anderen, was voorkomend en beleefd. Ik heb me niet bang gevoeld met alleen een tafel tussen ons in.”

Hij is normaler dan je zou denken

Terje Tørrissen over Breivik

Breiviks onverschilligheid en narcisme vielen wel op, beschrijft Tørrissen. „Zijn kennis bleek meermalen oppervlakkiger dan hij deed voorkomen. Hij beriep zich in zijn manifest onder meer op de Japanse leer bushido, de erecode van de samurai. Maar toen ik hem confronteerde met het feit dat hij alle zeven leefregels van die codex had overtreden met zijn acties, zei hij eenvoudig: dat kan mij niks schelen. Op een ander moment schepte hij op dat hij wel vijf bachelors op zijn naam had staan. Maar je hebt toch nooit gestudeerd, wierp ik tegen. Ja, antwoordde hij, maar ik heb wel 50.000 pagina’s aan boeken gelezen, en een bachelor komt overeen met 10.000 pagina’s lezen.

Redder van het land

„En ja, ook in zijn manifest gebruikte Breivik plechtstatige taal en toonde hij overduidelijk trekken van grootheidswaanzin. Hij zag zichzelf als redder van het land, en noemde zich commandant. De kwestie is of zijn uitlatingen waanvoorstellingen zijn. Het gedachtegoed van Breivik is niet uitzonderlijk als je het vergelijkt met de extreem-rechtse discussiegroepen op internet. Daar worden dezelfde boodschappen verkondigd in dezelfde soort bewoordingen als Breivik gebruikte in zijn manifest. Elementen van grootheidswaanzin zitten er wel in, maar het had allemaal een doel. Wat waanvoorstellingen lijken, gebruikte Breivik doelbewust als retoriek voor zijn politieke doel, bedoeld om angst te zaaien en medestanders te rekruteren.”

Voor zover Tørrissen heeft kunnen inschatten was ook het internationaal genootschap van ridders en tempeliers dat Breivik beschreef geen waan maar een doelbewuste fantasie, die hij heel ver doorvoerde door zelf uniformen compleet met decoraties en insignes te maken. „Maar ook dat is niet ongebruikelijk in extreem-rechtse kringen”, aldus Tørrissen.

Zeven uur verhoord

Zulke planmatigheid en organisatie past niet in het beeld van een ernstige psychische stoornis, zegt Tørrissen: „Het eerste verhoor van Breivik vlak na zijn arrestatie heeft zeven uur geduurd, van acht uur ’s avonds tot drie uur in de nacht. In dat gesprek vertelde hij minutieus hoe hij te werk was gegaan en was er slechts twee of drie keer sprake van overdrijving, wanneer hij zichzelf commandant noemde. Zo lang verstandig achter elkaar kunnen praten is bijna onmogelijk voor iemand die echt schizofreen is. Breivik is zo vol van zijn ideologie dat hij helemaal niet openstaat voor andere zienswijzen. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij fundamentalisten van IS. Maar het hebben van een extreme politieke ideologie is geen psychiatrische stoornis.”

Tijdens de dagenlange rechtszaak had Breivik een strak, emotieloos gezicht. „Daar schrok ik wel van”, zegt Tørrissen. „Slechts een paar keer speelde er een vage glimlach rond zijn mond, bijvoorbeeld bij het vertonen van de filmbeelden van de bomexplosie. Hij huilde welgeteld één keer in de rechtszaal, maar dat was bij een filmpje dat hij zelf had opgenomen om zich te trainen zijn emoties te beheersen. Dat gedrag bracht mij opeens aan het twijfelen: waren onze conclusies wel goed? Ik vroeg de rechter of ik Breivik nogmaals kon spreken. Buiten de rechtszaal, beneden in de kelder, zag ik toen weer een heel andere Breivik, totaal ontspannen en voorkomend.”

Een dieper inzicht in de psychiatrische achtergrond van de eenzame terrorist kan niet voorkomen dat er af en toe zo’n aanslag zal plaatsvinden, denkt Tørrissen. „Daarvoor moeten de samenleving en de politici die het inrichten veranderen. Mensen die andere overtuigingen hebben wegzetten als psychisch gestoord is wat mij betreft helemaal verkeerd. Dan vergroot de je alleen maar de kloof.”