‘Ik kom voor het licht van Rembrandt’

De Toerist Steeds meer buitenlandse toeristen bezoeken Nederland, in 2018 ruim 19 miljoen. Wie zijn het?

Zhe Wang uit China. Pepijn Keppel

De blauw-oranje muts van Zhe Wang (35) flappert in de wind. Hij staat voor het hek van het museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam – het museum is op maandag gesloten. Hij klopt tevergeefs op de deur. „Dat meen je niet. Dit museum wilde ik zó graag zien.”

Wang maakt analoge films en is in Nederland om inspiratie op te doen. In twee weken bezoekt hij naast Rotterdam ook Den Haag en Amsterdam. Drie jaar geleden was hij al eens in de hoofdstad. „Daardoor voelde ik me de afgelopen jaren zo energiek. Ik was het even kwijtgeraakt, die energie. Tijdens deze trip probeer ik dat terug te vinden.”

Waarom hij zich zo voelde na zijn vorige bezoek aan Nederland, weet Wang nog precies. „Ik liep over de Amsterdamse grachten. Het was fris, de lucht helder. Er zat meer zuurstof in de lucht dan je kon ademen. De zon stond laag, waardoor de grachtenpanden lange schaduwen maakten. Die schaduwen waren anders dan thuis, in Beijing. De afgelopen drie jaar probeerde ik daarmee te spelen, met die schaduw. En vergeet niet het licht. Zonder licht geen schaduw.”

Waarom is iedereen hier zo vriendelijk en open?

Juist dat licht is waar Wang zich dit bezoek mee bezighoudt, door te spelen met licht-donkercontrasten bij het maken van filmopnames – clair-obscur. „Rembrandt is de meester. Voor mij is het geen toeval dat hij uit Nederland komt. Voordat ik hier kwam leek zijn lichtgebruik haast onaards. Ik besef nu dat dat licht niet onaards is, maar Hollands.” 

„Dan nog iets”, zegt hij terwijl hij zijn telefoon uit zijn broekzak haalt. Hij tikt wat Chinese tekens op het scherm. „Sorry hoor, mijn Engels laat me even in de steek.” Dan: „Waarom is iedereen hier zo vriendelijk en open? In Beijing zou niemand op straat gedag zeggen. Mensen zijn er verlegen. Hier lijkt iedereen die verlegenheid van zich af te hebben geschud en de hartelijkheid te hebben omarmd.”