Recensie

Recensie Boeken

Perfecte lijven en levens penetreren onze slaapkamer

    • Arthur Eaton

Psychologie De meest intieme relatie van de mens is die tussen lichaam en geest. Daar schort veel aan, aldus de Vlaamse psychoanalyticus Paul Verhaeghe in zijn nieuwe boek Intimiteit. We cultiveren een instrumentele relatie tot ons lijf.

Een in 1873 gevonden antiek beeld van Venus in Nimes
Een in 1873 gevonden antiek beeld van Venus in Nimes Foto Miguel Rio Branco/ Magnum

Ooit sprak ik een Italiaanse kunstenares die vertelde dat ze al lange tijd leed aan anorexia nervosa. Als jonge vrouw was ze vele keren opgenomen geweest. Na een reeks therapieën en behandelingen was ze door haar artsen opgegeven. Onbehandelbaar, zeiden ze.

Met die prognose werd ze destijds in de schoot geworpen van een jonge psycholoog-in-opleiding uit Padua. Tijdens één van hun gesprekken gaf de man haar een interpretatie, hij zei: ‘Ik geloof dat uw lichaam uw grootste kunstwerk is. U probeert het te beeldhouwen, zoals u ook uw andere werken vormgeeft.’ Vanaf dat moment werd de aandoening voor de vrouw begrijpelijk, en daarmee hanteerbaar. Samen boetseerden zij haar terug naar een gezond gewicht.

Lang niet iedere patiënt zal kunnen rekenen op zo’n begripvolle benadering, en al helemaal niet op zo’n wonderbaarlijk herstel. Maar het verhaal laat zien dat een hoopgevende behandeling, waarbij de individualiteit van de patiënt voorop staat, wel degelijk kan leiden tot betekenisvolle verandering.

Je zou kunnen zeggen dat de vrouw van haar lichaam vervreemd was geraakt. Pas toen ze een nieuwe verhouding tot haar lichaam kreeg aangereikt, één die haar niet reduceerde tot een hulpeloze patiënt maar die juist tot haar verbeelding sprak, werd verbetering mogelijk.

Vervreemding

Aan die kunstenares moest ik denken toen ik Intimiteit dichtsloeg, het nieuwe boek van Paul Verhaeghe, de Belgische psychoanalyticus en hoogleraar klinische psychologie. Daarin beschrijft hij precies dit soort vervreemding. Zijn uitgangspunt is bedrieglijk eenvoudig: voor een goede verhouding tot anderen, tot de wereld, is een gezonde relatie met ons lichaam van belang. Maar die relatie ligt volgens Verhaeghe onder vuur. Veel psychische aandoeningen, waaronder anorexia, burn-out en depressie, zijn te begrijpen als een vervreemding van onze meest intieme verhouding – de relatie tussen ons lichaam en onze geest.

Verhaeghe is psychoanalyticus. Dat betekent dat hij, in navolging van Sigmund Freud, geïnteresseerd is in de verhalen die we over onszelf aan elkaar vertellen, en de manieren waarop die verhalen ons ziek én gezond kunnen maken. Dat zijn de verhalen uit de spreekkamer, maar ook de verhalen die we meekrijgen van de maatschappij in het algemeen, het discours waarin wij leven.

In Intimiteit onderzoekt Paul Verhaeghe wat het voor ons welzijn betekent om opgedeeld te zijn in een lichaam en een geest. ‘Dualisme’, schrijft hij, ‘gaat uit van een tegenstelling tussen twee elementen die in een machtsverhouding tot elkaar staan.’ En in die machtsverhouding ligt volgens hem de sleutel tot het begrijpen van vervreemding. Onze cultuur is er alles aan gelegen om het lichaam en de geest tegen elkaar uit te spelen. We cultiveren een instrumentele verhouding tot ons lijf.

Verhaeghe traceert minutieus hoe we ons lichaam zijn gaan beschouwen als een manipuleerbare machine. Al sinds Plato worden ons materiële lichaam en onze onstoffelijke gedachten uit elkaar gerukt. Ook in religie zijn we lange tijd aangemoedigd om onszelf úit ons lichaam te denken. De predikant zadelde ons op met een zondig lijf en een geest die alle morele verantwoordelijkheden moest dragen.

We onderwerpen ons lijf aan allerlei regimes – dieetkuren, fitness, chirurgie – om dichter bij een beeld te komen dat ons door anderen door de strot is geduwd.

In reactie daarop ontwikkelde de geneeskunde zich in tegenovergestelde richting, maar met een vergelijkbaar dualisme tot gevolg: zij beschreef het lichaam als een ontzielde machine, waardoor ziekte kon worden beschouwd als een mechanisch defect. De geest werd naar de psychologie-faculteit verbannen, waar de onverklaarbare ziektes werden behandeld. Met dat laatste model zitten we nog steeds opgescheept.

Een nieuw verhaal

Een groot deel van Intimiteit is gewijd aan beschrijvingen van hoe onze psychische toestand – met name het vermogen om emoties te doorvoelen en communiceren – bijdraagt aan de ontwikkeling én genezing van psychische en lichamelijke aandoeningen. Verhaeghes conclusie is helder: er is een nieuw verhaal nodig over de verhouding tussen lichaam en geest, waarbij er niet één de baas is over de ander. We moeten leren denken voorbij het dualisme. Maar is zo’n nieuw verhaal genoeg? Want ook al zouden plotseling alle hulpverleners gaan inzien dat onze mentale toestand van invloed is op de genese en genezing van allerlei aandoeningen, dan nog leven we in een maatschappij die lichaam en geest tegen elkaar opzet.

Lees ook: ‘Mensen leven als zombies, op 40 procent van hun kunnen’

De mooiste passages uit Intimiteit zijn Verhaeghes beschrijvingen van technologieën die ons langzaam maar zeker van ons lichaam losweken. Dat gebeurt onder meer via de media, we worden continu gebombardeerd met beelden van ideale levens en lichamen. Die beelden slaan een kloof tussen ons lichaam en het mentale beeld dat we van onszelf hebben. We straffen onszelf als we niet voldoen aan al die plastic idealen, en onderwerpen ons lijf aan allerlei regimes – dieetkuren, fitness, chirurgie – om dichter bij een beeld te komen dat ons door anderen door de strot is geduwd.

Niks nieuws, zou je zeggen. Zulke manipulatie is van alle tijden. Maar het aantal beelden en de frequentie waarmee we die consumeren is de laatste jaren fors toegenomen. Er is nauwelijks nog een publieke ruimte te vinden waar je niet wordt blootgesteld aan schermen met daarop beelden van perfecte levens en lijven. Ze penetreren zelfs de slaapkamer: ‘via smartphones kleeft het internet aan ons lichaam’, schrijft Verhaeghe.

En het is niet alleen de stortvloed aan ‘content’ die ons ziek maakt. We worden op het internet uitgenodigd om uit ons lichaam te treden en een digitale wereld te bevolken. Het lichaam wordt zo gereduceerd tot één van de vele dragers van ons ontlichamelijkte zelf: een real-life avatar, je zogenaamde flesh-vessel.

Freudiaanse pijnbank

Net zoals in zijn vorige boeken legt Verhaeghe in Intimiteit de gehele cultuur op de freudiaanse pijnbank. Want net als Freud weet hij dat iedere samenleving de pathologieën krijgt die zij verdringt. Zo wordt het mogelijk om de aandoeningen van onze tijd te begrijpen als een schreeuw om aandacht van ons wrakkige lijf. Vervreemding is de wraak van ons lichaam op het sadisme waar we het aan onderwerpen. En net als de Italiaanse kunstenares hebben we verhalen nodig om ons daarvan te bevrijden.

Om te begrijpen hoe vervreemding werkt, richt Verhaeghe zich dus niet alleen op de geneeskunde, maar ook op de filosofie, politiek en technologie. Al die verhalen grijpen in elkaar en bepalen mede hoe we in onze samenleving ziek zijn en gezond. Die aanpak leidt op het eerste gezicht tot een meanderend essay over de relatie tussen lichaam en geest, maar Verhaeghe schrijft zoals een roofdier jaagt: in steeds kleiner wordende cirkels trekt hij om zijn onderwerp heen, totdat hij er op het juiste ogenblik op duikt en de waarheid blootlegt. Het is een sublieme vertelling. Want de waarheid is even pijnlijk als inspirerend: namelijk dat vaak niet het individu ziek is, maar dat we leven in een maatschappij die de zieke onderdelen van onze persoonlijkheid aanspreekt en uitvergroot, soms tot op een ondraaglijk punt. En daar kan zelfs geen jonge psycholoog uit Padua tegenop interpreteren.