Een tijdje moslim, dan weer een tijdje junk

Profiel Gökmen T. De schutter van de Utrechtse tram bekende vrijdag alleen te hebben gehandeld. Hij nam al veel vaker zijn toevlucht tot geweld.

Hulpverleners op de plek van de schietpartij op het 24 Oktoberplein in Utrecht, afgelopen maandag.
Hulpverleners op de plek van de schietpartij op het 24 Oktoberplein in Utrecht, afgelopen maandag. Foto Ricardo Smit/ANP

Op 13 september 2018 rijdt een zwarte auto met witte spatborden met een flinke vaart tegen de achterdeur van fietsenzaak Arthur’s tweewielers in Kanaleneiland in Utrecht. „De hele flat werd wakker”, zegt de eigenaar, die de winkel al twaalf jaar runt. De chauffeur blijft in de auto zitten. De bijrijder, een pet bovenop zijn bivakmuts, wringt zich door het gat in de onderkant van de deur. Hij loopt regelrecht naar het kantoortje. Zo’n 80 euro vindt hij daar. Mede door de opvallende spatborden worden ze een half uurtje later aangehouden.

De bijrijder is Gökmen T., inmiddels bekend als ‘de tramschutter’.

T. wordt ervan verdacht afgelopen maandagochtend uit het niets drie mensen te hebben doodgeschoten. Ze zaten in een tram die het 24 Oktoberplein in Utrecht opreed. Drie anderen raakten zwaargewond, vier lichtgewond. Na een klopjacht van een halve dag werd hij tegen de avond aangehouden nadat hij geld had overgemaakt via een telefoon. De politie traceerde hem in een woning aan het Utrechtse Oudenoord.

T. wordt verdacht van meervoudige moord, poging tot moord en bedreiging. Het Openbaar Ministerie (OM) houdt „ernstig rekening” met een „terroristisch motief”, onder meer naar aanleiding van een briefje dat in de vluchtauto is gevonden, een rode Renault Clio, en wegens het feit dat T. zijn slachtoffers niet persoonlijk zou hebben gekend. Zijn broers zouden nauwe banden hebben met de moslim-extremistische Kaplan-beweging. Maar, schrijft het OM, „andere motieven worden niet uitgesloten”.

Het leven van Gökmen (37) is doorspekt met criminele activiteiten die weinig doordacht lijken uitgevoerd. Uit tientallen gesprekken met buurtbewoners en bekenden van hem – die vrijwel allemaal anoniem willen blijven uit angst voor repercussies, de namen zijn bij de redactie bekend – in de wijk Kanaleneiland doemt een beeld op van een man die in niets succesvol was.

Lees ook: Verdachte schietpartij Utrecht bekent, zegt alleen te hebben gehandeld

Plantsoentje met speeltoestellen

In 1993 verhuisden de ouders van Gökmen met hun drie zonen uit een klein dorp nabij de conservatieve stad Yozgat, in Turkije, naar Nederland. De jongste zoon, Gökmen, is dan elf of twaalf jaar. Ze komen terecht op de derde verdieping van een appartementengebouw in de Gasperilaan, in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. In het midden van de straat is een plantsoentje met speeltoestellen voor kleine kinderen en een aantal bankjes. Zijn moeder Fatma woont nog altijd in die vierkamerflat.

De Utrechtse wijk Kanaleneiland, gelegen tussen Amsterdam-Rijnkanaal en Merwedekanaal, bestaat vooral uit (sociale)huurwoningen. Portiekflats zoals in de Gasperilaan worden afgewisseld met laagbouw. Bewoners hebben weinig te besteden: een kwart verdient onder het sociaal minimum, veel mensen hebben een uitkering, volgens cijfers van de gemeente Utrecht. Jongens verdienen een zakcentje door voor de dealers uit de buurt de nummerborden te fotograferen van langsrijdende agenten in burger, vertellen ze. „Knaakje per nummerbord.”

Driekwart van de bewoners heeft een migratie-achtergrond, het merendeel heeft Marokkaanse wortels, een kleiner deel Turks. Dat bepaalt het straatbeeld. De meeste vrouwen dragen een hoofddoek.

De jongens kregen meer klappen van hun pa dan eten

Veel bewoners van Kanaleneiland hebben geen flauwe notie wie Gökmen T. is, als hij maandag wordt genoemd als mogelijke schutter in de tram. In Kanaleneiland heb je op straat een bijnaam. We noemen hem „Rooie”, zegt een buurtbewoner (50) die hem goed kent en hem zag opgroeien.

Het gezin van T. stond bekend als een probleemgezin, zegt de buurtbewoner die een paar keer per week in de Gasperilaan kwam omdat zijn toenmalige vriendinnetje daar woonde. Zijn moeder mocht het huis niet uit, zegt hij, en zijn vader was agressief. De huizen zijn er gehorig. „De jongens kregen meer klappen van hun pa dan eten.” De wijkagent kwam regelmatig langs.

Op straat waren de zonen zelf onbeschoft, met name tegen meisjes. Jonge vrouwen met blote armen of benen vonden ze „hoeren”, zegt dezelfde buurtbewoner. „Gökmen had een zwembadverbod omdat hij van mening was dat die meisjes erom vróegen om betast te worden.”

Ook de moeder van Gökmen erkent dat ze een ongelukkig huwelijk heeft. „Mijn man was niet goed voor mij”, vertelt Fatma in het blad Utrecht Voor Later (‘Hét woonplatform voor senioren in Utrecht’). Ze werd vorig jaar geïnterviewd. „Jarenlang heb ik erg geïsoleerd geleefd. Ik heb nooit geleerd me zelfstandig te redden in Nederland. Daardoor voel ik me buiten mijn vertrouwde omgeving onveilig.”

Na tien jaar scheiden ze. Mehmet, de vader, hertrouwt met de Nederlandse Sonja en gaat in het appartement bóven zijn ex-vrouw en zoons wonen, op de vierde verdieping. Uiteindelijk eindigt ook dat huwelijk in een scheiding en gaat hij terug naar Turkije. Daar trouwt hij voor de derde keer, met een Turkse. In een Turkse krant zegt de man dat hij al elf jaar geen contact meer heeft met zijn jongste zoon.

De oudste twee broers trouwen. De een verhuist naar Nieuwegein, de ander naar een andere wijk in Utrecht. Gökmen woont nog lang bij zijn moeder thuis. Recent is hij verhuisd, hij is het laatste jaar niet vaak meer door buurtbewoners gezien.

In situaties van stress snakken we naar eenduidigheid, maar goede informatievoorziening rond een aanslag mag verwarring vergroten, schrijft Beatrice de Graaf. Lees ook: Dader en motief zijn soms net zo gelaagd als u en ik

Roze muren

Fatma krijgt na de scheiding hulp om alles te verwerken en haar leven in eigen hand te kunnen nemen. Ze schildert de muren van de keuken en het toilet roze – haar lievelingskleur. Haar wereld blijft klein, haar leven speelt zich af tussen het winkelcentrum en de Turkse moskee in Kanaleneiland, en een lotgenotengroep van de GGZ waar ze wekelijks heen gaat. Ze spreekt nauwelijks Nederlands. Ze heeft steun aan andere Turks-Nederlandse vrouwen in de buurt met wie ze in haar eigen taal kan praten.

Zoals met de moeder van het Turkse gezin elders in de straat. Fatma is een lieve vrouw, zegt zij, maar ze had geen enkel zicht op haar zonen. „Wij zagen dat Gökmen niet wilde deugen, en zij was niet bij machte er iets aan te doen.”

Hij trapte in een boze bui alle spiegels van geparkeerde auto’s af

Gökmen viel niet alleen in zijn tienerjaren mensen lastig. Hij werd een agressieve, impulsieve man. Bijna iedere bewoner van de Gasperilaan kan wel een gekke anekdote over hem oplepelen, de rij incidenten is eindeloos. Een buurman: „Hij gooide een stoeptegel uit het raam en die landde vlak naast een Marokkaanse buurman.” Een jongen van dertien: „Ik was aan het schommelen en toen stond hij ineens met een jong kind voor me en zei ‘Nu van die schommel af of ik sla je tanden uit je bek’.” Een oud-buurtbewoner: „Hij trapte in een boze bui alle spiegels van geparkeerde auto’s af.”

Meestal dienen zijn geweldsuitspattingen geen enkel doel. Zo schiet hij in een decembernacht in 2013 met een Beretta op een flatgebouw, blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De politie zag twee mannen lopen, beiden een flesje bier in de hand. In het licht van de koplampen gooit een van hen ‘iets’ in de berm – het pistool. De patronen komen overeen met de hulzen die worden gevonden bij het flatgebouw. Gökmen ontkent: hij en zijn maat hebben niet geschoten.

Deze maand stond Gökmen drie keer voor de rechter: in de zaak van de fietsenwinkel-ramkraak, een dag eerder voor een fiets die hij had gestolen. En in een regiezitting wegens verkrachting op 11 juli 2017.

Bekijk ook de fotoserie: het hele land was alert na schietpartij in Utrechtse tram

Kaplanbeweging

De twee oudere broers van Gökmen zijn religieus, maar belijden hun geloof anders dan buurtgenoten. „Wij gaan altijd naar de Turkse moskee bij het winkelcentrum”, zegt een Turks-Nederlandse overbuurvrouw van 33. „Maar zij gingen ook in Duitsland naar een moskee.”

Het gaat om de Kaplanbeweging, opgericht in de jaren tachtig van de vorige eeuw in Keulen door de Turkse imam Cemelattin Kaplan. Erik Zürcher, hoogleraar Turkse talen en culturen in Leiden, was verbaasd te horen dat de extreem-radicale beweging nog aanhangers heeft in Nederland. „Het was altijd een kleine zeer orthodox soennitische beweging, met op het hoogtepunt enkele honderden aanhangers. Die waren fel tegen de seculiere republiek die Turkije toen was.”

Ik heb altijd gedacht: die jongen spoort niet

Ook op Gökmen had de religie af en toe vat. Sommige momenten liet hij ineens zijn baard groeien en droeg hij een djellaba, zegt Isa (49), een man die Gökmen in de gevangenis van Nieuwegein leerde kennen, afdeling F. „Hij vroeg of ik mee wilde gaan naar van die huiskamerbijeenkomsten. Maar dat is niks voor mij.” Die bijeenkomsten van de Kaplan-beweging werden ook in Kanaleneiland georganiseerd, zegt Isa.

Gökmen is een parttime belijdend moslim, zegt Angelique (47). Zij is het slachtoffer van de verkrachting in 2017 en wil niet met haar achternaam in de krant. Ze kende Gökmen een jaar of acht. Die verkrachting was verschrikkelijk, zegt ze. „Maar dat was hij niet, dat was de duivel. Ik heb altijd gedacht: Die jongen spoort niet.”

Angelique en Gökmen gebruikten tot een jaar geleden samen drugs – cocaïne en heroïne. Zij is sindsdien clean. „Het was een vreemde hoor”, zegt ze. „Een paar maanden moslim en dan weer een paar maanden junk.” Ook sommige bezoekers van de daklozenopvang dicht bij Utrecht Centraal kennen Gökmen. De Utrechtse verslaafde Tania (29): „We rookten weleens een pijpje in Kanaleneiland of bij Hoog Catharijne.”

Angelique schiet in de lach als ze terugdenkt aan hoe ze in zijn religieuze periode samen haar Jack Russell Bob uitlieten. „Hij had een lange baard, zo’n plat mutsje en een djellaba over zo’n wijde broek. Ik liep er naast met mijn tatoeages. Dat kon hem niets schelen.”

Ze vond hem asociaal. Als hij in de tram bier over iemand morste, moest hij keihard lachen. Gökmen werkte niet, zegt ze, hij ontving een daklozenuitkering, al woonde hij bij zijn moeder. Gökmen vertelde haar dat hij ooit kok was geweest, zegt ze, maar zij geloofde hem niet. „Hij bakte eens kipfilet voor me, die was nog half rauw.”

Hij had ook aardige kanten, vertelt Angelique. Zo nam hij weleens eten voor haar mee, dat zijn moeder gemaakt had. En hij gaf haar een keer een spijkerbroek.

De mensen om Gökmen heen vinden dat hij hulp had moeten krijgen. Er waren genoeg signalen dat hij ontspoorde, zegt de buurtbewoner met het vriendinnetje dat in de Gasperilaan woonde. „Hé die rooie mafkees”, dacht hij toen hij de foto van Gökmen langs zag komen op het nieuws. „Het heeft nog lang geduurd.”