Een leven lang gelukkig met Harry

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Sieny Cohen-Kattenburg (1924-2019) redde kleine kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het gezin in 1953 net voor vertrek naar VS.
Het gezin in 1953 net voor vertrek naar VS. g.cune-familie-archief

‘Lachende Sieny’ werd ze genoemd, het middelste kind van de familie Kattenburg in de Amsterdamse Nieuwe Hoogstraat. Haar vader had een schoenengroothandel aan huis, haar Zwitserduitse moeder zorgde voor een beschermd, veilig nest.

Met het opkomende nazisme veranderde alles. Na een inderhaast afgebroken vakantie in Zwitserland in 1939 deed het gezin nog een vergeefse poging om met de boot naar Engeland te vluchten, daarna restte hen niets dan te blijven waar ze waren. De schoenenzaak mocht blijven draaien tot de razzia van mei 1943, waarbij Sieny’s vader, moeder en broertje werden opgepakt en naar Westerbork gedeporteerd. Haar zus Jetty dook diezelfde dag onder.

Sieny zelf verging het anders: zij was in 1942 als kinderverzorgster aangenomen op de crèche van Henriëtte Pimentel op de Plantage Middenlaan 31, waar in opdracht van de nazi’s baby’s en peuters werden opgevangen wier ouders in de tegenover gelegen Hollandse Schouwburg hun deportatie afwachtten. Sieny was een van drie intern gehuisveste medewerksters die permissie hadden om de kinderen in de Schouwburg op te halen, en raakte zo betrokken bij een ingenieus sabotage-systeem dat naar schatting 600 van hen voor deportatie heeft behoed. Vanuit de crèche en via de naburige Kweekschool werden kinderen door verzetsleden meegesmokkeld naar onderduikadressen ver buiten de stad. In de Schouwburg werden intussen hun administratieve gegevens gewist; ouders kregen een pop in een dekentje mee op transport, als Sieny ze tenminste had weten te overtuigen dat het beter was om hun kind achter te laten. Waar de kleintjes heen gingen wist ze zelf ook niet.

Midden in deze chaos werd Sieny het hof gemaakt door Harry Cohen, een koerier voor de Joodse Raad die tijdens zijn brievenronde ook de crèche aandeed. Al snel kwam hij vaker; hij viel meteen op Sieny. Ze was gecharmeerd; om samen te kunnen blijven trouwden ze haastig, maar van Harry’s plan om samen onder te duiken wilde ze aanvankelijk niet weten. „Ze zei: desnoods ga ik met de kinderen mee”, vertelt Esther Shaya, die vorig jaar de biografie Harry & Sieny. Overleven in verzet en liefde publiceerde. Eind september 1943 ging Sieny overstag. Henriëtte Pimentel was al opgepakt, de crèche werd opgedoekt. Sieny en Harry doken onder in het piepkleine huisje van de familie Breyer, een groot daglonersgezin in Nieuw-Vennep, waar in mei 1945 het nieuws van de bevrijding doordrong. Van Sieny’s familie bleek alleen haar zus Jetty nog in leven.

Het jonge stel ging wonen in Rotterdam, Harry’s geboortestad. In 1946 werd zoon Leo geboren, ruim een jaar later dochter Greta. Vriendin Fiet Kriek herinnert het zich als „een rare, blije tijd”: „Na al die ellende wilden we alleen maar plezier maken. We organiseerden gezellige avondjes thuis en vierden de joodse feesten samen.”

Desondanks besloten Harry en Sieny in 1953 te emigreren. In Nederland was het verleden nooit ver weg, bij beiden groeide de angst voor een derde wereldoorlog. Twee van Harry’s ooms die in New York woonden konden garant staan.

Van Manhattan verhuisde het gezin naar ‘groener en veiliger’ Queens, waar ze lid werden van een synagoge. Thuis werd de sjabbat op vrijdagavond gevierd, maar religie was niet allesbepalend, aldus dochter Greta: „Het ging meer om traditie. Mijn ouders waren gul en gastvrij voor mensen uit alle culturen, met altijd een tafel vol eten. In Mexico-Stad, waar we in 1961 voor mijn vaders werk heen verhuisden, stond ons huis onder schoolvrienden bekend als ‘Harry en Sieny’s Inn’.”

Al die jaren bleef de oorlog vrijwel onbesproken. „Mijn moeder was beschermend. Ze wilde mijn broer en mij voor pijn behoeden”, vertelt Greta. „Maar soms sijpelde er iets door. In 1954 vonden we een keer een horloge op de stoep in New York, en toen mijn moeder zag dat het van Duitse makelij was, trapte ze het zo met haar hak kapot. Later zou ze niet meer zo fel gereageerd hebben.”

Pas in 1986 vertelde Sieny haar volledige verhaal, aan het Holocaust Memorial Museum in Washington. Het gefilmde interview dat Sieny aan hen afstond was een keerpunt, nadat ze in 1971 met Harry naar Amsterdam was teruggekeerd. Ze begon schoolklassen en studenten toe te spreken over haar oorlogstijd, waarbij ze de noodzaak van tolerantie en onderling respect onderstreepte. Ze was wars van enige suggestie van heldendom. De gedachte dat ze niet meer kinderen had kunnen redden kwelde haar nog steeds.

Met Harry bleef ze meer dan 75 jaar gelukkig. Na Sieny’s overlijden op 8 februari ontving de 99-jarige weduwnaar stapels post – ook van mensen die ervan overtuigd zijn dat Sieny hen als baby het leven heeft gered.