Opinie

De Pontsteiger, mijn Beste Gebouw van het Jaar

Auke Kok

Vriendschap sluiten met een gebouw dat je nooit hebt ontmoet, kan dat? Ik heb geen verstand van die dingen, maar ik herinner mij nog goed het gevoel dat mij bekroop toen ik er vorig jaar langs voer. Langs De Pontsteiger bedoel ik. Staande op het pontje naar NDSM zag ik de hoge kathedraal aan het IJ en ik bleef maar kijken. Een beetje alsof iemand mij pardoes voor de Taj Mahal had gezet. Was dit echt?

Het was echt en – nu komt het gekke – het voelde meteen vertrouwd. Nog nooit zoiets gezien en op een bizarre manier oké. Krankzinnig groot zonder dat je het ‘belachelijk groot’ zou willen noemen.

Natuurlijk kende ik de contouren al uit de krant. Toen had ik de artist impression onwezenlijk gevonden, een soort stoel van mega-omvang, iets voor patsers, voor architectonische uitslovers. Bij de eerste aanblik was dat weg. Hoe ze dat doen weet ik niet, maar nu kan ik dus nergens meer aan de westkant van Amsterdam-Centrum lopen zonder even te moeten kijken of ik hem zie – mijn vriend.

De Chinees hielp ook een handje mee. Toen De Pontsteiger nog in de steigers stond hoorde je verhalen over een Chinees die bovenin de woontoren Nederlands duurste penthouse had gekocht. Dat maakte het al meteen menselijk. De Chinees bleek de in Tilburg geboren Amsterdamse horeca-tycoon Won Yip te zijn. De dekselse Won Yip knipte zijn mega-appartement in stukjes en verkocht driekwart met vette winst door. Daarmee had De Pontsteiger al een verhaal voor de eerste gelukkige luxe-huurders en -kopers erin trokken. Mij best.

Ik warm vanzelf op als ik over het Westerdok fiets en in de verte die vriendelijke reus zie staan

Ik warm vanzelf op als ik over het Westerdok fiets en in de verte die vriendelijke reus zie staan. Zwijgend en robuust bij de Houthaven. De geruststellende zekerheid dat je weet waar je bent. Net als de Rembrandttoren in Oost en de tweeling van Ernst & Young in Zuid: de oriëntatie houdt de boel bij elkaar. De bonus van De Pontsteiger is bovendien dat hij vanaf het IJ als een sprookjespoort aandoet en vanaf het land als een, ja, een stoel. Niet te massief: door dat rechthoekige gat natuurlijk. Niet te arrogant ook: doordat ie geen gebouwen verdringt. De Pontsteiger lijkt ondanks zijn hoogte van negentig meter niets in de schaduw te stellen. Hij is er gewoon gezellig bij komen staan, met zijn voeten in het IJ, naast de talloze nieuwe huizen die daar nu worden gebouwd. Buiten alle Amsterdamse proportie, maar als ik goed kijk niet tussen de zon en de huizen in.

Afgelopen zondag liep ik er omheen, ik stond er onder en voelde me klein. Nee, niet gekleineerd. Gewoon prettig jaloers op de bewoners en hun duizelingwekkende uitzicht op de stad en het water en, neem ik aan, half Noord-Holland.

Een dag later las ik dat De Pontsteiger is genomineerd voor Beste Gebouw van het Jaar. Over twee maanden wordt de winnaar bekendgemaakt. De uitslag laat zich raden.

Auke Kok is schrijver en journalist.