Adriaan Visser kijkt op de zeventiende verdieping van het Havenbedrijf uit over de stad waar hij leerde lopen. „Ik ben ook mens. Een gevoelsmens.”

Foto Andreas Terlaak

Opgestapte Rotterdamse wethouder Visser: ‘Het was een lelijk politiek spel’

Adriaan Visser, ex-wethouder van Financiën

De opgestapte D66-wethouder vertelt voor één keer over de lekaffaire, de politiek van vandaag en zijn stad Rotterdam. ‘Mijn enige verslaving was mijn werk’.

Het was „een lelijk politiek spel”, zegt ex-D66-wethouder Adriaan Visser over zijn aftreden in de lekaffaire. Op dinsdagochtend 5 februari probeerde hij zijn collega-wethouders nog uit te leggen waarom hij een risico-analyse over het Schiekadeblok naar de pers had gelekt. Dat dit pdf-document uit 2009 volgens hem níet geheim was. Dat hij de kritische verslaggeving over zijn hoofdrol in het vastgoeddebacle bij het stationsgebied onterecht vond. Dat hij zichzelf niet kon verdedigen.

„Maar er was niet zo veel ruimte voor nuance en context”, zegt Visser over die collegevergadering met zijn negen collega’s van coalitiepartijen VVD, GroenLinks, PvdA, D66, CDA en ChristenUnie-SGP. „Het was in elk geval meer een gesprek tussen politici, dan tussen bestuurders. Als college hebben we wel andere crises mee mogen maken. Groot, klein: dat los je onderling wel op.”

Visser zag geen goede opties meer. Hij sprak zijn partner Caroline, besloot af te treden, schreef een ontslagbrief en verliet het stadhuis. „Ik drink nauwelijks alcohol. De enige verslaving die ik had, was mijn werk. Het was een bijzondere, niet fijne ervaring – iets wat je wel talloze keren in het nieuws hebt gezien bij andere mensen op andere plekken. Dat je ’s avonds naar huis gaat en de volgende dag denkt: wat ga ik eigenlijk doen?”

‘Ambtsmisdrijf’

Op de zeventiende verdieping van het Havenbedrijf kijkt Adriaan Visser uit over de stad waar hij leerde lopen. Hier wil de ex-wethouder Financiën, Haven, Organisatie en Majeure Projecten voor één keer zijn verhaal doen. Terughoudend, want zelf wil Visser liever praten over de stad, politiek en de toekomst dan over lekken, zijn vertrek en de aangiften tegen hem wegens een ‘ambtsmisdrijf’.

Visser – altijd strak in het pak – heeft zijn stropdas maar thuisgelaten, lacht hij. Hij oogt wat gespannen, maar praat als vanouds op volle snelheid, met af en toe een kwinkslag. Met communicatieadviseur Gert Jan Verhoog, die naast hem zit, heeft hij „een beetje geoefend”.

Hoe gaat het?

„Met mij?”

Met u.

„Ik heb best een stevige periode achter de rug. Een combinatie van verbazing over wat je overkomt, wat er precies gebeurt. En natuurlijk boosheid en verdriet.”

De eerste dagen heeft Visser met familie en vrienden gereflecteerd, vertelt hij. Vele meelevende, maar ook verontwaardigde mailtjes beantwoord. Hij heeft drie dagen alleen op Schiermonnikoog gewandeld, waar zijn ouders elkaar ooit leerden kennen. In de voorjaarsvakantie is het gezin naar Senegal gereisd. Hij mist het werk, zijn team en de sfeer in het stadhuis, van politieke vrienden tot de bodes.

„Maar ik moet zeggen: we zijn een paar weken verder. Ik heb een groot deel van mijn energie weer terug. En voor mij is er maar één weg: voorwaarts.”

Hier spreekt een opgestapte wethouder die zich oriënteert op een nieuwe baan. Heeft vast met DNA en opvoeding te maken, zegt Visser. Thuis was het vaste wederopbouwcredo ‘Aan den Slag!’.

Partijloos

Adriaan Visser (1965, Groningen) groeide op in Hillegersberg als de jongste van twee broers. Zijn „papa” – Visser zegt het op zijn Frans – is Henk Visser, emeritus hoogleraar kindergeneeskunde en oud-directeur van het Sophia Kinderziekenhuis. Zijn moeder Margreet overleed enkele jaren terug. Het was een liberaal gezin met een klassieke rolverdeling. In de vrije tijd zeilden ze met hun boot in Enkhuizen, ook de Noordzee op.

Na een halve studie rechten en hele studie bestuurskunde werkte Visser zestien jaar lang als consultant. Bij een voorloper van PWC, de Nationale Investeringsbank en als partner bij Twynstra Gudde. Hij begeleidde allerlei grote projecten: van de doorstart van Fokker en de aanleg van de Betuwelijn, tot de verzelfstandiging van het Havenbedrijf en de financiering van de Tweede Maasvlakte.

„Toen belde nota bene een Amsterdamse headhunter voor een Rotterdamse baan”, zegt Visser. De functie van directeur van het OntwikkelingsBedrijf Rotterdam (OBR) van de gemeente. Van 2006 tot 2013 werkte Visser aan de bouw van de stad, zoals Calypso, De Rotterdam, de Markthal én het Schiekadeblok. Projecten met een nieuwe stimuleringsmaatregel: de gemeente kocht de grond en ontwikkelaars betaalden er alleen erfpacht voor. Zo bouwde Rotterdam in de crisis door.

“Ik heb best een stevige periode achter de rug.”

Het was D66-leider Alexander Pechtold die Visser in 2014 de politiek en de partij binnenhaalde – Visser was nog geen lid. Hij werd wethouder Financiën, Cultuur en Sport in het vorige college van Leefbaar Rotterdam, D66 en CDA. Met spijt liet hij in 2015 de portefeuille Cultuur vallen, wegens zijn relatie met Caroline Pietermaat, directeur van Jeugdtheater Hofplein. Ze wonen nu samen met haar jonge kinderen op Katendrecht, Vissers eigen kinderen studeren al.

In het huidige college zat Visser met zeven nieuwe wethouders zonder wethouderservaring. De coalitie heeft net als de vorige een minimale meerderheid van 23 zetels, maar door politieke versplintering is de situatie complexer, zegt hij. „Er zijn tien wethouders en zes coalitiepartijen. Die zes, dat zijn de vier partijen die de landelijke regering vormen met de belangrijkste Haagse oppositiepartijen er nog eens bij: GroenLinks en de PvdA. Het wordt een ‘brede middencoalitie’ genoemd, maar het is wel héél breed.”

Het Rotterdamse college rond de installatie in juni 2018: Van links naar rechts: Barbara Kathmann (PvdA), Adriaan Visser (D66), Bas Kurvers (VVD), Judith Bokhove (GroenLinks), burgmeester Ahmed Aboutaleb (PvdA), Richard Moti (PvdA), Sven de Langen (CDA), Said Kasmi (D66), Bert Wijbenga (VVD), Arno Bonte, Michiel Grauss (ChristenUnie-SGP). Visser is in maart 2019 opgevolgd door Arjan van Gils (D66). Foto Eric Fecken

De lekaffaire

De lekaffaire heeft de verhoudingen binnen de coalitie en met de oppositie op scherp gezet. Het begon eind januari met het eveneens uitgelekte Rekenkamer-rapport over het Schiekadeblok naast Rotterdam CS. De gemeente sloot in 2009 een erfpachtovereenkomst met projectontwikkelaar LSI voor de bouw van hoge torens met kantoren, woningen en restaurants. Maar LSI kon later geen erfpacht meer betalen, het project viel stil en de gemeente moest 20,8 miljoen euro reserveren voor een mogelijk verlies.

Het Rekenkamer-rapport, dat deze maand in de raad wordt behandeld, bevat harde conclusies. Het college is jaren onjuist geïnformeerd over risico’s die intern wel bekend waren. Er was een top down-cultuur waarbij checks and balances ontbraken en waarschuwingen van onderaf werden genegeerd. Verantwoordelijk waren vooral twee topambtenaren: Adriaan Visser als directeur van het OBR en Carl Berg als financieel directeur van de dienst Stadsontwikkeling, nu financieel directeur van Stadion Feijenoord. Toenmalig PvdA-wethouder Hamit Karakus komt er beter uit: hij heeft de verliezen nog beperkt, zegt de Rekenkamer.

Visser kon zichzelf in de gemeenteraad niet verdedigen voor zijn handelen als topambtenaar, omdat VVD-wethouder Bas Kurvers (bouwen en wonen) nu politiek verantwoordelijk is. Al weken werkte het ‘team-Kurvers’ binnen de coalitie aan een verdedigingsstrategie. „Ik heb echt op afstand gezeten”, vertelt Visser. „Waardoor je wel denkt: potverdikkeme, wat komt er nou straks aan?”

Lees ook: De Rotterdamse lekaffaire is meer dan een stadhuissoap, het draait om het functioneren van het lokale bestuur.

Toen er artikelen over hem verschenen, lekte Visser een document over het Schiekadeblok aan een krant en aan CDA-fractievoorzitter Christine Eskes die het ook aan de pers lekte. Het ging om een presentatie voor het college van 23 juni 2009. Het stuk toont volgens Visser aan dat de risico’s van een faillissement van LSI en grondwaarderisico’s vooraf wel degelijk zijn gewogen. Volgens de Rekenkamer gaat het om een geheim collegestuk. Maar het college stelt na onderzoek dat het een werkversie met gedateerde info betreft, die niet (meer) geheim is.

Het lekken lekte uit, PvdA-burgemeester Ahmed Aboutaleb kreeg een melding en Visser biechtte het hem zaterdag 2 februari op. „In een emotionele opwelling” probeerde hij de beeldvorming bij te sturen, schreef hij in zijn ontslagbrief.

Waarom vertrouwde u niet op de verdediging van wethouder Bas Kurvers?

„Dat is een terechte vraag. Ik was de enige van het hele setje [het college] die dit vanaf 2009 helemaal heeft doorleefd. Natuurlijk was de afspraak – en daar heb ik me ook niet aan gehouden – om op afstand te blijven. Maar de eerste ambtelijke versie van het Rekenkamer-rapport heb ik in de zómer van 2018 gezien. Dan ga je vanaf dat moment eigenlijk door een hele eenzame periode. Er komt een nieuw college dat de materie en de context van toen niet kent, en ook de nuance niet kan aanbrengen bij de ambtelijke en bestuurlijke reactie op het Rekenkamer-rapport. Het vertrouwen in een team wat zoiets doet, moet groeien.”

Een deel van het Schiekadeblok, naast Rotterdam Centraal. De Rekenkamer bracht in januari een kritisch rapport uit over het vastgoeddebacle in dit stationsgebied. Foto Rien Zilvold

De verdediging werd voor u al voorbereid. Het Schiekadeblok speelde tien jaar geleden. Als u niet had gelekt, was u nu zeer waarschijnlijk nog wethouder.

„Correct. Dat heb ik wel een aantal keren terug gehoord, ja.”

Heeft u erover gedroomd?

„Nou, gedroomd. Ik heb er wel eens over nagedacht. Maar ik ben ook mens. Een gevoelsmens. Het rapport van de Rekenkamer is zelf net zo goed gelekt. En als je artikelen in de krant ziet staan, waarin je jezelf zo-ontzettend-niet-herkent… Het team [team-Kurvers] heeft enorm zijn best gedaan bij de verdediging. Maar ik denk dat ze mijn emotie bij het dossier hebben onderschat. Dat geldt voor het gehele college. Kijk, ik ben letterlijk niet bij dat team gaan zitten. En of dat achteraf gezien nou de beste strategie was? Ik denk dat dat op de Coolsingel nog wel eens door de hoofden schiet.”

De presentatie kwam uit het persoonlijk archief van Carl Berg. U heeft het beiden zelf ingebracht bij ambtenaren. Want u dacht: dit is de originele presentatie?

„Correct. Wij hebben in de zomer van 2018 geen seconde getwijfeld.”

Had u toen niet het besef: dit is een collegestuk en per definitie geheim?

„Ik heb zelf als ambtenaar niet tien, maar tientallen presentaties gehouden in het college. En een dag later houd je diezelfde presentatie op een andere plek. De beraadslaging in het college is natuurlijk vertrouwelijk, maar de presentaties die eraan vooraf gaan lang niet altijd.”

Dat klinkt toch als: de ene dag is iets geheim, de volgende dag niet meer.

„Nee, mijn standpunt is dat het helemaal niet geheim is. Ik vind dat het college dit heel zorgvuldig heeft afgepeld, en daar ben ik ze ook dankbaar voor. Maar ik laat dat verder echt aan de deskundigen.”

Als het document niet geheim is, waarom bent u dan opgestapt?

„Op die dinsdag 5 februari ging het in het college veel meer over het wíe, dus over mijn rol, dan over het wát, het Schiekadeblok en de erfpachtmaatregel. En daar kwamen zware termen naar boven.”

Zoals?

„Afschuwelijke dingen die ik niet op mij netvlies had, zoal een ambtsmisdrijf. Die term kwam nogal snel naar boven.”

Door wie? Verschillende partijen?

„Ja.”

Zat u anderen in de weg? U was de belangrijkste wethouder, had de meeste ervaring, ging over het geld. Speelde dat?

„Ik geloof dat ik daar niet te veel over moet uitweiden.”

Wat kunt u er wel over zeggen?

„Dat ik een hele mooie portefeuille had. Die invloedrijk was.”

Dus het heeft wel een rol gespeeld.

„Ik kan me goed voorstellen dat dat een rol heeft gespeeld.”

Of was het de druppel? U sleepte ook een aantal lastige dossiers mee: de Waterfront-fraudezaak, de vertraagde Hoekse Lijn, Feyenoord City waar kritiek op is.

„Nee. Dat is niet aan de orde geweest. Als dat op andere plekken is gebeurd, heeft het zich aan mijn zicht onttrokken. Overigens, Waterfront is een zwarte bladzijde, Maar Feyenoord City ben ik heel trots op.”

“Ik ben ook een grote fan van De Kuip – dat weet iederéén. Maar we moeten verder.”

Was het verwijt van de PvdA dat u zichzelf probeerde vrij te pleiten, ten koste van oud-wethouder Hamit Karakus?

„Even los van of de PvdA dat heeft gezegd, want daar ga ik niet op in: ik heb een hele goede relatie met Hamit. We hebben dit samen gedaan en we hadden een geweldig onderhandelingsteam.”

Waarom is het dan tóch fout gegaan bij het Schiekadeblok?

„Nou, ik denk door die lange crisis met een ‘double dip’: een financiële, economische én vastgoedcrisis. Als je googlet op het aantal vastgoedbedrijven in 2008, en kijkt hoeveel er over waren in 2012, 2013? Een ongekende faillissementsgolf.”

Klopt het dat coalitiepartijen wilden onderhandelen over uw aanblijven? De VVD zou dan Feyenoord City overnemen, GroenLinks de Hoekse Lijn?

„Het enige wat ik daarover wil zeggen is: ik heb vanaf moment één gezegd dat ik niet wilde meedoen aan welke koehandel dan ook. Dat was mijn letterlijke tekst.”

Het waren niet uitgewerkte voorstellen?

„Alleen de suggestie van een koehandel, was voor mij niet de juiste suggestie.”

CDA-fractievoorzitter Eskes zou namens de coalitie onder meer de woordvoering doen over het Schiekadeblok. Was het nodig haar te betrekken bij het lekken?

„De afspraak was dat je je als coalitie voorbereidt op de debatten: heel gebruikelijk. De afspraak was ook dat degenen die de woordvoering zouden doen, wat munitie mee zouden krijgen. Daar kun je zelf bij bedenken hoe dit is gegaan.”

De oppositie verwijt de coalitie een gebrek aan dualisme in deze affaire.

„Ik ben op zich een voorstander van dualisme, maar kijk ook naar politieke context. De zetelverdeling 23-22 vraagt af en toe om overleg hoe je het stadsbestuur stabiel houdt. En ik heb het in mijn eigen fractie gezien: die zijn echt in staat wethouders voldoende te ondervragen.”

Lees ook: Lekaffaire wordt een zaak van justitie

Het lekken van een mogelijk geheim document door een wethouder naar een raadslid uit de coalitie: is dat dualisme?

„Ik heb daar niet over nagedacht als wel of geen dualisme.”

De oppositie, uw voormalige collega-wethouder Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam voorop, heeft aangifte tegen u gedaan, en burgers ook. Ziet u dat als een politieke show of raakt het u?

„Nou, ik heb goede [juridische] ondersteuning, dus ik weet wel ongeveer wat hieruit gaat komen. Ik zie het ook in het kader van de Provinciale Statenverkiezingen. Ik zie het in de verhouding van 23-22. Joost Eerdmans moet dat zelf weten, maar ik heb er wel mijn gedachten bij.”

Wat zijn die gedachten?

„Dat kun je wel raden. Als je vier jaar met elkaar in een lastige politieke context hebt gezeten. Als politicus kun je dat doen, als mens kan ik het niet begrijpen.”

Kunt u zich vinden in de harde conclusies van de Rekenkamer?

„Nee, ik vind dat er echt te weinig ruimte is voor context en nuance, en hoe de erfpachtmaatregel door verschillende teams bij verschillende projecten is ingevuld. Daar waren andere directieleden bij, mensen uit de ambtelijke organisatie, juristen, notarissen, mensen die het aan Europese staatssteunregels toetsten…”

„Ik heb echt op afstand gezeten. Waardoor je wel denkt: potverdikkeme, wat komt er nou straks aan?” Foto Andreas Terlaak

De kritiek richting u en Carl Berg is dat u doof was voor kritiek van onderaf.

„Dat beeld herken ik niet, omdat we het met heel veel mensen hebben neergezet. Wij hebben nooit iedereen kunnen meenemen in het proces. Maar wij hebben wel heel veel input meegenomen.”

Waar komt dat terugkerende beeld dan vandaan, van u en Carl Berg als twee cowboys op een tandem? Bij het Schiekadeblok en nu bij Feyenoord City.

„Ik kan alleen maar mijn beeld daarvan geven. Misschien moet je het vooral anderen vragen. De kennis en kunde van Carl Berg en Adriaan Visser passen enorm goed bij elkaar. Hij is financieel buitengewoon goed onderlegd. Hij maakt de spreadsheets, de sommen. En ik kan het proces goed managen, vind ikzelf.”

Is dit in uw ogen een Rekenkamer die zich profileert met een kritisch rapport?

„Daar vinden allerlei mensen wat van, ik ook. Maar dat hou ik even voor me, want ik ben onderdeel hiervan. Ik wacht de politieke behandeling af.”

Rekenkamer-directeur Paul Hofstra heeft uw aftreden „volstrekt terecht” genoemd. De juridische visie van de Rekenkamer is naar het OM gestuurd. Wat vindt u van de rol van de Rekenkamer?

„Ook daarvan vind ik van alles, maar de meest nette bewoording is dat ik me wel heb verbaasd over de rol die wordt gespeeld. Hij speelt zijn rol met verve, laat ik dat dan wel hebben gezegd.”

Welke rol speelt Hofstra volgens u?

„Hij neemt zijn taakopvatting breed als Rekenkamer-directeur. Dat is aan hem.”

Wat u nu niet meer meemaakt, is hoe het verder gaat met Feyenoord City.

„Nee, als klein jongetje mocht ik al mee naar De Kuip in de auto van de heer Louis van Stolk, van de houthandel en de Atlas van Stolk. Ik zal nooit een andere club trouw zijn dan Feyenoord. Dan is het best lastig, als je met Feyenoord City aan de slag moet. Ik denk niet dat een ander dossier in de stad zoveel emotie oproept en dat snap ik dondersgoed. Ik ben ook een grote fan van De Kuip – dat weet iederéén. Maar we moeten verder. Ik vond het oude Centraal Station ook geweldig, maar het nieuwe is veel beter. Geen goede vergelijking, want elke vergelijking is voor het Legioen… maar daar hoor ik ook bij.”

Maakt u zich zorgen over de financierbaarheid van het project?

„Het is een uitdaging, want het is veel geld. Het gaat om mensen die hart voor Rotterdam en Feyenoord hebben en willen investeren. Dat vraagt om een verleidingsstrategie, maar het kan wel.”

Waar u jaren aan heeft gewerkt, is de verkoop van energiebedrijf Eneco. Dat kan de stad wellicht een miljard euro opleveren. Wat wilde u met dat geld doen?

„In elk geval samen werken aan de duurzame energietransitie. Er ligt een enorme opgave in de haven, maar de stad mag niet achterblijven. We krijgen een discussie hóe we van het aardgas af gaan: elektrificeren of restwarmte uit de haven gebruiken? En de stad groeit van 630.000 naar 700.000 mensen. We willen de stad bereikbaar houden met een derde oeververbinding, we willen eigenlijk een heel rondje met de metro kunnen maken. We willen dat mensen hun opleiding afmaken en een wooncarrière kunnen maken. Het gaat goed met Rotterdam, maar we zijn er nog lang niet. Dat geld van Eneco is nooit genoeg, maar het gaat wel helpen.”

Krijgt Rotterdam een geldprobleem?

„Nou, als wethouder Financiën heb ik bij de VNG [Vereniging van Nederlandse Gemeenten] altijd gezegd, dat de financierbaarheid van de stad in het geding begint te komen. Rotterdam heeft een begroting van 3,5 miljard euro, maar de enige knop waar je echt aan kunt draaien is de Onroerende Zaak Belasting – en dat is politiek lastig, want je wilt lasten van burgers juist verlagen. De rest van het geld komt uit het landelijke Gemeentefonds. Dus als je er taken bij krijgt, zoals de energietransitie die in deze stad miljarden kan kosten, moeten we in Rotterdam en andere steden naar een nieuw model. Met maatschappelijke investeringen, zoals in een goed OV-netwerk, door bijvoorbeeld pensioenfondsen en andere grote beleggers.”

Heeft dat geldprobleem niet ook te maken met de politieke ambities van een college met tien wethouders? De begroting heeft voor miljoenen aan niet ingevulde ‘stelposten’: Grieks begroten noemde Eerdmans van Leefbaar dat.

„Mjah, dat zou ik ook doen als oppositie. Het zou heel gek zijn als een nieuw college geen mooie grote ambities heeft. Of die allemaal haalbaar zijn, zal blijken.”

Heeft ú nog politieke ambities?

„Nou, ik denk dat ik voorlopig… Ik ben, en dat zeggen mensen ook tegen mij, meer een bestuurder die houdt van project- en procesmanagement dan een politicus. Ik heb een fijne maatschappelijke carrière gemaakt, niet puur privaat want daar ligt mijn ambitie niet. Ik zeg ook tegen iedereen die ik spreek over banen: ik heb geen dure hobby’s. Het salaris van een wethouder is een prachtsalaris, maar in vergelijking met het bedrijfsleven…”

Schiet u politiek tekort?

„Ongetwijfeld. Wat ik jammer vind, is hoe partijen verschillen uitvergroten. Dat zie ik op landelijk en lokaal niveau en zeker ook in Rotterdam. Terwijl Nederland een land is van coalities, van polderen, van Hand in Hand, Kameraden – het is mijn clublied. Ik heb het van begin af aan ook in deze en de vorige coalitie gezegd: voor alle grote besluiten moet je een ruime meerderheid in de raad zoeken. Feyenoord City, het Collectiegebouw van Museum Boijmans van Beuningen, de begroting: het zijn eigenlijk besluiten van alle Rotterdammers. Dat vraagt meer politiek handwerk, meer tijd en energie om tot elkaar te komen. Ik denk dat dat nu niet overal het geval is. De bestuurbaarheid en toekomst van een stad staat of valt met stabiliteit. Burgers en investeerders kijken liever naar stabiliteit, dan naar partijen die rollebollend over straat gaan.”

Correctie 22-03-2019: In het CV stond abusievelijk dat Visser accountant was. Hij was consultant. Dat is hierboven aangepast.