De man die in 1980 met een daverende knal opstapte

Necrologie Frans Andriessen (1929-2019) Frans Andriessen was in de jaren zeventig als leider van de KVP één van de sleutelfiguren in de fusie die leidde tot het CDA. Hij stond bekend als zeer kritisch politicus.

Toenmalig premier Dries van Agt (links), minister van Financien Frans Andriessen, en minister van Sociale Zaken Wil Albeda in de Tweede Kamer.
Toenmalig premier Dries van Agt (links), minister van Financien Frans Andriessen, en minister van Sociale Zaken Wil Albeda in de Tweede Kamer. Foto Hans Steinmeier

De minister die in 1980 de moed had om wél op te stappen. Dat is de politieke nalatenschap van de vrijdag op 89-jarige leeftijd overleden oud CDA-politicus Frans Andriessen. Die daad van verzet is tevens zijn tragiek. Los van het voortijdig zelfgekozen vertrek dat zijn hele verdere leven aan hem vast geklonken zou blijven, had Andriessen namelijk nog zoveel andere dingen op zijn politieke cv staan: laatste fractievoorzitter en lijsttrekker van de Katholieke Volkspartij (KVP) voordat deze in 1980 opging in het CDA, hoofdrolspeler ten tijde van het roerige kabinet-Den Uyl en, nadat hij de binnenlandse politiek had verlaten, twaalf jaar lang invloedrijk lid van de Europese Commissie. Ten slotte, zoals dat is gaan heten: partij-mastodont, actief in diverse commissies.

Maar altijd gaat het weer over dat vertrek met die daverende knal. Als minister van Financiën in het in 1977 begonnen kabinet Van Agt-Wiegel, dat regeerde met steun van CDA en VVD, kon Andriessen zich niet verenigen met de in zijn ogen te zwakke bezuinigingsvoorstellen die onder de naam Bestek ’81 werden voorbereid. Omdat zijn bezwaren niet serieus werden genomen, besloot hij op 20 februari 1980 af te treden.

Vier pagina’s

In zijn liefst vier pagina’s tellende openbare ontslagbrief aan premier Van Agt somde hij al zijn kritiek nog één keer op. Voor de Nederlandse economie dreigde een „versneld afglijden”. Daarom was een fors bezuinigingspakket nodig. Vier miljard gulden (1,8 miljard euro) eiste hij. Zijn collega’s in het kabinet wilden niet verder gaan dan de helft.

Frans Andriessen Foto Vincent Mentzel

„De gemakkelijkste weg op korte termijn zal spoedig blijken de moeilijkste en een zeer schadelijke te zijn. De werkgelegenheid en het hele gebouw van de sociale zekerheid staan daarbij naar mijn oordeel op het spel”, aldus Andriessen. De koele cijfers gaven hem later gelijk. De werkloosheid verdrievoudigde van 209.000 mensen begin 1980 naar 639.000 eind 1982.

Vooral de houding van de VVD-ministers onder leiding van vicepremier Hans Wiegel, die weigerden de principiële minister te steunen, had hem teleurgesteld. „Volstrekt ongeloofwaardig”, oordeelde Andriessen later over hun houding. Dries van Agt zei in 2008, dat hij het laten gaan van Andriessen als „zijn grootste fout” als premier beschouwde.

Acht zetels verlies

Frans Andriessen belandde in 1967 als Tweede Kamerlid voor de KVP in de nationale politiek. Het waren de verkiezingen waarbij de partij acht zetels verloor en er nog 42 overhield. De oud-directeur van het Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting hield zich in de Tweede Kamer met hetzelfde onderwerp bezig. De debatten over het woningbouwprogramma en de jaarlijkse huurverhoging zorgden telkens weer voor politiek spektakel en gaven hem profiel in de fractie. Vandaar dat hij eind 1971 naar voren werd geschoven als fractieleider, toen Gerard Veringa om gezondheidsredenen onverwachts was afgetreden.

Foto Vincent Mentzel

Onder het lijsttrekkerschap van Andriessen hield de KVP bij de vervroegde verkiezingen van 1972 nog maar 27 zetels over. De kerken liepen leeg en aanverwante politieke partijen volgden. Onder de strijdkreet ‘we horen bij elkaar’ probeerde de KVP samen met de protestantse Anti Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk Historische Unie (CHU) door middel van een fusie het aanhoudende electorale verlies tot staan te brengen. Andriessen was in de jaren zeventig als politiek leider van de KVP één van de sleutelfiguren in het fusieproces dat in 1980 met de definitieve vorming van het CDA zijn beslag kreeg.

Rekkelijke school

Moest het CDA een open, voor ieder toegankelijke partij zijn die zich op het evangelie baseerde, of een partij die het evangelie als „grondslag” voor zijn handelen hanteerde? Dit was de vraag die de katholieken en protestanten verdeeld hield en tot zeer diepgaande principiële discussies leidde.

Frans Andriessen was van de rekkelijke school die vond dat iedereen lid van het CDA moest kunnen worden. „Het is geen christelijke partij”, zei hij in een interview. Dat was tegen het zere been van Wim Aantjes, partijleider van de ARP. Met de formulering dat het evangelie „leidraad” diende te zijn, werd de discussie na lange tijd beslecht.

Een sleutelrol speelde Andriessen ook ten tijde van het kabinet-Den Uyl dat in 1973 na een uiterst moeizame kabinetsformatie aantrad. „Rood met een witte rand”, noemden

Frans Andriessen ontmoet, als Eurocommissaris, de Japanse premier Kiichi Miyazawa. Foto AFP

PvdA’ers het kabinet graag, tot ergernis van de KVP en de ARP die ook ministers voor dat kabinet hadden geleverd. Vanuit de Tweede Kamer probeerde Andriessen, die tegelijk volop bezig was met de vorming van het CDA, de progressieve ambities te temperen. „Ik vond Den Uyl een drammer, een man die nooit kon ophouden”, zei Andriessen jaren later. „Een slak die afremt in de bocht”, noemde cabaretier Wim Kan de KVP-leider in die tijd.

Veto

Vanwege zijn kritische houding wilde de PvdA niet dat Andriessen minister zou worden in het tweede kabinet-Den Uyl, dat eind 1977 na maanden onderhandelen programmatisch rond was. Het veto leidde ertoe dat het kabinet er helemaal niet kwam. De christelijke partijen gingen met de VVD van Hans Wiegel onderhandelen. Anderhalve maand later stond het kabinet Van Agt-Wiegel op het bordes rond koningin Juliana. Minister van Financiën: Frans Andriessen met drie jaar later de bekende afloop.

In 1981 benoemde het kabinet hem tot Europees Commissaris bij de slechts twaalf lidstaten tellende Europese Unie, die toen nog Europese Gemeenschap (EG) heette. Hij zou in totaal twaalf jaar commissaris blijven met verschillende portefeuilles (mededinging, landbouw, externe betrekkingen) en is daarmee de langst zittende Nederlandse commissaris uit de geschiedenis.

Volgens de Fransman Jacques Delors, tien jaar lang voorzitter van de Commissie waarin Andriessen zitting had, was de Nederlander één van zijn drie „belangrijkste” collega’s. „Een monument van een commissaris”, aldus Delors in 1993.

Ed van Thijn (Pvda) en Frans Andriessen volgen de verkiezingsuitslagen voor de Tweede Kamer, mei 1977.

De gepensioneerde Andriessen bleef in Brussel wonen en ging midden jaren negentig deel uitmaken van de grote groep informele adviseurs die het CDA kende. Hij werd in 1995 voorzitter van het Strategisch Beraad die de partij na de zware verkiezingsnederlaag van 1994 onder leiding van Elco Brinkman (min 20 zetels) een nieuw inhoudelijk gezicht moest geven.

PVV

In 2010 liet Frans Andriessen samen met een aantal oud-gedienden uit de partij door middel van een open brief in NRC Handelsblad nog één keer van zich horen. Dat was aan de vooravond van het befaamde congres waar het CDA moest besluiten tot samenwerking van het kabinet met de PVV van Geert Wilders. De fractie werd opgeroepen hier vanaf te zien. Het zou leiden tot een „scheiding der geesten in de samenleving en een grote verdeeldheid in het CDA”, waarschuwde hij.

Net als in 1980 werd er niet naar hem geluisterd. Maar weer zou Frans Andriessen gelijk krijgen. Zoals NRC-commentator J.M. Bik al in 1980 over hem oordeelde: „Een man met een tamelijk rechte rug. Rechter dan vaak gebruikelijk in het CDA.”