De koning van de honkslag kreeg een passend vaarwel

Ichiro Suzuki Zijn frèle lichaam doorstond een uitzonderlijk lange honkbalcarrière, maar voor legende Ichiro (45) is het nu toch echt klaar.

Ichiro Suzuki ging in Japan met pensioen, in het tenue van de club waar hij een legende werd, Seattle Mariners.
Ichiro Suzuki ging in Japan met pensioen, in het tenue van de club waar hij een legende werd, Seattle Mariners. Foto Reuters

Een journalist had hem eens gevraagd wat hij ging doen als hij ooit stopte met honkballen. „Ik denk dat ik dan gewoon doodga”, had Ichiro Suzuki toen geantwoord. Mensen om hem heen konden het zich ook niet voorstellen, hij niet op het veld, wat moest hij dan? Ze vreesden grappend dat hij nog gelijk zou krijgen ook.

Ichiro deed het al vanaf zijn derde, dag in, dag uit, en elk seizoen weer bewees hij dat er niet zoiets was als te oud zijn voor het allerhoogste niveau. Ichiro had ook altijd gezegd – bloedserieus – dat hij door wilde tot zijn vijftigste. Maar zijn bovenmenselijke lichaam was niet buitenaards. Donderdag stopte hij op zijn 45ste.

Een passend afscheid voor de man van wie de voornaam genoeg was. Uitkomend voor het team, Seattle Mariners, waar hij een legende werd, in het land waar hij een legende bleef. In de Tokyo Dome, voor 46.000 fans voor wie hij een halfgod is. Zijn gezicht getekend door de tijd, de haarlijn verschoven, grijs en niet meer zwart. Maar nog één keer die kenmerkende slaghouding, zo vaak geïmiteerd, de maniertjes. Knuppel in zijn rechterhand voor zich uitgestrekt, met zijn linkerhand zijn rechterschouder vastgepakt. Zijn benen in een ‘x’ dicht bij elkaar. En dan slaan.

Koning van de honkslag was hij. 4.367 in 28 seizoenen, verspreid over Japan en de VS. Niemand deed hem dat ooit na. Zeven keer een All-Star in het Nippon Professional Baseball in Japan, waar hij in 1992 voor Orix BlueWave debuteerde. Tien keer in de Major League Baseball (MLB), waar hij bij de Mariners tekende en in 2001 zijn eerste wedstrijd speelde. Tegen Oakland Athletics, ook de tegenstander in zijn laatste duel.

Ichiro Suzuki neemt afscheid in de Tokyo Dome. Foto Darren Yamashita/USA Today Sports

Toen Ichiro als ster op zijn 27ste Japan verliet, was hij de eerste niet-werper uit het land die de overstap naar de grote Major League maakte. Al in zijn eerste seizoen bewees hij speciaal te zijn en wees hij critici terecht. Die twijfelden over zijn frèle lichaam en zijn conditie. Of hij ook zo goed zou kunnen slaan op ballen van Amerikaanse werpers, die harder gooien dan Japanse. Hij haalde een waanzinnig slaggemiddelde van .350 dat jaar, werd ‘Rookie of the Year’. In elk van zijn eerste tien seizoenen in de MLB haalde hij een slaggemiddelde hoger dan .300, een record.

Ontzag

In Seattle groeide hij uit tot een fenomeen, een speler tegen wie de rest van het team opkeek, van wie ze wilden leren. Ook Kalian Sams, honkballer van het Nederlands team, die in 2011 als lid van de Mariners Spring Training (het voorseizoen) met Ichiro meemaakte. Hij verving de Japanner „twee of drie keer” in het rechtsveld. „De eerste keer kreeg ik een schouderklopje en wenste hij me succes.”

Sams zag de leider in Ichiro, de ervaring. Een „ielig mannetje”, dacht hij toen hij hem voor het eerst in het echt zag, „net een kind”. Maar toch zo atletisch, explosief, met een ijzersterke arm in het buitenveld . „Hij heeft heel veel talent, maar combineert dat met een zesde zintuig voor het spelletje. Hij weet precies waar te staan, waar de honklopers zijn. Kleine dingen die het verschil maken.”

De Ichiro op het veld, en voor de drommen journalisten die hem zijn hele carrière op de lip zaten, en de Ichiro in het clubhuis en de kleedkamer waren volgens Sams twee verschillende personen. Hij schuwde de media en liet zijn tolk het woord doen, omdat hij er niet zo van hield veel Engels te praten. „Maar als de camera’s weg waren was hij een clown, een grappenmaker.”

Routine

Sams maakte ook de strakke routines en rituelen mee van Suzuki. Zijn voorbereiding voor wedstrijden had geen gelijke in het team. Discipline die hem door zijn vader streng was bijgebracht en de twee uiteindelijk uit elkaar had gedreven. ESPN beschreef dat hij jarenlang alleen curry at, gemaakt door zijn vrouw Yumiko. En hoe hij zijn brood toast: een eerste boterham tweeënhalve minuut, de tweede anderhalve. Want hij berekende dan hoeveel hitte er nog over was na boterham één.

Zijn strenge door zichzelf opgelegde regime, een lichaam waar zoveel meer rek in zat dan de aanblik deed vermoeden, en bovenal de grenzeloze passie voor het honkbal, zorgden ervoor dat Ichiro nog op zijn 45ste op het hoogste Amerikaanse niveau kon spelen. In 2016 sloeg hij nog een slaggemiddelde net onder de .300, toen spelend voor Miami Marlins. Naast de Marlins en de Mariners speelde hij in de VS ook nog voor New York Yankees.

De laatste drie jaar werd het rap minder. Na een matig laatste seizoen bij de Marlins keerde hij terug bij de Mariners, in vooral een adviserende rol. Dit seizoen probeerde hij het nog één keer, maar tijdens Spring Training wist hij dat het klaar was.

De openingsserie van het seizoen was in Japan, daar wilde hij afzwaaien. Een half uur na de wedstrijd donderdag was nog niemand van de tribune vertrokken en kwam Ichiro voor een laatste ereronde naar buiten. Zo moest het zijn. Voor de aftakeling hem onwaardig werd.