De fiscus is er klaar voor, jij ook?

Belastingaangifte Zo’n 12 miljoen aangiftes verwacht de Belastingdienst dit jaar. Wat gebeurt er precies mee, en waar moet je op letten als je aangifte doet?

Illustratie Stella Smienk

DigiD-inloggegevens bij de hand? Jaaroverzichten paraat? Computer aan de oplader? De fiscus is er klaar voor. Voor de een is het een klusje van een halfuur. Voor de ander urenlang zwoegen achter de laptop met stapels papier en een rekenmachine. Zeker is dat deze weken miljoenen Nederlanders hun aangifte inkomstenbelasting 2018 weer moeten doen. Een handleiding en wat context.

De logistiek

De jaarlijkse belastingaangifte is een logistieke operatie van de Grote Getallen. Dit jaar verwacht de fiscus zo’n 12 miljoen aangiftes, bijna allemaal digitaal (nog maar 1 procent van de mensen dient een papieren aangifte in). Acht miljoen mensen (6,7 miljoen particulieren en 1,3 miljoen ondernemers) kregen een brief met het verzoek aangifte te doen, omdat ze bekend zijn in de systemen van de Belastingdienst. De overige 4 miljoen zit nog niet in de systemen, ofwel omdat ze net de arbeidsmarkt op zijn gekomen, of herintreder zijn of anderszins, maar doet wel aangifte.

Van alle aangiftes komt het overgrote deel (driekwart, ofwel 9 miljoen) binnen tussen 1 maart en 1 mei, de officiële aangifteperiode. Wie voor 1 april zijn aangifte heeft ingediend, krijgt gegarandeerd voor 1 juli definitief bericht van de Belastingdienst hoeveel hij terugkrijgt of nog moet betalen over 2018. Wie na 1 april indient, krijgt die garantie niet. Wie uitstel aanvraagt (dat mag en wordt altijd gehonoreerd), moet uiterlijk op 1 september de boel inleveren. Dit betreft voornamelijk mensen die hun aangifte laten invullen door een belastingadviseur, die op deze manier de periode waarin hij of zij klanten kan helpen, oprekt van twee maanden naar zes maanden. Let wel op: wie na 1 mei invult, en over 2018 moet (bij)betalen, moet vanaf 1 juli een zogenoemde belastingrente over dat bedrag betalen.

Sommige websites raden belastingplichtigen aan om niet direct op 1 maart de aangifte in te vullen, omdat de ervaring zou leren dat de fiscus eventuele fouten uit het aangifteprogramma filtert op basis van de eerste aangiftes. Onzin, zegt een woordvoerder, dat gebeurt bijna nooit en ook dit jaar is er niets veranderd sinds de aangifte op 1 maart live ging. De tip lijkt weinig navolging te krijgen, want in de eerste week van maart vulden al 2 miljoen mensen hun aangifte in, 200.000 meer dan in 2018 en zelfs 500.000 meer dan in 2017.

Op de 12 miljoen aangifteformulieren zijn in totaal 202 miljoen door de fiscus verzamelde gegevens vooraf ingevuld. Dat gaat onder meer om loongegevens (34 miljoen), banksaldi en spaartegoeden (42 miljoen), hypotheken en andere schulden (10 miljoen), WOZ-gegevens (5 miljoen), maar ook gegevens uit eerdere aangiftes (28 miljoen) en zogenoemde niet-financiële persoonsgegevens (56 miljoen). Meestal kloppen die gegevens, maar het is verstandig alles wel te controleren, adviseert de Belastingdienst.

Om alle vragen die belastingplichtigen hebben goed te kunnen beantwoorden, heeft de Belastingdienst een kleine 2.000 man klaarstaan. Het grootste deel (1.715 fte) zit aan de Belastingtelefoon, die (tip!) het best bereikbaar is overdag, óf tijdens belangrijke voetbalwedstrijden en andere kijkcijferhits. Ook online staan hulptroepen klaar: zo’n 100 man gekoppeld aan de site en nog eens 28 fte voor de sociale media. En dat is nog los van de invulteams die vakbonden, ouderenbonden en sociaal raadslieden in menig buurthuis of bibliotheek hebben klaarzitten.

Bitcoins en aftrekposten

Dan de inhoudelijke aangifte. Zoals gezegd, het merendeel van de mensen zal een deel van de aangifte vooringevuld aantreffen. Controleren heeft altijd nut; de fiscus is niet onfeilbaar, noch diens toeleveranciers van informatie.

De meeste ‘vrije ruimte’ bij het invullen zit vaak bij de aftrekposten. Denk aan studiekosten, reiskosten (voor zover niet vergoed door de werkgever) en eventuele schenkingen aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s).

Voor mensen met sterk wisselende inkomsten kan middeling interessant zijn. In dat geval wordt het inkomen van drie jaren bij elkaar opgeteld en gemiddeld. Over dat gemiddelde bedrag moet dan belasting betaald worden. Als dat minder is dan de daadwerkelijke inkomsten in dat jaar, geeft dat recht op extra teruggaaf. Een middelingsverzoek moet wel apart ingediend worden bij de Belastingdienst.

De vermogensrendementsheffing zorgt al jaren voor veel gezucht. Tot 2017 ging de fiscus uit van een zogenoemd fictief rendement van 4 procent over het vermogen, dat dan met 30 procent werd belast. Per saldo een belasting van 1,2 procent dus. Een blik op de spaarrekening leert dat dergelijke rendementen al lang verleden tijd zijn. Sinds 2017 is er onder druk van de Tweede Kamer een staffel ingevoerd. Voor dit jaar geldt: de eerste 30.000 per persoon is vrijgesteld van belasting. Tussen de 30.000 en de 100.800 euro is de belasting nu 0,6 procent. Alles daarboven tot 1.008.000 wordt tegen 1,3 procent belast. En wie meer dan 1.008.000 bezit, betaalt voor alles boven dat bedrag 1,61 procent. Let op: eventuele minderjarige kinderen met vermogen (denk: spaarrekening, studierekening) hebben geen aparte vrijstelling meer. Hun saldo telt mee in het vermogen van de ouder(s).

Voor het bepalen van het vermogen gaat de fiscus uit van peildatum 1 januari 2018. Dat betekent dat de waarde van spaartegoeden, aandelen en crypovaluta op die datum bepalend is voor de hoogte van de vermogensbelasting. Met name voor cryptobeleggers is dat een hard gelag. De koers van bijvoorbeeld de bitcoin stond op 1 januari 2018 op 10.961 euro. Nu is dat gedaald tot 3.484 euro, bijna 7.500 euro per bitcoin lager dus. Toch rekent de fiscus met de waarde van begin 2018.

Gezelschapsspel: verdelen

En als alles dan is ingevuld, is het voor mensen die samen met hun (fiscale) partner de aangifte indienen tijd voor het nationale gezelschapsspel: de verdeling van de te betalen of te ontvangen belasting. Afhankelijk van inkomen, aftrekposten en vermogen is er een optimaal resultaat te halen uit het slim verdelen van het bedrag. Iedere verdeling mag, als het totaal maar 100 procent is.

Er bestaat (nog steeds) geen rekenhulp om automatisch de optimale verdeling in te vullen, en die gaat er ook niet komen. De Belastingdienst meldt desgevraagd dat het maken van een automatische optimale verdeling zeer complex is, omdat er veel variabelen zijn die de berekening beïnvloeden. Daarbij is wat voor de één optimaal is, dat niet automatisch ook voor de ander, aldus de fiscus.

Dat zal vast, maar voor de meeste mensen is een zo laag mogelijke belasting (of een zo hoog mogelijke teruggave) het ultieme doel. Uitproberen dus maar, met verschillende bedragen. Daarbij kan het bijvoorbeeld zin hebben om met vermogen te schuiven, of met aftrekposten. Simpele stelregel: als een van de twee partners in een hoger belastingtarief valt dan de ander, is het verstandig om daar zoveel mogelijk aftrekposten onder te brengen. Die worden tegen dat hoge tarief verrekend.

Mocht het in de verdeling van de posten niet echt uitmaken, dan is het slim om een van de twee partners met een te betalen bedrag van 46 euro te laten eindigen. Dat is dit jaar namelijk de zogenoemde aanslaggrens; tot maximaal 46 euro scheldt de fiscus verschuldigde belasting kwijt.

En nu?

Alles ingevuld, verdeeld en verzonden? Voor dit jaar zit het er dan op. Maar belasting betalen is, net als regeren, vooruitzien. Kennis over wijzigingen in komende jaren kan veel extra voordeel opleveren.

In 2020 wordt bijvoorbeeld het tarief waartegen de hypotheekrenteaftrek en alimentatie mogen worden afgetrokken fors verlaagd. De hypotheekrenteaftrek in de hoogste schijf ging de afgelopen jaren al stapsgewijs omlaag, van 52 procent naar 49 procent in 2019. Voor alimentatie geldt tot dit jaar nog een tarief van 51,75 procent. Vanaf 2020 zijn beide posten aftrekbaar tegen het nieuwe tarief van 46 procent, flink lager dus dan in 2019. Dat betekent dat het gunstig is om hypotheekrenteaftrek, eventuele boeterente wegens oversluiten van een hypotheek (en andere oversluitkosten zoals die van taxatie) en het afkopen van alimentatie zoveel mogelijk in 2019 te laten vallen. Zelfs het vooruitbetalen van een deel van de hypotheekrente behoort bij veel financiers tot de mogelijkheden. Zo kan nog maximaal geprofiteerd worden van de ‘oude’ tarieven.