Recensie

Recensie

De digitale samenleving heeft een nieuwe infrastructuur nodig

Interview | Dirk Helbing Bedrijven en geheime diensten schenden onze digitale privacy en gebruiken de data om ons te manipuleren. Hoog tijd voor publieke tegenmacht, betoogt computersocioloog Helbing.

Foto iStock
    • Wouter van Noort

Aan dystopische boeken over de technologische toekomst geen gebrek de laatste tijd. Boekenwinkels liggen vol met titels als The Age of Surveillance Capitalism en New Dark Age, over de democratie ondermijnende en privacyschendende kanten van de technologische revolutie. De problemen rondom internetmonopolies en datahongerige geheime diensten stapelen zich op, terwijl de oplossingen niet zo voor de hand liggen. Wie de digitale wereld volgt, zou er moedeloos van kunnen worden.

Dat wil de Duitse hoogleraar Dirk Helbing (54) veranderen met zijn nieuwe boek Towards Digital Enlightenment, waarin hij radicale hervormingen en ‘digitale Verlichting’ bepleit. Hij is hoogleraar computationele sociologie aan de TU Delft en de technische universiteit ETH in Zürich, en adviseert de EU en de Duitse regering over big data. Hij pendelt tussen Zwitserland, Duitsland en Nederland, en combineert uiteenlopende academische disciplines: natuurkunde, informatica én sociologie. „De rode draad is dat ik complexe systemen analyseer.”

Helbing is zelf ook niet vies van een beetje dystopisch denken: hij waarschuwt al jaren voor een ‘dictatuur van data’. Daarover schreef hij boeken en veel opinie-artikelen in wetenschappelijke tijdschriften als Nature, en Europese kranten. „Maar we moeten het nu ook eens goed over de oplossingen hebben”, vertelt hij via Skype vanuit Zwitserland. „Die zijn namelijk best simpel.”

We moeten meer zeggenschap krijgen over onze data, vindt hij. „Privacyschending is het belangrijkste verdienmodel van het surveillancekapitalisme. Terwijl privacy draait om menselijke waardigheid. Als onze digitale data gebruikt worden om ons te manipuleren, zoals Cambridge Analytica deed bij de Amerikaanse verkiezingen, moet er duidelijk wat gebeuren.”

Bedrijven en geheime diensten bouwen nauwgezette digitale profielen die volgens Helbing feitelijk simulaties zijn van onszelf. „Deze digitale dubbelgangers worden gebruikt om politieke boodschappen en advertenties op maat te maken van onze voorkeuren en zwaktes. Supercomputers worden gevoed met data over zoveel mogelijk mensen. Zo wordt onze toekomst gesimuleerd; zodat geheime diensten en bedrijven beter inzicht krijgen in wat eraan komt, en dat kunnen bijsturen. Dat raakt de kern van onze democratische samenleving en keuzevrijheid, de kernwaarden van de Verlichting.”

Gedrag voorspellen

Hoewel de formulering van Helbing sciencefiction-achtig kan overkomen, beschrijft hij zaken die al jaren praktijk zijn. Politiediensten gebruiken uitgebreide modellen om crimineel gedrag te voorspellen, predictive policing. Ziekenhuizen benutten grote hoeveelheden data over patiënten om hartaanvallen en psychoses beter te zien aankomen. Bedrijven als Facebook hebben er hun specialiteit van gemaakt aan adverteerders te voorspellen waar gebruikers het gretigst op zullen klikken. Dat is op zijn zachtst gezegd niet altijd in ons eigen belang.

Wat is Helbings ‘simpele’ oplossing? „We moeten een laag op het internet bouwen waarmee we weer zelf controle krijgen over wie toegang heeft tot onze data. Een platform om te bepalen welke gegevens beschikbaar zijn voor welke bedrijven en overheden.”

Het belangrijkste verdienmodel van het surveillancekapitalisme is schending van de privacy van burgers

Hij ziet veel in Solid, een initiatief van www-uitvinder en MIT-hoogleraar Tim Berners-Lee om zijn uitvinding te heroveren op techmonopolisten als Facebook en Google. Het plan, dat nog in de kinderschoenen staat en aan het MIT wordt uitgewerkt, is datakluisjes te ontwikkelen waarin iedereen zijn individuele data bewaart. Je kan dan zelf beslissen met wie je die deelt, en onder welke voorwaarden.

Klinkt mooi, maar naast allerlei technische uitdagingen zijn ook nog wat maatschappelijke en economische drempels te overwinnen voordat we massaal aan de datakluisjes kunnen. Dit lijkt niet iets wat de markt snel zal oplossen.

Helbing: „De overheid moet de voorwaarden scheppen voor dit soort oplossingen. Ze moet ten minste zekerstellen dat bedrijven afspraken over databescherming nakomen. Dat kan alleen met strenge handhaving. Wordt een bedrijf betrapt op privacyschending, dan moet dat extreem duur zijn.” De Europese privacywet AVG is wat Helbing betreft een goed voorbeeld, maar er mag van hem wel een tandje bij.

„Dit gaat om de fundamentele vraag hoe we onze maatschappij inrichten en wat voor toekomst we willen. Daar hoort ook een steviger rol bij voor de overheid, juist om ons in staat te stellen onze persoonlijke vrijheid zelf te bewaken.”

Hoe extremer, hoe meer likes

Internet kan veel bijdragen aan de samenleving, maar wordt niet goed benut, vindt Helbing. „Het verdienmodel van sociale media werkt polariserend. Hoe extremer een bericht, hoe meer likes of retweets. Dat draagt niet bij aan de kwaliteit van het publieke debat. Terwijl je gebruik zou kunnen maken, móéten maken, van de collectieve intelligentie van burgers.”

Dat vergt actieve moderatie, argumenten wegen, belangen goed in kaart brengen. Helbing ziet Wikipedia als voorbeeld, maar dan in een variant expliciet gericht op oplossingen van maatschappelijke en politieke vraagstukken als klimaatverandering.

Ook hier zouden overheden een leidende rol moeten spelen, vindt hij, door dit soort digitale publieke pleinen te financieren en beheren, samen met burgers en bedrijven. „In sommige grote steden wordt zo al inspraak georganiseerd. Dat kan ook landelijk en Europees.”

Zie het als publieke infrastructuur, zoals wegen en scholen: „Elke samenleving heeft publieke instituties nodig om te functioneren. Op digitaal gebied ontbreken die nog totaal.”

De industriële samenleving had wegen en spoorwegen nodig. Daar zorgde de overheid uiteindelijk voor – al is daarna ook weer veel infrastructuur geprivatiseerd. De dienstenmaatschappij die volgde, had goed openbaar vervolgonderwijs nodig. Dat kwam er op een gegeven moment eveneens, in het algemeen belang.

Zo heeft de digitale samenleving ook een nieuwe publieke infrastructuur nodig, zegt Helbing. „Naar mijn mening is er ook niet echt een alternatief: anders verliezen wij onze autonomie, onze democratie, onze zelfbeschikking, en kunnen we de mensenrechten wel opdoeken.”

Blijkbaar zijn dystopische voorspellingen soms toch nodig om het over de oplossingen te kunnen hebben.