Opinie

    • Hugo Camps

Culturele revolutie

‘De uil van Minerva spreidt zijn vleugels bij het vallen van de avond.’ Ik had het Ronald Koeman graag horen zeggen, liever dan Thierry Baudet. Alleen is de bondscoach huiverig voor grote woorden en riskante metaforen. Hij houdt het bij een monkellachje als etalage van wijsheid. Nog steeds slaan geluk en trots bij Koeman naar binnen. Aan een verbale polonaise begint hij niet.

Toch heeft de gewezen libero het Nederlands elftal vermaatschappelijkt. De onverschilligheid tussen spelers en natie is doorbroken. Er is weer kleur en licht over het Oranjelegioen gevallen. Er is swing op de tribunes. Dat Nederland tegen Wit-Rusland niet met een rouwband speelde ter nagedachtenis van de slachtoffers van de moordpartij in een Utrechtse tram wil ik de bondscoach niet aanwrijven. Het was vooral lompigheid van de KNVB-bobo’s. Spelers als Memphis Depay en Georginio Wijnaldum kennen nochtans de pijn van verlies. Alleen maken ze er geen show van en ook geen traktaat, zoals Clarence Seedorf in zijn gloriejaren zichzelf graag articuleerde.

Waren de Oranjevrienden vorig jaar nog koele minnaars van het Nederlands elftal dan is er nu onder Koeman weer iets van liefde ontstaan. Hij heeft er ook de spelers voor. De grootspraak van individuen is weg en zijn jongens willen nog graag alles samen doen. Schitteren en falen in gemeenschap.

Inspirator van de gezamenlijkheid is Memphis Depay. De briljante zwerver speelt een voortrekkersrol in de opbouw van het Oranjehuis. Het verlangen naar exotische eigenzinnigheid is opgeheven. Hij komt niet meer met een grote hoed en toedekkende sjaal het trainingskamp binnen, spreekt niet langer in half-comateuze toestand over het eigen presteren, juicht de spirit van de groep toe. Zoals hij in het leven naar anderen schakelt, zo is hij ook in het voetbal meervoudig geworden.

Heeft de metamorfose plaatsgevonden onder de impuls van religie? Of speelt het ontdekken van zijn Ghanese roots een rol? Het maakt niet uit, het gezicht van de huidige generatie is verinnerlijkt tot dienaar van Oranje. Terwijl hij, anders dan bij zijn club Olympique Lyon, wel blijft scoren en met assists strooien.

Zondag, rond de wedstrijd Nederland-Duitsland, wordt de derde sterfdag van Johan Cruijff herdacht. De huidige selectie van het Nederlands elftal heeft voldoende innerlijke beschaving om daar in oprecht medeleven bij stil te staan. Ronald Koeman zal zijn kompaan van Camp Nou zeker een laatste groet willen brengen. Maar ook de selectie van Oranje is gevoeliger geworden voor het afbreukrisico van het leven. Ik proef minder oppervlakkigheid en cynisme dan vroeger. Excentrieke balorigheid hoort niet meer tot het pakket.

Memphis Depay speelt ook in de versobering van het buitenissige een voorname rol. Gelukkig is er nog die stralende lach op zijn gezicht, anders zou men nog gaan denken aan het Bergkampsyndroom: bleek en onbewogen, het menszijn grotendeels beperkt tot voetenspel.

Depay is fruitiger in spel en leven.

Tegen Duitsland zal het allicht wat moeizamer gaan dan tegen de bonenstaken van Wit-Rusland, maar toch: de nieuwe toekomst van Oranje is begonnen. Er is vreugde in het samenzijn, dankbaarheid voor de accolades van het publiek, en de serieux om geschiedenis te schrijven is aanwezig. Met dank aan Ronald Koeman die de polderheroïek van top tot teen in zich draagt. Misschien mogen we stilaan spreken van een culturele revolutie bij Oranje. De choreografie ervan is alvast in goede handen. En voeten.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.