Recensie

Recensie Theater

Cassiers’ ‘Bagaar’ gaat in elke scène reddeloos onderuit

Theater Regisseur Guy Cassiers brengt de antikoloniale filmklassieker Coup de Torchon (Bertrand Tavernier, 1981) naar het toneel. Het werd een mislukte klucht, met verval en geweld als vluchtheuvel voor grappen die het publiek bij de les moeten houden.

Bagaar
Bagaar Foto Kurt van der Elst
    • Joyce Roodnat

In België hangt de schaamte over het koloniale verleden in Congo in de lucht, met het heringerichte Africa Museum in Tervuren als aftrap. In literatuur, musea en op de podia wordt het aangepakt. De belangrijke Vlaamse theatermaker Guy Cassiers brengt de antikoloniale Franse filmklassieker Coup de Torchon (Bertrand Tavernier, 1981) op het toneel, dus dan verwacht je een knal. Maar er is geen zwarte acteur te zien en de koloniale gal uit die film is geschrapt. Wat rest is slapstick over amoreel gedrag.

Bagaar heet het stuk, ‘heibel’. In de film houdt een lodderige politiechef in een geperverteerde Franse kolonie zich krampachtig van de domme totdat hij implodeert tot een moordende messias – althans, zo ziet hij zichzelf. Bij Cassiers op het podium is diezelfde sullige man een boerenslimme intrigant op een tropisch eiland waar vluchtelingen in kampen zijn samengedreven. Hij begint mensen om te leggen. Waarom? Geen idee. Intussen doen de vluchtelingen in Bagaar er niet toe. Je ziet ze niet eens, ze zijn slechts achtergrond voor wangedrag.

Cassiers’ regie is traditioneel van snit. De acteurs spelen op de lach, spartelend in een krap, kil decor. Het doek gaat op en we zien de hoofdpersoon in zijn blote pik. Er wordt gegraaid en geneukt en gescholden. Een weifelend personage zit per close-up opgesloten in een monitor, maar dat is meer koket dan functioneel.

Dat deze personages zich staande houden met geweld en decorumverlies is het onderwerp niet. Verval en vulgariteit zijn alleen maar een vluchtheuvel voor grappen die het publiek bij de les moeten houden. Maar de grap die alleen naar zichzelf verwijst wordt een bananenschil voor het stuk. En zo gaat Bagaar met elke scène opnieuw reddeloos onderuit.