Begin bij baby’s vroeg met ei en pinda, om allergieën te voorkomen

Allergie Door baby’s heel vroeg pinda en ei te laten eten kunnen veel allergieën voorkomen worden, blijkt uit recent onderzoek. „Dit advies staat haaks op wat ouders lang te horen hebben gekregen.”

Foto-illustratie Lieke Janssen

Tientallen jaren was het advies glashelder: een kind in het eerste jaar geen pinda geven en het liefst ook geen ei. Als je het helemaal goed wil doen: tot aan het tweede jaar. Zo voorkom je dat het kind een allergie tegen pinda of ei ontwikkelt. Ouders van jonge kinderen knoopten die adviezen in hun oren, maar in 2015 bleek uit een groot Brits onderzoek het tegenovergestelde waar te zijn. Het vermijden van pinda en ei op jonge leeftijd vergroot de kans op een allergie juist. En, nog belangrijker: door baby’s zo vroeg mogelijk pinda en ei te eten te geven, het liefst al vanaf vier tot zes maanden, kan naar schatting tachtig procent van de pinda- en ei-allergieën bij kinderen worden voorkomen.

Nadat de bevindingen van het Britse onderzoek in 2017 door twee andere studies werden bevestigd, was dat voor kinderarts-allergologen in Nederland voldoende aanleiding om de nieuwe inzichten officieel te omarmen. In november 2017 kwam de sectie Kinderallergologie van de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde met een gezamenlijk standpunt waarin de vroege introductie van pinda en ei bij baby’s wordt geadviseerd.

Kinderarts-allergoloog Dirk Verhoeven van het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft spreekt van een enorme doorbraak. „Vanaf ongeveer eind jaren negentig was het officiële advies om jonge kinderen geen pinda of ei te geven. Maar sindsdien is het aantal voedselallergieën meer dan verdubbeld. Nu weten we dat we een groot deel van de pinda- en ei-allergieën kunnen voorkomen, juist door baby’s al heel jong pinda en ei te geven en daar consequent mee door te gaan. Hoe vroeger je erbij bent, hoe kleiner de kans op een allergie.”

Voorstanders van borstvoeding hoeven volgens Verhoeven niet bang te zijn, want de nieuwe adviezen staan het blijven geven van borstvoeding niet in de weg. „Sinds 2012 wordt al officieel aangeraden om bij baby’s vanaf vier maanden langzaam met bijvoeding te beginnen. Daar sluit dit advies mooi op aan. De kleine beetjes ei en pindakaas kunnen gewoon door de eerste fruit- en groentehapjes worden geroerd. Als je baby er nog niet aan toe is moet je het natuurlijk niet gaan forceren, maar als je graag pinda- en ei-allergie wilt voorkomen, is het wel aan te raden om uiterlijk met zes maanden te beginnen.”

Waarom is vroeg beginnen dan zo belangrijk? Gerbrich van der Meulen, kinderarts-allergoloog verbonden aan het Martini Allergie Centrum voor Kinderen in Groningen: „Wanneer de eiwitten van pinda en ei voor het eerst het lichaam binnenkomen via het maag-darmkanaal, herkent het lichaam die stoffen vanaf dat moment als voedsel en dus als veilig. Maar als die eiwitten eerst op een andere manier het lichaam binnenkomen, bijvoorbeeld via de huid bij een kind met eczeem, dan herkent het lichaam die stoffen niet als voedsel en zal het antistoffen gaan aanmaken. Dus: hoe eerder een kind pinda en ei via het maag-darmkanaal binnenkrijgt, hoe eerder die stoffen door het lichaam als voedsel worden ‘goedgekeurd’ en hoe kleiner de kans op een allergie.”

Flinke ommezwaai

Of dit behalve bij pinda en ei ook bij andere voedingsmiddelen werkt, moet nog verder worden onderzocht.

Het officiële advies is nu om te beginnen met het geven van pindakaas en ei het liefst voordat een kind zes maanden oud is. „Ouders kunnen dat doen door drie keer per week een bepaalde hoeveelheid door een fruit- of groentehapje roeren”, zegt Van der Meulen. „Bij kinderen met eczeem is het advies om hier zelfs al vanaf vier maanden mee te beginnen, omdat zij door hun beschadigde huidbarrière meer risico lopen een allergie te ontwikkelen. Wanneer je bij hen pas na zes maanden met de introductie van pinda en ei begint, is er een kans dat zich in de tussentijd al een allergie heeft ontwikkeld.”

Het nieuwe inzicht betekent wel een flinke ommezwaai voor ouders. „Voor velen zal het even wennen zijn”, erkent Olga Benjamin, kinderdiëtist bij de Noordwest Ziekenhuisgroep. Ze maakt deel uit van een werkgroep die de landelijke introductie van de nieuwe adviezen ondersteunt met onder andere voorlichting, bijscholing, richtlijnontwikkeling en onderzoek. „Het nieuwe advies staat natuurlijk haaks op wat ouders lang te horen hebben gekregen.”

Met bijscholing en voorlichting wordt komend jaar geprobeerd om de omschakeling zo soepel mogelijk te laten verlopen. „Om te zorgen dat alle ouders de juiste adviezen krijgen, moet dit jaar veel aandacht worden besteed aan de bijscholing van huisartsen en consultatiebureaus”, vertelt Benjamin. „Ook zijn er voedingsschema’s, informatiefolders en een kookboekje gemaakt. Daar staat precies in vanaf wanneer en op welke manier ouders hun kindjes het beste pinda en ei kunnen geven.”

Ook zijn er het afgelopen jaar in Nederland speciale pinda- en eipoli’s ingericht – in Delft, Utrecht, Rotterdam, Groningen, Alkmaar, Helmond en Deventer – waar kinderen met een hoger risico op een allergie onder begeleiding van kinderarts-allergologen, diëtisten en verpleegkundigen voor het eerst aan pinda en ei kunnen worden blootgesteld. Daaronder vallen bijvoorbeeld kinderen met eczeem of kinderen met een broertje of zusje met een pinda- of ei-allergie. Ook wordt in de pinda- en eipoli’s onderzoek gedaan naar de effectiviteit en de werkbaarheid van de nieuwe richtlijnen.

Pinda en ei onder begeleiding

Laurie Lancee uit Amsterdam is één van de ouders die het afgelopen jaar met haar kind bij de pinda- en eipoli in Delft langs is geweest. Haar zoontje Viggo, toen zes maanden oud, behoorde door zijn eczeem tot de hoogrisicogroep en had al een allergie voor ei ontwikkeld. Na verschillende testen bleek hij ook allergieën te ontwikkelen tegen pinda, koemelk en noten. „Ik dacht meteen: oh nee. Straks heb ik een kind dat bijna niets kan eten”, zegt Lancee. „Geen ei, geen melkproducten, geen pinda, niets met noten. Dat leek me erg ingewikkeld.”

Lees ook: Darmflora beschermt tegen allergie

Het bleek nog niet te laat. „Onder begeleiding van een team van kinderarts-allergologen, diëtisten en verpleegkundigen zijn we Viggo al die voedingsmiddelen waar hij gevoelig voor bleek in kleine beetjes gaan geven. Melk, pinda, cashewnoten. Gedurende een aantal maanden kreeg hij alles in opbouwende hoeveelheden. En met succes, want Viggo is nu veertien maanden en hij kan inmiddels weer alles eten. De allergieën die hij aan het ontwikkelen was, hebben dankzij de behandeling niet doorgezet.”

Wat ei betreft kwam de behandeling voor Viggo niet op tijd. „Nog voor we van de pinda- en eipoli afwisten, kregen we van het consultatiebureau met zes maanden het advies om te beginnen met pinda en ei. Maar Viggo heeft eczeem, dus we hadden dat advies eigenlijk met vier maanden al moeten krijgen. Nu bleek het helaas al te laat. Ik gaf hem een piepklein stukje ei en hij kreeg meteen een allergische reactie.”

Bij baby’s zien we over het algemeen veel mildere reacties dan bij wat grotere kinderen

Dirk Verhoeven, kinderarts-allergoloog

Een traumatische ervaring. „Het begon met hangerigheid, niezen en rode plekken. Daarna werd het steeds erger. Hij zwol op, bleef maar overgeven en werd helemaal blauw. We hebben het alarmnummer gebeld en zijn met gierende banden de ambulance tegemoet gereden. Gelukkig kon net op tijd een adrenaline-injectie worden gezet. Toen was het in één keer over. Het is echt kantje boord geweest.”

Zo’n heftige reactie is heel angstaanjagend, erkent Dirk Verhoeven. Toch wil hij ouders wel wat geruststellen: „Bij kippenei komen heftige reacties op heel jonge leeftijd af en toe voor, maar bij pinda zien we dat eigenlijk nauwelijks. Bij baby’s zien we over het algemeen veel mildere reacties dan bij wat grotere kinderen. In de meeste gevallen uit een reactie zich bij een baby alleen in roodheid en bultjes. Dat komt omdat het lichaam van een baby vaak nog niet de tijd heeft gehad om veel antistoffen aan te maken. Hoe ouder het kind, hoe heftiger de reactie vaak is, omdat de allergie dan langer de tijd heeft gehad om zich te ontwikkelen.”

Lees ook: Die allergie voor koemelk of kippenei is waarschijnlijk onzin

Daarom is het volgens de experts ook zo belangrijk dat ouders op tijd de juiste informatie krijgen en dat kinderen met een hoger risico al vanaf vier maanden naar de pinda- en eipoli worden verwezen. „Op zo’n poli staat een heel team klaar om het kind eerst uitgebreid te testen en dan waar mogelijk de introductie van pinda en ei in klinische setting langzaam op te bouwen”, zegt Verhoeven. „Dat gaat in zulke kleine stapjes dat we op de poli vrijwel nooit heftige reacties zien. In Delft hebben we nu 130 kinderen gezien en we hebben nog niet één adrenaline-injectie hoeven zetten.”

Ondanks dat het eerste stukje ei dat ze haar zoontje gaf zulke heftige gevolgen had, is Lancee een vurig pleitbezorger van de nieuwe richtlijnen. „Doordat de adviezen nog niet helder waren, waren wij er nu helaas te laat bij. Maar als we met vier maanden al waren begonnen met het introduceren van ei, dan hadden we zijn ei-allergie waarschijnlijk kunnen voorkomen. Ons gezin is voorlopig even compleet, maar als ik nu een baby zou krijgen zou ik zeker met pinda en ei aan de slag gaan. En dan echt zo vroeg mogelijk.”