Opinie

    • Mirjam de Winter

Woningstress

Vijfentwintig jaar geleden verhuisde ik, hoogzwanger, vanuit Amsterdam terug naar Rotterdam om hier ons kind geboren te laten worden. We kochten voor weinig een ruim huis met tuin in het kindvriendelijke Blijdorp. We lieten ons niet afschrikken door het rauwe Rotterdam van toen, we kenden de stad immers. Deze stad zou onze toekomstige kinderen wereldwijs maken, dachten wij, en bovendien zouden ze in de Blijdorpse enclave weinig last hebben van al die grote-stads-problemen. En zo ging het ook.

Onze jongens hebben een veilige en gelukkige jeugd gehad én zijn weerbaar en straatwijs geworden. Er werd geknokt op het schoolplein, ze experimenteerden met drugs, gingen nachten achtereen op stap in de stad, maar nooit heb ik er ook maar een moment van wakker gelegen of me zorgen gemaakt over hun toekomst. Tot voor kort. Want nu de twee oudsten op eigen benen staan (en dat overigens prima kunnen) worden ze geconfronteerd met een serieus, maar nieuw probleem in Rotterdam: ‘woningstress’.

Al maanden zijn ze allebei wanhopig op zoek naar een betaalbare huurwoning in de stad, want voor een koopwoning komen ze met hun inkomens en de huidige huizenprijzen niet eens in aanmerking. De oudste huurt momenteel voor 1.100 euro een piepklein appartement in West, maar zoekt voor ongeveer dezelfde prijs naar iets groters, met een tweede slaapkamer voor ons pasgeboren kleinkind. Onmogelijk, zo lijkt het. Onze andere volwassen zoon moet zijn studentenflat uit en wil gaan samenwonen, maar kan met zijn beginnerssalaris de hoge huurprijzen eigenlijk niet betalen.

Samen met zijn vriendin bezichtigde hij de afgelopen maanden – tegelijk met nog 10 tot 20 gegadigden per bezichtiging – tientallen woningen die vaak compleet waren uitgewoond. Extreem tochtig, geen centrale verwarming, geen fatsoenlijke badkamer, en er dan toch minstens 900 euro voor durven vragen. Verhuurders die voor een bezichtiging niet eens de moeite nemen om de dode muizen in de keuken op te ruimen of weigeren een levensgevaarlijke badgeiser te vervangen. Een verbouwd zolderkamertje voor 1.050 euro per maand, met een inkomenseis van vier keer de maandhuur en een borgsom van 1.500 euro.

Ondanks onze financiële garantstelling, werd onze zoon dusver overal afgewezen en is hij de wanhoop nabij. En maak ik me zorgen en boos vooral. Boos op de banken die starters een hypotheek weigeren te verstrekken zolang ze geen eigen vermogen (of een zak geld van hun ouders) meebrengen. Boos op de gemeente Rotterdam die te lang heeft gewacht met het bijbouwen van betaalbare (huur)woningen. Boos op de overheid in het algemeen, die het wonen – een grondrecht nota bene – grotendeels aan de markt overlaat. Boos op al die huisjesmelkers, speculanten en beleggers, die profiteren van de woninggekte en bakken met geld verdienen over de ruggen van onze kinderen. En boos ook op een Amsterdamse kennis van me die in Rotterdam een tiental oude woningen heeft opgekocht, door een leger Poolse bouwvakkers heeft laten verbouwen tot losse appartementjes en daar vervolgens de hoofdprijs voor vraagt. Ze heeft er inmiddels haar tweede én derde (vakantie)huis in Dubai en Curaçao van aangeschaft. Geen haar op mijn hoofd dat ik haar nu om een gunst ga vragen, hoe hoog de nood ook is.

Woningen zijn er om in te wonen tenslotte en niet om geld mee te verdienen. Gemeente Rotterdam, doe er wat aan!

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.