Recensie

Recensie Beeldende kunst

Van Orley schilderde veldslagen alsof hij er zelf bij was

Beeldende kunst Een groot overzicht van schilderijen en wandtapijten van de zestiende-eeuwse hofkunstenaar Bernard van Orley toont de kunst van het Brussel van Margaretha van Oostenrijk en keizer Karel V.

‘De Slag bij Pavia’ (1530). Aanval op het Franse kamp en vlucht van de belegerden.
‘De Slag bij Pavia’ (1530). Aanval op het Franse kamp en vlucht van de belegerden. Bernard van Orley, Museo e Real Bosco di Capodimonte.
    • Bram de Klerck

Alsof hij er zelf bij was, zo bracht Bernard van Orley de Slag bij Pavia in beeld. Zeven pentekeningen had de zestiende-eeuwse Vlaamse schilder nodig om de belangrijkste wapenfeiten vast te leggen van de strijd die troepen van keizer Karel V in 1525 nabij de Noord-Italiaanse stad leverden met die van de Franse koning Frans I. Deze veldslag werd glansrijk gewonnen door de keizer, die zes jaar later een magnifieke reeks kleurige en kostbare wandtapijten naar de ontwerpen van Van Orley cadeau kreeg. Van de zeven kolossale tapisserieën, die tezamen een lengte van zestig meter beslaan en tegenwoordig worden bewaard in Napels, is er nu één te zien in de tentoonstelling die het Brusselse museum BOZAR wijdt aan de kunstenaar.

Portret van Margareta van Oostenrijk (1518) Bernard van Orley, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Bernard van Orley (ca. 1488-1541) was omstreeks 1530, toen de Pavia-tapijten tot stand kwamen, de aangewezen man om de ontwerpen te leveren. Hij werd geboren en opgeleid in Brussel, het toenmalige centrum van de tapijtweverij. Vanaf 1518 werkte hij als hofschilder voor de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, die de regering waarnam voor haar neef, de latere keizer Karel. Hij genoot een uitstekende reputatie als schilder van altaarstukken en portretten, en als leverancier van zogenoemde ‘kartons’, levensgrote op papier geschilderde ontwerpen voor bijvoorbeeld glasschilderingen en wandtapijten.

Van Orley beschikte over een wonderbaarlijk vermogen tot het fantasievol combineren van motieven uit allerlei bronnen. Zo bevat zijn uitbeelding van de aanval op het Franse kamp bij Pavia allerlei levensechte details zoals bomexplosies, verplaatsbare schansen van gevlochten takken en een soldaat die zijn lans gebruikt als polsstok om op elegante wijze een slootje over te steken. Maar bij nadere beschouwing heeft Van Orley voor zijn weergave van bijvoorbeeld extravagant uitgedoste militairen, prenten van anderen als voorbeeld gebruikt. En, ofschoon zijn uitbeelding van de drukbevolkte strijd in het zompige landschap van de Povlakte er geloofwaardig uitziet, heeft hij nooit een voet op Italiaanse bodem gezet.

Veel verwijzingen

Dat laatste is vooral frappant in het licht van de vele verwijzingen in zijn werk naar dat van allerlei Italiaanse renaissancekunstenaars. Een groot drieluik uit 1521 dat oorspronkelijk heeft gediend als altaarstuk, toont de meelijwekkende levensverhalen van de Bijbelfiguren Job en Lazarus. Beiden werden zwaar op de proef gesteld maar behielden hun geloof in God. Verschillende figuren en decoratieve elementen zijn direct ontleend aan voorbeelden uit werken van de Italiaanse renaissanceheld Rafaël en Andrea Mantegna. En de chaotische, schitterend gedetailleerde scène op het hoofdpaneel, waarin de kinderen van Job dreigen te worden verpletterd onder een instortend huis, bevat verwijzingen naar een toen in Nederland minder bekend fresco van Luca Signorelli in de kathedraal van Orvieto.

Met een honderdtal schilderijen en tekeningen, tapijten en glasramen van de hand van Van Orley zelf en van diens ateliermedewerkers, geeft de expositie een mooi beeld van de toentertijd moderne stijl. Van Orley komt naar voren als succesvol en inventief schilder. Niet alleen nam hij een voorbeeld aan Zuid-Europese schilders, maar ook aan de befaamde Duitse schilder en prentmaker Albrecht Dürer, die hij in 1520 in Brussel ontmoette. Een intiem portret van de arts Georges de Zelle (1519), als een geleerde gezeten in zijn studeervertrek en omringd door een Latijns opschrift, vormt een bewijs voor de contacten van de kunstenaars in intellectuele kringen.

Van Orley was een typische exponent van de Noordelijke renaissance in het kosmopolitische Brussel. De voorbeelden uit Italië waren er nooit ver weg, bijvoorbeeld in prenten naar werken van zuidelijke meesters. En omstreeks 1520 was de stad zelf ook een centrum van Italiaanse kunst, waar iedere nieuwsgierige kunstenaar gefascineerd was door een reeks indrukwekkende kartons voor Vlaamse wandtapijten, geschilderd door Rafaël. Bernard van Orley moet voorop hebben gestaan.