Recensie

Recensie Boeken

Het Boekenweekgeschenk 2019 is een slap aftreksel

Boekenweekgeschenk In het Boekenweekgeschenk Jas van belofte, een soort ‘making of’ van Jan Siebelinks succesroman Knielen op een bed violen, zijn de bekende Siebelinkthema’s doodgekookt. (●)

Auteur Jan Siebelink
Auteur Jan Siebelink Foto: Merlijn Doomernik
    • Thomas de Veen

Siebelink in de herhaling: een tuinderszoon, leraar Frans, liefhebber van vrouwen en fin-de-siècleliteratuur, Bijbelvast, koestert in de herfst van zijn leven een schrijfambitie, vanwege het grote verhaal van zijn bestaan: toen hij jong was vertrok zijn vader plotsklaps, in de ban van een gereformeerde sekte.

Nieuw: vader liet bij vertrek zijn jas achter, zoon bewaart hem, als stil aandenken aan een lonkend beter leven.

‘Jij hebt op je elfde genoeg meegemaakt om een heel leven boeken te schrijven’, zegt een van de personages in het Boekenweekgeschenk tegen de hoofdpersoon, het alter ego van schrijver Jan Siebelink. Je kunt het schrijvers maar in beperkte mate aanwrijven dat dezelfde motieven op verschillende punten in een oeuvre terugkeren – maar het afbreukrisico is groot. Zeker als de auteur niets nieuws meer doet, als hij thema’s gaat opbakken of doodkoken, als het een slap aftreksel wordt van eerder werk, als de technische kwaliteit achterblijft, als er zelfgenoegzaamheid in sluipt.

Jas van belofte is een soort ‘making of’ van de succesroman Knielen op een bed violen van Jan Siebelink (1938). In de novelle hikt protagonist Arthur Siebrandi lang aan tegen het schrijven van een roman die veel weg heeft van Knielen. Onderwijl verpoost hij met twee letterenbroeders die zijn auteurschap aanmoedigen. Op dat warme vriendschapsverhaal zou de novelle moeten drijven, indachtig het motto van Albert Verwey (‘De liefde die vriendschap heet’). Op dat punt onderscheidt het zich nog het meest van Siebelinks eerdere werk, maar uit de verf komt het geenszins. Er worden vaasjes leeggedronken in bruine cafés, kwezelige en gratuite liefdesverklaringen uitgesproken, maar wat er nu zo bijzonder is aan die vriendschap, blijft ongewis.

Krukkige dialogen

Daardoor blijft er weinig over van de novelle. Veel bekende thema’s komen langs, maar in schematische, uitgeklede vorm. We zien scènes die slechts aannemelijk zijn binnen de beschermde neoromantische atmosfeer van een Siebelink-werkelijkheid, zoals een affairette van de bijna-bejaarde docent met een leerlinge, zoals scholieren die om zes uur ’s ochtends bijles komen vragen, zoals personages die hun gesprekjes larderen met de Bijbelcitaten. Stijl en schrijftechniek bepalen de geloofwaardigheid van zo’n romanwerkelijkheid, en op dat punt presteert Siebelink onder zijn eigen maat. Hij grossiert in krukkige dialogen en bleke bewoordingen, het verhaal wankelt door een weinig dwingende structuur en opzichtige symboliek (die jas). Een plotlijntje met een gestorven baby wordt zo ook goedkoop effectbejag, in plaats van iets dat kan ontroeren.

Verbijstering is er over de commotie dat de CPNB weer de voorkeur geeft aan mannen tijdens de Boekenweek. Lees ook: Man of vrouw, dat is de vraag

Teleurstellend, maar de genadeklap komt door de constructie van proloog en epiloog die om het verhaal heen staat. Siebrandi, 79 jaar, wordt aan het begin met hartklachten naar het ziekenhuis vervoerd, in tussenscènes zien we hem in de ambulance. Maar de ontknoping slaat alles – en ik moet for the sake of argument in detail treden. Siebrandi sterft dan, waarna er een naamloos verpleegstertje ten tonele komt, dat snikt dat ’s mans Grote Roman haar zo heeft ontroerd. Nauwelijks verhuld, onder een dun folietje van fictie, bewierookt Siebelink zo zijn eigen kwaliteiten. Zulke ichbezogen ijdelheid siert niemand, maar is bovenal misplaatst in een werkje dat slechts uitblinkt in zelfgenoegzaamheid.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.