Oranje doet wat het moet: dik winnen

EK-kwalificatie Het Nederlands elftal begint het kwalificatietraject voor het EK met een afgetekende 4-0 zege op Wit-Rusland. Overtuigend en zelfbewust.

Georginio Wijnaldum is na zijn tweede doelpunt het middelpunt van een feestje.
Georginio Wijnaldum is na zijn tweede doelpunt het middelpunt van een feestje. Foto Maurice van Steen / VI-Images

Op een zorgeloze avond in Rotterdam is door het hernieuwde Nederlands elftal weer een stap gezet in een proces dat een jaar geleden is ingezet. Het mogen winnen van 2018, is in 2019 móéten geworden. En dat gebeurde. In de ouverture van de kwalificatie voor het EK van 2020 werd in groep C een zwak Wit-Rusland in een aardig duel met 4-0 verslagen.

Het vrijblijvende is eraf, na een wederopbouwjaar vol uitschieters. Voor het eerst in zes jaar moet weer plaatsing worden afgedwongen voor een hoofdtoernooi, na het mislopen van het EK van 2016 en het WK van 2018. ‘Eén team. Eén doel. Euro 2020’, staat op een groot spandoek voor de aftrap. Met horten en stoten wordt het doek recht gehangen – maar de boodschap komt over.

Het moet nu maar weer eens gebeuren, Oranje op een eindtoernooi. Een jaar geleden begon bondscoach Ronald Koeman vanuit de puinhopen met de revitalisatie van Oranje, op 23 maart, met een nederlaag in een oefenduel tegen Engeland. Hij bracht snel structuur, rust, discipline en duidelijkheid. Hij zorgde dat het gevallen instituut weer smoel en aanzien kreeg, zelfbewustzijn ook.

Hij kuste Memphis Depay wakker als international, maakte hem belangrijk als frontman, gaf hem verantwoordelijkheid, prikkelde hem. Dat is een van zijn voornaamste verdiensten, qua spelersmanagement. Oranje ontbeert offensieve stootkracht op internationaal topniveau, waardoor Depay als diepste spits een cruciale pion in het geheel is.

Het betaalt zich allemaal terug, ook op zo’n avond tegen Wit-Rusland. Depay gaat voorop, jaagt, maakt vuile meters, eist keer op keer de bal op – al wilde hij soms te veel. De speelsheid, hoe hij met de bal bezig is, het is mooi hem weer zo te zien. Twee goals maakt hij, en hij geeft twee assists. Hij heeft het lastig bij zijn club Olympique Lyon – de laatste twee duels zat hij daar op de bank. Bij Oranje, zijn kuuroord, oogt hij bevrijd.

Koeman heeft, dat moet gezegd, het geluk gehad dat onder zijn bewind een talentvolle lichting is opgestaan. Dit is zonder meer een ploeg – of in bredere zin een generatie – met doorgroeimogelijkheden. De gemiddelde leeftijd van het basisteam donderdagavond was 25,5 jaar. De oudste speler en enige dertiger is Ryan Babel (32).

Koeman heeft dat potentieel, dat ontluikende talent, vanaf zijn komst ook een kans gegeven. Het klikte allemaal in elkaar. De poule in de Nations League, het nieuwe landentoernooi, met wereldkampioenen Duitsland en Frankrijk werd gewonnen. In juni wacht de finaleronde.

Toch was het de vraag hoe Nederland, opkrabbelende voetbalnatie, zich zou houden tegen een stugge, compacte ploeg als Wit-Rusland, de nummer 78 van de wereld. Nederland in de rol van favoriet, het was alweer even geleden.

Nederland doet waar Koeman vooraf op hoopte: hoog baltempo, met name in de eerste helft, waarbij via de zijkanten en tussen de linies ruimtes werden gevonden. Het publiek zit net in de Kuip, op het moment dat de Wit-Russische verdediger Igor Sjitov een verkeerde terugspeelbal geeft op zijn doelman. Depay is alert en schiet na vijftig seconden raak, binnenkant paal.

De 2-0 is fraai. Georginio Wijnaldum opent op Dumfries, die doorkomt op rechts en voortrekt op Depay, die met een slim hakje aflegt op Wijnaldum, die het afmaakt. Een minuut of twintig is er dan gevoetbald. De wave wordt ingezet – ja, het is even prima toeven zo. Na rust maakt Depay uit een strafschop 3-0. Van Dijk kopt nog de 4-0 binnen na aangeven van opnieuw Depay.

Probleemloze avond. Er wordt gezongen voor de jarige Koeman (56). Al raakt rechtsback Kenny Tete, de derde en laatste invaller, al na een minuut geblesseerd aan zijn hamstring, waardoor Oranje de laatste twintig minuten met tien man moet spelen.

Gallery play is soms te zien bij Frenkie de Jong, bij Depay, bij Babel. Het mocht allemaal. Het plezier straalt ervan af – het is iets basaals, maar dat element leek lang te ontbreken inzake Oranje. Spelers haken ook niet zomaar meer geblesseerd af. Gretigheid, agressiviteit, de wil er een lekkere pot van te maken – het is allemaal aanwezig op een avond als deze in de Kuip.

Het elftal staat, de vastigheden zijn ingeslepen. Al blijft meer aanvallende kwaliteit gewenst, liet Koeman deze week weer doorschemeren. Zondag wacht Duitsland, voetballand in de problemen. Nederland lijkt licht favoriet – wie had dat gedacht, een jaar terug.