Opinie

    • Willem Pekelder

Opblaasdarm

‘Kom naar de kerkzaal voor de opblaasbare darm’, juichen borden in het Franciscus Gasthuis. In de darm is het behoorlijk druk: een vrouw met kind, een echtpaar en een paar alleengaanden. Een verpleegkundige leidt ons langs ‘gewone’ poliepen en poliepen op een steeltje. „Altijd verstandig om ze te laten weghalen, want na verloop van jaren kunnen ze kwaadaardig worden”, waarschuwt ze.

Het is open dag in het Franciscus Gasthuis. Bedoeld om de goede naam van het ziekenhuis te verstevigen en nieuwe medewerkers aan te trekken. Maar vooral om toekomstige patiënten alvast onder te dompelen in een warm bad. Het begrip ‘beleving’ speelt daarbij een centrale rol: het hospitaal als plek waar je spannende avonturen kunt ervaren. Van de dikke darm meteen door naar de silent disco, de tai chi (‘om vitaal te blijven’) of de keuken (‘proef onze verse maaltijden’). Je zou bijna vergeten dat je in een ziekenhuis bent.

Bij het verlaten van de darm krijg ik een mini-glaasje moviprep aangeboden, stimulerend voor de stoelgang. Het smaakt nog lekker ook, een beetje citroen-achtig. Ik loop langs de glucose- en cholestorolmeter, de gehoor- en longfunctietest. En overal verdringen zich belangstellenden om preventief mee te doen.

Op de derde verdieping kun je participeren in een gastroscopie. In bed ligt een pop met zijn mond open. Een verpleegkundige stopt daarin een gastroscoop, een flexibele slang voor darmonderzoek, en de bezoeker mag assisteren. In dit geval is zijn taak een paperclip en een haarspeld uit de maag te hengelen. Op een monitor kunnen toeschouwers het hele event van A tot Z volgen. „Ach”, zegt de verpleegkundige, „we treffen de gekste dingen aan: batterijen, tandenborstels, gebitsprotheses.”

Bij het verlaten van de darm krijg ik een glaasje moviprep aangeboden

Het loopt tegen drieën, de open dag is voorbij. Ik denk nog even terug aan wat ik deze middag heb meegemaakt: een fascinerende reis door het land van Franciscus. Natuurlijk wilde het ziekenhuis mij informeren, maar in een tijd van marktwerking en faillissement gaat het ook om iets anders: ‘klantenwerving’. Met de belevingsindustrie als belangrijkste troef. Wat niet wegwist dat het hospitaal blijft wat het uiteindelijk altijd is geweest: een plek om te genezen of te sterven.