Na de cel is werk vinden vaak te moeilijk

Restaurant In restaurant Rebelz in Den Haag werken én leren ex-gedetineerde vrouwen. „Het horecavak kun je jezelf snel eigen maken.”

Tjak, tjak. Met ingespannen gezicht laat Gustina (34) het koksmes door een snijboon glijden. Haar leermeester kijkt over haar schouder mee, pakt dan het mes. Zó. Zijn hand maakt een soepele beweging naar voren en weer terug over de snijplank. Het resulteert in perfect schuine reepjes. Gustina weer. Tjak, tjak.

Het is vandaag trainingsdag in restaurant Rebelz aan de Trekvliet in Den Haag. Gustina, die om privéredenen niet met haar achternaam in de krant wil, heeft weinig horeca-ervaring. Hiervoor deed ze vier jaar lang, vier dagen per week vrijwilligerswerk in de thuiszorg. Maar bij sollicitaties voor betaalde banen werd ze steevast afgewezen. Zonder Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) geen baan in de zorg. Gustina kreeg dat papiertje niet; vóór ze vrijwilligerswerk deed, zat ze veertien maanden vast in verschillende vrouwengevangenissen.

Klasje

In restaurant Rebelz werken meer vrouwen met een verhaal als dat van Gustina. Het doel van de inmiddels twee vestigingen in Den Haag en Rotterdam: ex-gedetineerde vrouwen opleiden tot kok of gastvrouw, in combinatie met een betaalde baan, om hen zo weer de arbeidsmarkt op te helpen.

Elke maandag worden de vrouwen getraind door mensen van de Horeca Academie, een vakschool voor horeca-opleidingen. De rest van de week zijn de vrouwen aan het werk in de restaurants. De maandag begint met een theorieles, dan komt de praktijk: koken, of gastvrouwtaken als tafels dekken en wijnen uitzoeken.

Een vast stramien. Maar geregeld komt er iemand te laat, of helemaal niet. Gedoe met huisvesting, kinderen, de gemeente. „Als je een tijdje in de cel hebt gezeten en opnieuw moet beginnen, zou je bijna denken: ik ga nog maar een tijdje zitten”, zegt Karin Nijman, oprichter van Rebelz. Na vrijlating wordt het leven een ondoordringbaar woud van regels bij de gemeente, het UWV of de woningbouwvereniging, weet zij inmiddels.

Ex-gedetineerde vrouwen worden opgeleid tot kok of gastvrouw, in combinatie met een betaalde baan. Foto Niels Blekemolen

Na een baan als ambtenaar begon Nijman voor zichzelf als HR-manager. Ze zag dat ze van drie dagen werk ook kon rondkomen, en wilde de overige dagen besteden aan een maatschappelijk doel. Via via kwam ze bij de vrouwengevangenis in Nieuwersluis terecht en begon in 2013 een stichting in het begeleiden van ex-gedetineerde vrouwen naar werk in de horeca. „Het horecavak kun je jezelf snel eigen maken. En er wordt minder vaak om een VOG gevraagd”, legt Nijman uit.

Maar de arbeidsmarkt was in die tijd moeilijk. Anders dan nu kampte de horeca niet met grote tekorten. „Iemand met zo’n rugzak een kans geven, daar hadden steeds minder werkgevers trek in”, zegt Nijman. In 2016 opende ze daarom een eigen restaurant in Rotterdam. Dit jaar opende nog een tweede vestiging in Den Haag. Nijmans eerste ‘klasje’ van tien vrouwen studeerde in juli 2018 af.

Dolenthousiast

Gustina heeft een gulle lach die ze veel laat zien: „Het leukste vind ik het proeven. Ik wil mijn eigen horecabedrijf, met eten uit de Antilliaanse keuken”, zegt ze. „Maar de borden wil ik opmaken zoals ze het hier doen.”

In de keuken wordt gewerkt in stilte. Een popliedje klinkt over de radio: „I am superwoman, yes I am.” Nijman vertelt dat van haar eerste klasje niet iedereen in de horeca terechtkwam. Maar ze kregen wel werk. „En bij niemand was er sprake van recidive.”

Misschien hebben de vrouwen die Nijman rekruteert ook wel betere kansen door de voorwaarden die ze stelt. „Drugsvrij, gemotiveerd, geen schulden”, somt ze op. „Ik heb hier ook een bedrijf te runnen.”

Slechts één op de vijf ex-gedetineerden haalt drie maanden na detentie inkomen uit werk, bleek in 2015 uit een analyse van het Centraal Bureau voor Statistiek en de Universiteit Leiden. Die cijfers gaan overigens over mannelijke gedetineerden. Over vrouwelijke gedetineerden is veel minder bekend, omdat zij maar een klein percentage van de totale gevangenispopulatie zijn.

Lees ook: De helft van de vrouwelijke ex-gevangenen wordt nog eens veroordeeld

In Nederland was er onlangs een grootschalige samenwerking tussen de overheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen om ex-gedetineerde mannen de arbeidsmarkt weer op te krijgen. Maar dat draaide uit op een mislukking, bleek deze maand. Van de 119 deelnemers vonden er slechts 38 een baan. Zónder interventie, was er van tevoren geschat, zouden dat 24 mannen zijn.

Zulke interventies zijn vaker onsuccesvol, mede door de multiproblematiek, zegt Anke Ramakers, universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden. Bovendien zijn banen binnen zulke programma’s vaak tijdelijk en lukt het niet om gedrag blijvend te veranderen, zegt ze. „Hoe intensiever een programma, hoe beter. Dát weten we wel”, aldus de onderzoeker. „Succes wordt nu vaak gemeten door te kijken naar recidive, maar een programma kan iemand ook hoop geven of iets nieuws leren.”

Foto Niels Blekemolen

Uit de open keuken komt inmiddels de geur van eten. Over een uurtje lopen ongeveer tien betalende gasten de deur binnen. Om te eten én te beoordelen, de gebruikelijke afsluiting van de maandag. Een gast weet vaak wel waar hij terecht komt, zegt Nijman. Ze wijst naar de gouden tralies rondom de pilaren bij de bar en de muurschildering, waarop open handboeien en doorbroken kettingen te zien zijn.

„Waar ik heilig in geloof, is zo vroeg mogelijk in detentie weer aan het werk gaan”, zegt Nijman. „Ja, dat vinden mensen eng. Maar terug in de samenleving komen ze sowieso.” Inmiddels zet zij vrouwen al tijdens hun straf aan het werk.

Nijman werkt nauw samen met de vrouwengevangenis in Nieuwersluis. „Gevangenissen willen weten dat ze met iemand te maken hebben die niet zomaar op zoek is naar gratis handjes”, zegt ze. „Om zeven uur terug naar de gevangenis, is echt om zeven uur. Ook al zit je terras vol.”

De gast, die vindt het allemaal best. Door het concept accepteert hij sneller dat er een keer niet het goede drankje komt, zegt Nijman. „En toen een net iets té nieuwsgierige gast aan een van de vrouwen vroeg of ze ook gezeten had, zei ze: ‘Ik heb een meneer hélemaal in elkaar geslagen.’” Nijman schatert. „Maar we hebben hier een veilige omgeving gecreëerd, er gebeurt nooit wat.”