Recensie

Recensie Boeken

‘Als vrouw kun je niet gewoon zeggen dat je geen kind wilt’

Essentiële boeken over moeder-zijn De kindloze Sheila Heti schreef op haar 36e een diep persoonlijk boek over moederschap. Ze tekent ontroerend op hoe het moeder-zijn haar ook van vriendinnen heeft ‘beroofd’.

Vlakbij Arnhem kolft Paulien in het magazijn van een juwelier. Binnenkort zijn er negen maanden voorbij en vervalt haar kolfrecht, maar haar baas vindt het geen probleem als ze door blijft kolven. Ondanks dat er af en toe collega’s binnen komen lopen is Paulien heel tevreden over de ruimte.
Vlakbij Arnhem kolft Paulien in het magazijn van een juwelier. Binnenkort zijn er negen maanden voorbij en vervalt haar kolfrecht, maar haar baas vindt het geen probleem als ze door blijft kolven. Ondanks dat er af en toe collega’s binnen komen lopen is Paulien heel tevreden over de ruimte. Foto: Floor Fortunati
    • Hannah van Wieringen

Als je welwillend bent – en welwillendheid is goed voor je hart én het debat – kun je de ouderwetse formulering van de Stichting CPNB bij hun keuze voor het Boekenweekthema terzijde schuiven en er een aanleiding in zien om het over het veelkantige thema moederschap te hebben. Scherp gekozen, niet in de laatste plaats omdat iedere schrijver in zekere zin voor zijn of haar moeder schrijft. Klassieke moederboeken lijken veelal afrekeningen, of zelfs wraakoefeningen. Het zijn vooral mannelijke schrijvers, die met Freud onder de arm – die fantastisch literair werk deed, maar ook ernstig gemankeerd over vrouwen dacht – hun moeders opvoeren als het alfa en omega van schuld. De moeder heeft het in dit soort romantische literatuur gedaan, ze is de falende heilige. Het drenzende kind zal ons daarvan zijn kwetsuren tonen. Dat het kind zich niet bewust is van de patriarchale structuren die het lichaam en de geest van de moeder in vaststaande verhaallijnen gevangen kunnen houden is één ding, maar een opgegroeide, denkende mens?

Sheila Heti (Toronto, 1976) schreef een ander soort moederboek met haar Moederschap. Ze is nog niet biologisch moeder van een kind. Ze is zesendertig ten tijde van het schrijven en haar literaire ‘ik-figuur’, die dicht bij haarzelf staat, wikt en weegt of zij het moederschap nu wel of niet verlangt. In een lucide zoektocht speurt ze naar een antwoord. Daaromheen onderzoekt ze veel: de mores van een ‘volledig’ leven, haar relatie tot haar moeder en welke rol tijd speelt in het (vrouwen)lichaam. Ze rekt met haar werk dat wat een roman heet op. Dat deed ze eerder in het nogal goede Hoe moet je zijn? (2013) en ook in Moederschap mengt ze essay met dagboek en cultuurkritiek met filosofie.

‘Als vrouw kun je niet gewoon zeggen dat je geen kind wilt. Je moet een of ander groot plan of idee hebben wat je in plaats daarvan gaat doen.’

Dat levert een veelstemmig, diep persoonlijk boek op. Zo stelt ze vragen aan het universum, en het universum laat ze daar ja of nee op antwoorden door middel van het opwerpen van munten. Zo komen dialogen tot stand met absurde, en onbevredigende antwoorden. Alsof het een gesprek met het toeval is, dat een mooie parallel kent met het ja of nee op haar grotere vraag, dat haar als net zo moeilijk te doorgronden voorkomt. ‘Is nu een goede tijd om te gaan nadenken over de ziel van de tijd? / ja / Heb ik alles wat nodig is om te beginnen? / ja / Begin ik bij het begin en ga ik helemaal door tot het einde? / nee.’

Vriendinnen beroofd

Heti bevraagt het kruispunt in de tijd waarop ze zich bevindt. Op de horizontale as van haar leven – naast haar – krijgen de meeste van haar vrienden en kennissen kinderen. Zij spreekt met hen, op zoek naar hun motieven en beweegredenen, op zoek naar zichzelf. Ze tekent ontroerend op hoe het moederschap haar ook van vriendinnen heeft ‘beroofd’.

Op de verticale as in de tijd weet ze zich – ‘boven’ zich – geconfronteerd met een moeder en een grootmoeder, die uit de geschiedenis groot verdriet met zich meedragen. Haar Hongaars-Joodse grootmoeder overleefde Auschwitz en werd een studie ontzegd. Haar moeder kwam naar Canada voor de liefde en een studie geneeskunde. Ze kreeg als snel twee kinderen en worstelde met heimwee, met schuldgevoel, conventie, haar ambities en haar echtgenoot. Heti is dusdanig doordrongen van het gewicht van de verhalen uit haar familie – ze heeft afschuwelijke nachtmerries – dat zij ten dele vreest deze te zullen doorgeven aan háár kinderen. Het schrijven van boeken is een vorm van catharsis van dit verdriet van de moeder. ‘Als ik als schrijver goed genoeg ben kan ik misschien voorkomen dat ze huilt.’ En: ‘Als ik dit boek verkoop, krijg ik er goud voor terug. […] Als het goud binnenrolt zal ik naar mijn moeders deur gaan, het aan haar geven en zeggen: Hier is je verdriet, veranderd in goud.’

Uit de borst of uit een fles: we zijn allemaal groot geworden op melk. Maar dat witte goedje zit ingewikkeld in elkaar. Luister ook de podcast Onbehaarde Apen: Waarom ons leven begint met moedermelk

Naarmate haar zoektocht vordert wordt duidelijk dat de ik-figuur in het reine wil komen met haar weigering van het moederschap. ‘Er ligt een soort droefheid in niet de dingen te willen die zin geven aan het leven van zoveel andere mensen.’ Heti maakt inzichtelijk dat dit ook een maatschappelijke droefheid is. ‘Als vrouw kun je niet gewoon zeggen dat je geen kind wilt. Je moet een of ander groot plan of idee hebben wat je in plaats daarvan gaat doen.’

Hier en daar duikt de gedachte op dat het boek een gesprek wordt dat de ik met zichzelf óver zichzelf voert. Die lijkt voort te komen uit een andere diepgewortelde aanname over moederschap die ongeveer zo gaat: ‘Dat moet iedereen maar voor zichzelf beslissen.’ Heti ontmantelt ook deze eenzaam makende gemakzucht over de grootste vraag in een mensenleven gestaag en nooit eenduidig. Haar pijnlijk uitvoerige zelfbestudering is apologie en aanklacht tegelijk. Ze bepleit dat we beter, ruimhartiger en vrijer moeten worden in het bespreken van onze kinderwens.

Moederboek

Dat wij, altijd ook zelf kinderen, hoe soeverein ook, in zekere mate de wensen van onze ouders belichamen, als losgeknipte marionetten met een goed geheugen, is bij Heti onderdeel van de pijn én de verzoening met de pijn. De moed die het vergt om uiteindelijk te noteren dat het een van de wensen van háár moeder is geweest geen kinderen te hebben voortgebracht, is vooral bevrijdend. Dat Heti stelt: ‘Het verdriet stopt hier bij mij’, is een voornemen, bezwering en stilstand tegelijk. Stilstand omdat je kunt beargumenteren dat waar het verdriet stopt, ook de vreugde stopt.

In haar serie Melk in de Meterkastbrengt fotograaf Floor Fortunati (1985) plekken in beeld waar werkende vrouwen moeten kolven: vaak is er geen speciale ruimte voor ingericht, en zijn vrouwen aangewezen op de wc, het archief, of een meterkast. Lees ook: De ‘absurdistisch’ slechte kolfruimtes van 23 Nederlandse vrouwen

Maar de horizontale as is de as die ze verkiest, waar een echo van de slogan van filosoof Donna Haraway in doorklinkt: ‘make kin not babies’. Heti wil zich wijden aan de mensen die er al zijn. Daar ziet zij het leven en de vreugde, bij haar moeder – die ze zo haar menselijkheid lijkt terug te geven – en bij haar lezers. Als kinderen op aarde komen om het leven van hun ouders te vervolmaken, dan vervolmaakt Heti het moederschap van haar moeder door het niet te herhalen. In de vorm van haar schrijverschap.

Dat moederschap vele gedaanten kent is ook een van de pijlers waar Of Woman Born: Motherhood as Experience and Institution van de Amerikaanse dichter en essayist Adrienne Rich (1929-2012) op rust. Het verscheen in 1976 en werd door Maaike Meijer vertaald als Uit vrouwen geboren, antiquarisch wel te krijgen, maar het boek vraagt om heruitgave. Het is een standaardwerk, de moeder aller moederboeken. Waar Heti de ogen opent voor de acceptatie van het uitblijven van een kinderwens, opent Rich de ogen voor het construct moederschap van binnenuit.

Rich is zevenenveertig als ze haar boek schrijft en heeft dan drie volwassen zonen. Ze kijkt terug, reflecteert op doorvoelde ervaring. Heti kijkt overwegend vooruit en anticipeert. Heti groeit op in een tijd waarin vrouwen de vraag tot op zekere hoogte voor zich uit kunnen schuiven; voor Rich viel er niets te schuiven, anticonceptie was niet gebruikelijk, men trouwde en kreeg kinderen. En daarbij wilde Rich graag kinderen.

Frustratie

Ze dichtte in ‘Diving into the wreck’, haar veelgelezen gedicht uit 1971: ‘the thing I came for: / the wreck and not the story of the wreck / the thing itself and not the myth’. Dit laat zich ook lezen als een blauwdruk voor haar werkwijze in Uit vrouwen geboren. Ze laat de heilige moederschapsmythe zien én het ding zelf. In een historische, literaire en persoonlijke studie, in een aanwakkerende stijl die activisme bedrijft vanuit een empathisch werkelijkheidsbesef tekent Rich de geschiedenis op van het instituut moederschap en doet verslag van haar persoonlijke ervaringen als moeder. Ze toont de mensen achter het ideaal van de oermoeder, die vol ambivalente gevoelens een echt leven leiden, waar frustratie en onmacht zich vermengen met liefde en verwondering.

Lees ook: ‘Ik zie competitie tussen vrouwen als het gaat om kinderen en carrière’

In het eerste hoofdstuk ‘Tederheid en woede’, dat als motto voor het hele oeuvre van Rich niet zou misstaan, introduceert ze dat hoewel haar ervaring van het moederschap verschilt van die van andere vrouwen, deze niet uniek is. Nooit vergeet Rich dat het individu controle heeft, en in wezen uniek ís, maar tegelijkertijd onderhevig is aan generaliserende maatschappelijke krachten. Ze schrijft dat ze vervreemd is geraakt van haar echte lichaam en echte geest, niet door het feitelijk moeder-zijn, maar door het verhaal erover.

Susan Sontag

In de hoofdstukken die volgen jaagt ze op de wortels van deze vervreemding. In het hoofdstuk ‘Handen van vlees en bloed, en handen van ijzer’ schrijft ze een geschiedenis van het baren zelf. Hoe hebben vrouwen kinderen ter wereld gebracht en wie hebben hen daarbij geholpen? De horizontale positie, schrijft ze, bij het baren in het Westen gebruikelijk, is pas recent gangbaar geworden en dient de zichtlijnen van de arts. Gehurkt baren en de zwaartekracht laten meewerken heeft eerder altijd de voorkeur gehad. Rich hekelt de medicalisering van zwangerschap en bevalling. En pleit voor kracht en vertrouwen in eigen lichaam.

Deze dame is trainee in Amsterdam en kolft in een speciale kolfkamer, die ook dienst doet als rust-en gebedsruimte. Het kan wel eens druk zijn. Dat is eigenlijk het enige nadeel, ze moet vaak wachten als ze wil kolven. Foto: Floor Fortunati

In het hoofdstuk ‘Moederschap dochterschap’, volgens Rich zelf het hart van het boek, duidt ze onder andere de mythe van Demeter en Persephone. En bepleit ze de ‘matrofobie’, de angst net zo te worden als je moeder, te overstijgen. Ze schrijft: ‘Maar er is in onze tijd geen erkenning meer voor de hartstocht en vervoering tussen moeder en dochter.’ Verderop: ‘Deze band tussen moeder en dochter – essentieel, vervormd, misbruikt – vormt het grote ongeschreven verhaal.’ Met Heti’s boek vers in het geheugen onderstreept Uit vrouwen geboren ook hoeveel er vandaag veranderd is. Dat de ongeschreven verhalen sinds 1976 bij voortduring zijn geschreven en worden geschreven. Met dank aan hen die dat bij elkaar strijden en gestreden hebben.

Rich sluit af met een toekomstschets, die ze inleidt met een gedachte van Susan Sontag: ‘[…] er zijn manieren van denken waar we niets van weten.’ Deze nieuwe manieren wil Rich voor zich zien en aangewend zien. Het boek van Heti kun je zien als zo’n nieuwe manier, als een voortzetting, een geestelijk kind van Adrienne Rich.

In de oorspronkelijke versie van dit artikel ontbrak de naam van vertaler Iannis Goerlandt. Deze is toegevoegd.