Opinie

Kom dan in Polen Nederlands studeren

Onderwijsblog Als het vak Nederlands uitsterft in Nederland, kan het nog altijd in Polen worden geleerd. Aan drie universiteiten wordt het als hoofdvak gedoceerd, schrijft Agata Kowalska-Szubert

Het stuk „Polen straks ingehuurd om Nederlands te geven” heeft ons in Polen ook aan het denken gezet.

In de tijd van Google Translator en andere elektronische hulpmiddelen neigen we tot de overtuiging dat kennis van een wereldtaal overal ter wereld genoeg is. Het Engels mag dan best de taal van Europa, zelfs van de hele wereld zijn, elke natie heeft haar eigen moedertaal (of meer dan één, maar dit even ter zijde). Bepaalde dingen kun je enkel in je moedertaal verwoorden. Je moedertaal is meer dan een verzameling van woorden en constructies die je als vanzelf verwerft door te luisteren, te herhalen en zelf te proberen. In feite is je moedertaal een geheime code vol nuances.

Hebt u er ooit bij stilgestaan op hoeveel uiteenlopende manieren het woordje ‘ja’ kan worden geïnterpreteerd, afhankelijk van hoe het wordt uitgesproken? Met ‘ja’ kan men bevestigen, twijfelen, aarzelen en verder ook een opdracht geven, iets verwelkomen of juist weigeren of zelfs verbieden. Dergelijke informatie vindt men niet in woordenboeken. Iedere taal heeft een soort achterliggende taal, een set bijkomende informatie, moeilijk te definiëren, maar wel duidelijk aanwezig in het communicatieproces. Of het nou om de intonatie gaat of een bijbehorend handgebaar – dit alles maakt pas, samen met de taal, de boodschap compleet.

Mentaliteit van een natie

Ook die achterliggende vorm van taal leren we spontaan. Die vult de betekenis van lexicon, vorm en syntaxis aan. Als je een vreemde taal leert, doe je dat meestal om je ergens verstaanbaar te kunnen maken. Of om boeken in de originele taal te kunnen lezen. Voor praktische communicatie is dit meestal voldoende. Boeken lezen kun je altijd met een woordenboek doen en geschreven taal is in hoofdzaak beperkt tot lexicon, vorm en syntaxis. Dit gaat dus best.

Als je echter met de nuances van een vreemde taal vertrouwd wilt raken, moet je meer doen dan puur een taalcursus. De cultuur leren kennen. Met moedertaalsprekers omgaan. Kijken hoe de mensen zich op straat gedragen. Een paar vergaderingen bijwonen. Naar het ziekenhuis gaan. De traditionele keuken proeven – en vreemde gerechten koken. En – last but not least – iets over de geschiedenis van deze mensen en hun taal te weten komen. Wat we vandaag zijn, is niet alleen het gevolg van onze eigen ontwikkeling maar ook van alles wat onze voorouders hebben beleefd en gedaan. De mentaliteit van een natie is niet van de ene dag op de andere ontstaan, ze is een proces van generaties.

Binnen de gesloten wereld van je eigen moedertaal en de achterliggende vormen maakt een gemiddelde mens intuïtief gebruik van al deze vaardigheden. Men denke ook aan “Le Bourgeois gentilhomme” van Molière en de beroemde zin aldaar: “Op mijn woord! Het is meer dan 40 jaar dat ik proza spreek zonder er iets van te weten”. Het gaat er niet om dat we allemaal weten dat we proza spreken maar dat er in de samenleving mensen zijn die het wél weten. En juist de filologen willen graag weten waaróm je het ene woord zo beklemtoont en het andere anders en hoe het precies klonk wat Bredero z’n Spaansche Brabander liet vertellen.

Het economisch belang van filologen kan worden berekend aan de hand van het aantal succesvolle transnationale contracten die met behulp van een tolk/vertaler tot stand zijn gekomen. Niet alle partijen in het economisch verkeer spreken even goed Engels. En ook als dat wel het geval is, geeft de kennis van het Engels geen inzicht in de Nederlandse/Vlaamse/Poolse/… mentaliteit. Een goede samenwerking vergt dat men elkaar begrijpt en niet alleen verstaat.

Het economische belang van de neerlandici in Nederland is misschien, net als dat van de polonisten in polen, niet bijzonder groot. Maar hun waarde voor de samenleving is niet te overschatten. Ze bewaren niet alleen de moedertaal maar ook die andere, veel moeilijkere vorm ervan. In die zin zorgen ze ook voor de identiteit van hun natie.

Nog wel een groot dictee

Wie toch nog neerlandistiek wil studeren, nodigen we van harte uit om dit bij ons in Polen te komen doen. Met Nederlandstalige studenten krijgen wij moedertaalsprekers die – naast wat wij hun aanbieden – onze Poolse studenten meer bieden dan de taal op zich. De lessen taalverwerving zullen voor onze potentiële studenten uit Nederland niet zo interessant zijn. Ze zouden dan het eerste semester in Polen aan een intensieve cursus Pools kunnen besteden, wat in de multinationale samenleving in Nederland hun zeker ook van pas zou komen. Binnen het curriculum krijgen ze een brede waaier van zowel de basisvakken als colleges toegespitst op fijne kneepjes van het vak. En – niet te vergeten – een internationaal studentendictee Nederlands dat in tegenstelling tot zijn grote Nederlandse broer wel voortleeft.

Er zijn in Polen drie universiteiten waar Nederlands (of eigenlijk neerlandistiek) wordt gedoceerd. De oudste opleiding is die van Wroclaw, sinds 1990. Vrijwel altijd hebben we meer kandidaten dan we toe kunnen laten. Elk jaar studeren er enkele tientallen bachelors af. Ze krijgen een behoorlijke kennis van de Nederlandse taal en beheersing van de Nederlandse grammatica, literatuur alsook kennis van land en volk in Nederland en Vlaanderen. De medewerkers van onze drie leerstoelen (in Wroclaw, Poznan en Lublin) zijn ervaren onderzoekers en docenten met hun eigen wetenschappelijke interesse die ze graag met studenten delen. Zo krijg je jonge academici die de communicatie tussen de Lage Landen en Polen op velerlei vlak aanzienlijk eenvoudiger maken.

Misschien kunnen we in Polen echt Nederlanders gaan helpen het onderwijs in hun taal te bewaren. Ze zouden de gelegenheid krijgen zich in de metataal van het Nederlands te verdiepen, de taal waarmee neerlandici over het Nederlands spreken en waarmee begrippen uit lexicon, vorm en syntaxis benoemd worden. Waarom je van de- en het-woorden spreekt bijvoorbeeld, wat een voltooid deelwoord is en hoe een bijzin in elkaar zit. Die kennis heb je nodig als je op school leerlingen op fouten wilt wijzen of aan beter geformuleerde zinnen wilt helpen.

Die kennis blijven wij binnen de neerlandistiek in Polen aanbieden.

Agata Kowalska-Szubart is hoogleraar Nederlands aan de Wroclaw universiteit in Polen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.