Je eigen deo maken is goed voor het milieu, maar er zijn grenzen

Groen doen Elke week gidst NRC je richting een duurzaam leven.

Ooit kocht ik bij drogisterij-keten CVS in New York een deodorant: Ban Powder Fresh. Er stond op: America’s #1 roll-on. Ik rook er stiekem aan: een zachte, Zwitsal-achtige geur drong mijn neus binnen. Ik was verkocht. Sindsdien was Ban mijn deodorant en zorgde ik ervoor dat, als ik in Amerika was, er altijd een paar exemplaren in de tas mee naar huis gingen. De deo rook niet alleen lekker, hij zorgde er ook voor dat ik nauwelijks zweette. Precies wat een deodorant – denk aan al die pure, blije, okselfrisse reclames – behoort te doen.

Inmiddels gebruik ik Ban al jaren niet meer. De reden? Ik las verschillende artikelen over de kwalijke werking van parabenen en synthetische stoffen in deodorant. Zo zou er een relatie zijn met borstkanker. En aluminiumchloorhydraat, dat de ontwikkeling van zweet afremt, zou ook ongezond zijn. Tegelijkertijd las ik in andere artikelen weer dat de lage dosering van aluminiumchloorhydraat in deodorant veilig is. En dat de Europese Commissie heeft geconcludeerd dat bepaalde parabenen, in lage doseringen, veilig gebruikt kunnen worden. Moest ik mijn geliefde deodorant nu wel of niet in de ban doen?

Baksoda met een geurtje

Uiteindelijk trok iets anders me over de streep: het ergerde me dat ik, iedere keer dat ik mijn deo had leeggerold, weer zo’n plastic omhulsel in de prullenbak moest dumpen. Bovendien stuitte ik in een natuurdrogist op een klein blikje No Sweat Deodorant, een ‘natuurlijke deodorant zonder aluminium en parabenen’. Op de verpakking stond vermeld: natrium bicarbonaat gecombineerd met essentiële oliën. Gewoon baksoda (niet te verwarren met bakpoeder) met een geurtje! Het bleek inderdaad te werken, ook al rook dit geparfumeerde zuiveringszout eigenlijk nergens naar. Mijn keuze was snel gemaakt: liever saaie baksoda uit een blikje, dan een vis die zich verslikt in plastic deorollers.

Lees ook: Zit er een luchtje aan je deo? Je kan het ook zelf maken

Alhoewel, dat blikje zou ik uiteindelijk ook weer weggooien. Ik besloot een stapje verder te gaan. Want baksoda heb ik zelf ook in het keukenkastje staan. Op een site las ik dat als je dit mengt met wat gesmolten kokosolie, een beetje maizena en een druppeltje lavendelolie, je al je eigen deo hebt. Simpel. Het was dan ook in vijf minuten gemaakt. Nadeel was dat ik het goedje, dat ’s nachts keihard was geworden, met moeite onder mijn oksels gesmeerd kreeg. En dat ik, na een klein stukje fietsen en twee uurtjes typen, toch al aardig begon te stinken. Gelukkig had ik nog een oude Ban-deo op de redactie liggen. Die gebruik ik voor noodgevallen. Ja, het milieu is belangrijk, maar er zijn grenzen.