Opinie

Geweld tegen moslims is niet meer te negeren

Clarice Gargard

Ik schrok wakker van de melding van de terreuraanslag in Christchurch. De tranen rolden over mijn wangen, terwijl ik las hoe moskeegangers neergeschoten waren door een white supremacist. ‘As-Salaam Aleikum, broeder’, zou tegen hem gezegd zijn toen hij binnenwandelde. ‘Vrede zij met u.’

Het eerste wat ik deed was moslimvrienden berichten sturen en familie bellen om hen een hart onder de riem te steken. Sommigen huilden aan de telefoon, anderen waren woedend en weer anderen vooral bang. Maar in een klimaat waar moslims dagelijks gedemoniseerd, gedehumaniseerd en verguisd worden was niemand verrast.

In Nederland grossieren politici als Wilders en Baudet en media als De Telegraaf en radicaal-rechtse blogs als GeenStijl in anti-moslimsentimenten. Dat betekent niet dat een aanslag op moslims hun schuld is of dat ze die goedkeuren. Maar wel dat ze bijdragen aan een discours waarin moslims de vijand zijn, waardoor zo’n aanslag mogelijk wordt gemaakt. Zoals een populaire pestkop niet zelf klappen uit hoeft te delen aan zijn doelwit, maar wel anderen kan inspireren het voor hem te doen.

Of het nou over de Tweede Wereldoorlog of de genocide in Rwanda gaat, de geschiedenis leert keer op keer dat wanneer machthebbers één groep als gevaarlijk bestempelen dat uiteindelijk rampzalig is voor ons allemaal.

Wilders demoniseert als hij verkondigt dat hij ‘minder Marokkanen’ wil. Baudet als hij in NRC mag schrijven in de traditie te staan van politici die wijzen „op de noodzaak onze waarden actief te verdedigen – zo nodig met geweld”. Maar ook andere politici en massamedia werken mee aan het demoniseren van moslims. Zo blijkt regelmatig uit onderzoek dat moslims en de islam stereotyperend en negatief in beeld worden gebracht door media.

Islamofobie wordt zelden serieus genomen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan het racistisch incident in Urk, waar tientallen witte jongeren een Marokkaans gezin belaagden. De moeder kwam in het ziekenhuis terecht. Maar burgemeester Pieter van Maaren maakt zich vooral druk om columnist Elfie Tromp. In een tweet liet de burgemeester weten dat hij „uiteraard” contact had opgenomen met het Openbaar Ministerie. Tromp had in een column op Radio 1 het raciaal gemotiveerd geweld bekritiseerd. „Inteelt, je wordt er nooit slimmer van. Wel racistischer, zo blijkt. Wat mij betreft mogen ze de dijken maar vast doorsteken bij Urk.” Dat was pas discriminatie, volgens de Urkers.

Veelal wordt het doen van islamofobe uitspraken door radicaal-rechtse opiniemakers onder vrijheid van meningsuiting geschaard. Want na een gruwelijke aanslag op moslims is uiteraard het recht om te schelden het belangrijkst.

Het is niet te ontkennen dat radicalisering van jonge moslims een probleem is, wat overigens ook breed uitgemeten wordt in de media. Momenteel onderzoekt het OM of het schokkende schietincident in Utrecht, waarbij drie mensen overleden, terroristisch of anders gemotiveerd werd. Maar het wit-nationalistisch en rechts-extremistisch geweld – dat in het Westen voor meer slachtoffers zorgt – valt niet meer te negeren.

Er wordt wel eens gezegd dat we haat met liefde moeten beantwoorden. Het antwoord van de wereld op Christchurch was een stortvloed aan liefdevolle steun. Maar liefde tonen betekent ook actief strijden tegen haat om die niet verder te laten groeien. Die strijdbaarheid zie ik terug in de Haka, de ceremoniële dans die de Maori – de oorspronkelijke bevolking van Nieuw-Zeeland – opvoerde als gebaar naar moslims na de aanslag. De krachtige bewegingen en geluiden lijken troost maar ook bescherming te bieden. Bescherming die niet alleen nodig is bij tragedie en terreur, maar ook bij dagelijkse demonisering – juist om tragedie en terreur te voorkomen.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.