Opinie

Gedachten zijn vrij, maar niet onschuldig

Hubert Smeets las drie minibiografietjes van drie advocaten en apologeten van politiek geweld. De roep naar het ‘front’ te trekken, is niet verstomd.

Een stil uit ‘The Baader Meinhof Komplex’ , een film over de geschiedenis van de RAF.
Een stil uit ‘The Baader Meinhof Komplex’ , een film over de geschiedenis van de RAF. Foto EPA

Wie vandaag een woedend pamflet leest, trekt morgen niet één-twee-drie schietend rond. Maar er zijn wel een paar rode draden die woord en daad bij elkaar brengen. Drie minibiografietjes van drie advocaten en apologeten van politiek geweld ter illustratie.

Horst Mahler (1936), zoon van een tandarts, verdedigde de tot het linkse terrorisme bekeerde gauwdief en speedfreak Andreas Baader. Beiden stonden in 1970 aan de wieg van de Rote Armee Fraktion. De RAF wilde de ‘imperialistische oorlogen in de periferie’ – lees: Vietnam en Israël – met geweld naar de ‘metropolen van het kapitalisme’ halen. Na de val van de Muur in 1989 stak Mahler echter over naar de Nationaldemokratische Partei Deutschlands, die het nationaalsocialisme bagatelliseert en een parlementaire plechtanker voor neonazi’s is. Ook de NPD vond hij al snel niet radicaal genoeg. Mahler ging ijveren voor een Vierde Rijk en werd Holocaust-ontkenner. Ontkenning van het pluriform democratische Duitsland en antisemitisme waren al die tijd de rode draad in zijn handelen.

Jacques Vergès (1924-2013), een diplomatenkind dat zich in de oorlog had aangesloten bij generaal De Gaulle, werd na 1945 lid van de communistische partij PCF, maar verliet die omdat hij de PCF te slap vond in haar steun voor het Algerijnse bevrijdingsfront FLN. Vergès werd eerst moslim en daarna maoïst. In de jaren zeventig was hij zoek. Mogelijk was hij getuige van de killing fields in Cambodja. Zijn cliëntenkring was intussen een ideologische volière van politieke moord: van Opec-gijzelnemer Carlos en ex-communistische antisemiet Garaudy, via Gestapo-chef Barbie of Rode Khmer’er Khieu Samphân tot president Milosevic van Servië en Afrikaanse staatshoofden. Hij was naar eigen zeggen „altijd overal” – naar het Je suis partout van de fascist/antisemiet Brassilach (1909-1945) – om geweld te verdedigen. De vierde en vijfde Republiek waren zijn vijand.

Alle drie trokken de conclusie dat de staatsmacht nooit wil horen en dus moet voelen

Pieter Herman Bakker Schut (1941-2007), zoon van een topambtenaar, wijdde zijn leven ook aan de strijd tegen de overheid. Volgens hem waren Baader en andere RAF-gevangenen, die hij had bijgestaan, vermoord door de Duitse overheid. Hij hielp polderterroristen plus enkele schietgrage Duitsers in Nederland. Toen dit type links na 1989 passé was, verdedigde hij drugsdealers als Sem Klepper en Mink Kok. Volgens Bakker Schut was er een parallel tussen gewelddadige politiek en navenante cokehandel. Beide verzetten zich tegen big brother die ook volgens Bakker Schut per definitie ‘repressief’ was.

Alle drie waren van goeden huize, maar maakten toch iets andere keuzes. Mahler ging de grens tussen woord en daad over, Vergès wellicht ook en Bakker Schut niet.

Dat verschil is niet onbeduidend. De stap om naar de wapens te grijpen is cruciaal: het verschil tussen bloederige of schone handen. Maar er is naast deze juridische weging ook een maatschappelijke. Alle drie verwierpen niet alleen de maatschappelijke orde – dat kan, dat is politiek – maar trokken daaruit de conclusie dat de staatsmacht nooit wil horen en dus moet voelen. Ze wierpen zich op als apologeten van de ultieme actie, van het laatste offer om mens te bevrijden en wereld te redden. Zo schiepen ze een ideologische humuslaag waarop theorie en praktijk van het politieke geweld konden gedijen.

Umfeld, heette dat toen in het Duits. Die symbiose tussen woord en daad bestaat nog steeds. De roep naar het ‘front’ te trekken, is niet verstomd. Gedachten mogen dan vrij zijn, ze zijn niet altijd onschuldig.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.