Felle strijd tegen cocaïnebananen

Cocaïnesmokkel Het afgelopen jaar werd in de havens van Antwerpen en Rotterdam bijna 70.000 kilo cocaïne onderschept. „Het loopt de spuigaten uit.”

Smokkelaars maken vaak gebruik van bestaande handelsstromen, zoals die van tropisch fruit.
Smokkelaars maken vaak gebruik van bestaande handelsstromen, zoals die van tropisch fruit. Foto’s OliverHoslet/EPA, Jody Amiet/AFP, Daniel Naupold/EPA

Weet je hoeveel bananen er jaarlijks in Vlissingen worden overgeslagen, vraagt recherchechef Rienk de Groot retorisch. „700 miljoen kilo! En tussen die bananen vinden we steeds vaker cocaïne. Het loopt echt de spuigaten uit.”

Het afgelopen jaar is alleen al in de havens van Antwerpen en Rotterdam bijna 70.000 kilo cocaïne onderschept. Een record. Het tekent de opmars van de cocaïnehandel. Opsporingsinstanties schatten dat ze een kwart tot een derde van alle gesmokkelde drugstransporten onderscheppen.

Cocaïnesmokkel is een groot en snel groeiend probleem. Het grootste deel van die drugs wordt naar Europa gehaald door criminele organisaties die in Nederland actief zijn. Naar schatting 80 procent, maar De Groot wil dat cijfer niet bevestigen. „Dat moet je aan mijn Belgische collega’s vragen.” Cocaïnesmokkel is extreem lucratief, aldus De Groot. Een smokkelaar verdient aan één kilo cocaïne naar schatting 15.000 euro. De Groot: „Dat is bijna net zoveel als de prijs van één container bananen.”

Met dat extreem hoge bedrag komt ook extreem geweld, aldus De Groot. „En corruptie. Daar moeten we tegen optreden. Cocaïnesmokkel is een regelrechte bedreiging voor de rechtsstaat.”

Malafide fruitimporteurs

Smokkelaars maken vaak gebruik van bestaande handelsstromen. En net als cocaïne komt het merendeel van het tropisch fruit dat we hier consumeren uit Zuid-Amerika. Daarom wordt veel cocaïne gevonden tussen de ananassen, bananen en mango’s. Die goederenstroom is zo groot, dat het voor de douane nauwelijks te controleren is. „Alleen al in Vlissingen worden er ruim 50.000 containers met bananen per jaar behandeld. Dat is niet bij te houden.”

Daarom heeft de recherche in West-Brabant en Zeeland gekozen voor een andere aanpak. De focus ligt nu niet op de containers maar op de fruitbedrijven, legt De Groot uit. „We zijn samen met de fruitbranche, het havenbedrijf, de Belastingdienst, de bankensector en de Federale Politie in België op zoek gegaan naar indicatoren voor malafide fruitimporteurs. Bedrijven die als dekmantel worden gebruikt voor de cocaïnehandel.”

Onder de naam ‘Piggyback’ is de recherche een zogeheten fenomeenonderzoek begonnen naar dertig bedrijven. Ze worden deze week gecontroleerd op basis van indicatoren. Bij die indicatoren gaat het volgens De Groot om zaken als stortingen van grote bedragen contact geld, of bedrijven zonder fysieke vestiging. „We kijken naar afwijkt van wat normaal is.”

De aanpak heeft meteen succes gehad. Vorige week is in de haven van Antwerpen een partij van 1.500 kilo cocaïne onderschept met een groothandelswaarde van ten minste 40 miljoen euro. De zending was bestemd voor een fruitbedrijf in Kapelle.

Katvangers

Van de 7 miljoen containers die jaarlijks in Rotterdam worden overgeslagen, wordt minder dan 1 procent fysiek gecontroleerd. Dat is altijd nog bijna 150 containers per dag. De selectie van die containers is gebaseerd op een risico-analyse, zo blijkt uit strafdossiers naar cocaïnesmokkel. Containers die zijn geladen in een ‘bronland’ van cocaïne, bijvoorbeeld Colombia en Bolivia, leveren een hoger risico op dan containers uit andere landen.

Idem dito voor containers afkomstig van recent opgerichte bedrijven of bedrijven die recent van eigenaar zijn gewisseld. Op basis van een serie criteria worden containers met een hoog risico geselecteerd. Die containers worden weer beoordeeld door een douanier, die beslist of een controle door middel van bijvoorbeeld een scan of een doorzoeking met drugshonden nodig is.

Drugssmokkelaars anticiperen daarop. Zij zoeken naar bedrijven die een goede naam hebben bij de douane. Daar is het risico op controle immers het laagst. Soms kopen criminelen zich in bij zo’n bedrijf. Maar het gebeurt ook dat ze al dan niet met behulp van een katvanger een bedrijf beginnen. In eerste instantie importeert zo’n bedrijf dan bijvoorbeeld fruit dat in Nederland wordt verhandeld. Als dat een tijd lang goed gaat, worden kleine proefzendingen met drugs verstuurd om te controleren of de reputatie echt goed is. Daarna worden de zendingen met drugs naast de deklading steeds groter. Een „weg bouwen”, noemen ze dat ook wel in de onderwereld.

Kali-team

De afgelopen jaren zijn opvallend vaak grote hoeveelheden cocaïne gevonden. Zo zijn in het najaar van 2018 bij een Oosterhouts transportbedrijf in één week twee zendingen van in totaal 7.500 kilo cocaïne onderschept met een groothandelswaarde van ten minste 100 miljoen euro. Een van die zendingen was verstopt tussen de bananen.

Het succes is volgens De Groot mede te danken aan de samenwerking met het Kali-team: een taskforce van de Belgische Federale Politie die zich toelegt op de opsporing van cocaïne. „De Zeeuwse delta verbindt België en Nederland”, aldus de recherchechef. „Criminele organisaties maken geen onderscheid tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam. Daarom is samenwerking tussen België en Nederland van groot belang.”