Recensie

Recensie Boeken

Een nalatenschap die troost

rouwproces Elke dag bewerkte kunstenaar Juul van den Heuvel een object uit de nalatenschap van haar ouders. Ze maakte ook hun scheiding ongedaan.

Toen ze gebruikte beddenlakens van haar overleden vader wilde verknippen tot poppenhuisdekbedjes moest ze even iets overwinnen. ‘Kom op, Juul’, sprak ze zichzelf moed in.

Beeldend kunstenaar Juul van den Heuvel (1959) werd drie jaar geleden wees. Negentien jaar na haar moeder, kunstenaar Roos Geelen, overleed in 2016 ook haar vader, kunstenaar en acteur André van den Heuvel. Nul ouders meer, het voelde alsof haar moeder opnieuw was gestorven.

In haar atelier lukte het Juul van den Heuvel niet om zomaar weer verder te gaan met waar ze was gebleven. Met haar zusters had ze de huisraad van haar vader verdeeld over kleinkinderen, vrienden en vriendinnen. Maar wat te doen met de overgebleven schilderijen, tekeningen en stapels aquarellen van haar moeder, die al jaren op haar atelier stonden? En met het door haar vader gemaakte poppenhuis, de kleisculpturen uit zijn academietijd, en de dozen met foto’s en brieven? Die verweesde spullen moesten nodig opgeruimd worden.

Met instemming van haar zusters besloot Juul van den Heuvel iedere dag iets uit de erfenis van hun ouders uit te pakken en daarop te reageren. Deze alternatieve vorm van rouwverwerking resulteerde na drie jaar in De nalatenschap, een rijk geïllustreerd boek dat ook voor niet-ingewijden troostrijk is.

Van den Heuvel heeft het leven van haar ouders gevierd, ze nog eenmaal samen ten tonele gevoerd. In het boek staan diverse foto’s van het poppenhuis van haar vader. Het is schoongemaakt en opgeknapt: de lampjes van de kerstboom in de woonkamer branden weer, de bedjes zijn opgemaakt.

Een bij een brand verloren gegaan schilderij van haar moeder heeft Van den Heuvel gereconstrueerd, een kapot portret van haar overgrootmoeder onherstelbaar verbeterd. Ze leidt de beelden steeds in met korte teksten, waarin ze herinneringen ophaalt. Op een van de pagina’s is een stuk geplisseerde stof ingeplakt, een ‘troostlap’ afkomstig van fourniturenzaak Jan de Grote Kleinvakman, een van de vaste adresjes voor de zelfmaakmode van haar moeder.

De nalatenschap is een ode en een wensdroom ineen. Toen Juul van den Heuvel tien jaar jong was, werd haar vader verliefd op een andere vrouw. De boosheid over de scheiding die ze als tiener soms voelde, is al lang verdwenen. In het boek zijn haar ouders weer bij elkaar, in het poppenhuis van haar vader. Hij timmerde het toen Juul en haar zusjes al volwassen waren. Een groot en luxueus huis, „het decor van een gelukt gezin”, schrijft de dochter, „wishful thinking”.

Het opruimen van de nalatenschap is mislukt; haar atelier is nog even vol. Maar Juul van den Heuvels hoofd is wel prettig leeg. Niet afgeleid door hun fysieke aanwezigheid heeft ze de herinneringen aan haar ouders tot kunst verheven. Wie zou niet zo willen voortleven?