Dat hele kleine steegje waar alles gebeurt

Boekenweek Centraal in het dit jaar door Jan Siebelink geschreven Boekenweekgeschenk staat een klein, maar voor veel Amsterdammers bekend steegje: de Heisteeg. Waterscheiding tussen de cafés Hoppe en De Zwart aan het Spui.

Drukte rond de Heisteeg aan het Spui in Amsterdam op vrijdagavond. Links café Hoppe, rechts van het steegje Café de Zwart.
Drukte rond de Heisteeg aan het Spui in Amsterdam op vrijdagavond. Links café Hoppe, rechts van het steegje Café de Zwart. Foto’s Rob van Dullemen

Het steegje telt nauwelijks veertig passen en verbindt het Spui met het Singel, een van de oudste grachten van de stad. Twee vermaarde cafés liggen aan weerszijden: wie met de rug naar het Lieverdje staat ziet links café Hoppe en rechts Café de Zwart. Links schenkt men Amstel, rechts Grolsch. Op hete zomeravonden zindert het steegje van alles: op de beide hoeken ervan drinkt men bier, er wordt geflirt, gezoend, fietsers zwenken luid klingelend tussen de samengestroomde menigte door.

Foto Rob van Dullemen

Maar even overlopen van het ene etablissement naar het andere, dat is uit den boze.

Het verschil tussen beide cafés is legendarisch, en in kroegkringen berucht. Het is een kwestie van klandizie. Café Hoppe trekt jonge advocaten in snelle pakken, bankemployés, studenten in blauwe blazers en vrouwelijke clientèle met parelkettingen. De Zwart is vanouds een schrijverscafé, een etablissement voor journalisten, kunstenaars. De Heisteeg die ertussen loopt is als een waterscheiding. Althans, dat wil de mythe.

Vanaf de Boekenweek 2019 zal het steegje het beroemdste zijn uit de Nederlandse literatuur. Boekenweekauteur Jan Siebelink (1938) situeert zijn geschenk Jas van belofte in De Zwart dat hij Het Wapen van Zwart noemt. Dit is het stamcafé van schrijver Loet IJzertje die er zijn vaasjes drinkt, sigaretjes rookt en vrolijk-cynische redevoeringen houdt, zoals deze: „In dit café zitten twee echte schrijvers, enkele halve schrijvers en verder lieden die geen schrijver zijn, maar het wel denken.”

Die twee echte schrijvers zijn Siebelink zelf en zijn vriend en collega Louis Ferron (1942-2005), in wie we moeiteloos Loet IJzertje herkennen, die ook Loet Petit-Fer heet. Niet alleen qua naam, ook qua uiterlijk is de gelijkenis groot: zowel Ferron als IJzertje dragen het haar lang, de snor is door nicotine gebruind.

De Zwart heeft twee grote ramen die uitkijken op de Heisteeg, nauwelijks twee armlengtes breed. De zijgevel van Hoppe, zichtbaar uit De Zwart, biedt een van de mooiste muurschilderingen van de stad: een reusachtig glas Amstel Bier dat als een luchtspiegeling oplicht, omkranst door gekalligrafeerde letters. Alleen daarom al is de Heisteeg goudomrand.

Links de fraaie muurschildering op de zijgevel van Hoppe, 1988. Foto Ino Roël/Collectie Stadsarchief

Wat heeft Siebelink in zijn geschenk gedaan? Sinds hun prozadebuten zijn beide auteurs vrienden. Van Siebelink verscheen in 1975 Nachtschade, van Ferron in 1974 Gekkenschemer. Ferron woonde zijn leven lang in Haarlem, waar hij Proeflokaal In den Uiver aan de Riviervischmarkt frequenteerde, waarover hij schreef in zijn Haarlemse roman De walsenkoning (1993). Hierin verhaalt de auteur over de kring van gelijkgestemden die elkaar in het lokaal ontmoet. Siebelink verplaatst in zijn novelle deze setting van Haarlem naar Amsterdam.

Hoofdrol voor het Heisteegje

Maar de hoofdrol is weggelegd voor dit Heisteegje, zoals Siebelink in aanloop tot de Boekenweek in interviews benadrukte, „een smalle, donkere steeg”. Loet IJzertje woont boven het café in een stille, met tapijten bedekte kamer die je bereikt via een smalle wenteltrap. Die trap bestaat in het echt ook en bevindt zich aan de Heisteegkant.

Loet IJzertje houdt het meest van de Heisteeg bij regenweer, zoals Jas van belofte beschrijft: „De regen viel vandaag loodrecht en onverbiddelijk neer in de steeg. Het ging ten slotte lijken op het vlakke, natte geluid van roeiriemen in onrustig rivierwater.” De regen spat er hoog op en het plaveisel is als een spiegel. Het sneeuwt er zelfs en kinderen gooien met sneeuwballen. Loet IJzertje ziet het vanuit het caféraam of vanuit zijn eigen raam op de eerste verdieping allemaal aan: „Een smal raam van craquelé glas keek uit op de Heisteeg en liet slechts schemerig licht door.” Af en toe valt er maanlicht binnen, zoals in deze observatie: „De maan had zo vol aan de hemel gestaan dat je in de Heisteeg de voegen van de stenen zag en zelfs de schaduwen van de uitstekende dakpannen.”

Aan het slot, het is winter, sterft IJzertje op zijn kamer boven Het Wapen van Zwart. Vrienden dragen de kist over de steile trap naar beneden. De uitvaart vindt plaats vanuit de Heisteeg terwijl de zon als „vastgevroren (is) in de hemel” en een straal licht door de steeg werpt.

Blauwe blazers versus links bolwerk

Dit drukste steegje van de stad, waar eens net een koets doorheen kon tussen Spui en grachtengordel, is nu gewijd aan de horeca met onder andere Patat Steeg, Banketbakkerij Lanskroon, 420 Coffeeshop en Van Stapele Koekmakerij. Maar daar schrijft Siebelink niet over. In Jas van belofte is de Heisteeg een verlaten sleuf tussen de huizen.

Eigenaar Pepijn Zonneveld van Hoppe weet dat de werkelijkheid heel anders is. Volgens hem is Hoppe een „internationaal buurtcafé met een mix van mensen uit de buurt, van elders in Nederland en van nog verder”. Hij roemt het Spui als een plein zonder politiepost, in tegenstelling tot het Rembrandtplein en het Leidseplein. Het café kent een sta- en zitgedeelte, ook wel naar Engels gebruik bar en saloon genoemd. De ingang voor de sta-Hoppe bevindt zich in de Heisteeg, schuin beneden het gecraqueleerde raam van Loet IJzertje. Interessant is dat Siebelink dit alles heeft weggeschreven.

Een treffende weergave van beide cafés vinden we in het Groot Amsterdams Kroegenboek (1977) van Ben ten Holter. In De Zwart, waar destijds Heineken werd geschonken, heerst een „sfeer van onvergankelijkheid”. En verder: „Honderden jaren voeren in dit soort cafés mensen dezelfde gesprekken. Door de onvergankelijkheid van dit café krijgt de bezoeker onherroepelijk een gevoel van tijdloosheid over zich.” Die sfeer treft Siebelink mooi in de volgende passage: „De regen die middag droeg bij aan de intimiteit in dit altijd schemerige hoekje van café Het Wapen van Zwart.”

Over Hoppe, dat dateert uit 1670, heet het: „Op warme dagen vormen de goedlachse drinkebroers in blazers met de dames in onderkoelde chique een goedaardig gezwel aan de deur.” Hiermee is het contrast tussen de Heisteeg-cafés goed aangegeven. De blauwe blazers frequenteren het café nog altijd, evenals de dames in „onderkoelde chique”.

Bram Volkers is eigenaar van De Zwart. „Van oudsher is dit een links bolwerk, CPN en PvdA gemeenteraadsleden kwamen hier”, zegt hij. „Halverwege de jaren tachtig werd het vooral een literair café, met vaste klanten onder wie Connie Palmen, A.F.Th. van der Heijden, Gerrit Komrij en Joost Zwagerman.” Ook herinnert hij zich Ferron en Siebelink, altijd aan het eerste tafeltje rechts. Aan ditzelfde tafeltje steekt ook Loet IJzertje zijn sigaretjes op – iets wat in het inmiddels ook rookvrije De Zwart (de asbakken bleven hier nog lang op de bar staan) nu ondenkbaar is.

De ambiance is er een zonder muziek, vandaar dat gevoel van tijdloosheid. Naamgever is Willem de Zwart, die het café in 1921 begon in een voormalige bakkerij. Bij het 75-jarige jubileum van De Zwart verscheen Nooit op zondag, een boek waaraan vijftien auteurs bijdroegen over het café als plek „waarin werkelijkheid en waarheid onscheidbaar zijn van verdraaiing en fictie”. Ook in dit laatstgenoemde boek speelt de Heisteeg een prominente rol die „werelden van verschil” markeert.

Dat Loet IJzertje sterft boven het café is „toch een mooie dood”, aldus Volkers. Hij is vereerd met zijn café als decor voor het geschenk. „Kijk eens naar het uitzicht: Maagdenhuis, Athenaeum Boekhandel, Lieverdje, het is in al die jaren nauwelijks veranderd.”

Onzichtbare glazen wand

Ondertussen stroomt het terras met de Frans aandoende stoeltjes vol op een van de eerste lentedagen. Het befaamde borreluur begint.

De Heisteeg vervult de rol die het al jaren speelt: de verbinding tussen het Spui en de rest van de wereld. Fietsers schieten er razendsnel doorheen, men flaneert en heft het glas op de vierkante meter.

Maar De Zwart blijft De Zwart en Hoppe Hoppe. Het is alsof er een onzichtbare glazen wand tussen staat – behoorlijk uniek in de wereld. Siebelink schetst een donker steegje, zwart als een rivier. Maar als de avondzon er doorheen schijnt krijgt de Heisteeg een on-Hollandse allure.

Boekenweekgeschenk 2019: Jas van belofte, Jan Siebelink. Oplage 664.000. Uitg. CPNB ism De Bezige Bij. Gratis bij aankoop van € 12,50 aan Nederlandstalige boeken. T/m 31/3. Inl: boekenweek.nl Nooit op zondag. Ingeleid en samengesteld door Arjan Peters en Mirjam Rotenstreich. Uitg. Balans, 1996.
Lees ook over de commotie vorig jaar rond het thema van de Boekenweek: Man of vrouw, dat is de vraag