Een vol programma, maar Frenkie de Jong wil daar niet over zeuren

EK-kwalificatie Het Nederlands elftal speelt donderdagavond in Rotterdam tegen Wit-Rusland. Het wordt het 45ste duel van Frenkie de Jong dit seizoen. Hoe zorg je dat de selectie fris en fit blijft?

Het Nederlands elftal traint in Zeist ter voorbereiding op de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Wit-Rusland: „Als het in de bovenkamer goed is, gaat de rest ook wel.”
Het Nederlands elftal traint in Zeist ter voorbereiding op de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Wit-Rusland: „Als het in de bovenkamer goed is, gaat de rest ook wel.” Foto KOEN VAN WEEL/ANP

Frenkie de Jong hoort de vragen aan, woensdagmiddag op de KNVB Campus in Zeist. De vermoeidheid wordt hem bijna aangepraat door het journaille. Kwartfinale Champions League, de bekerfinale, de titelrace met Ajax – veel moois wacht. Sleutelspeler bij Oranje, voor de komende twee EK-kwalificatiewedstrijden. Is het niet te veel, allemaal? De Jong (21): „Ja dat zou kunnen, maar ik ben nog jong, dus dat moet ik ondervinden.”

Het is nieuw voor hem, een seizoen als dit, topwedstrijden in deze frequentie – Real Madrid net achter de rug, dit weekend verlies bij AZ, donderdag Wit-Rusland, zondag Duitsland, gevolgd door PSV en de Champions League-tweeluik tegen Juventus. Alles binnen zo’n anderhalve maand. Spelbepalend als hij is geworden, kan hij eigenlijk nergens ontbreken. Vorige week kreeg hij rust tegen PEC Zwolle, het liep bijna verkeerd af.

Nu, half maart, zit De Jong bijna op het dubbele aantal speelminuten bij Ajax in vergelijking met heel vorig seizoen – 3.320 minuten nu tegen 1.750 het jaar ervoor, toen hij het slot miste door blessures. Wit-Rusland wordt – als hij speelt, en niets wijst op het tegendeel – zijn 45ste wedstrijd dit seizoen. Als hij heel blijft kunnen het er zo’n 60 worden, afhankelijk van het vervolg van de Champions League-campagne van Ajax.

Dit moet zijn voorland worden, straks bij Barcelona: in de lente spelen om de prijzen. Hij zegt „fit” te zijn en „sterker” te worden van een drukke periode als deze. Hij spreekt de hoop uit dat hij deze fase – crunch time in het late voorjaar – nog vaak mee mag maken. „Dus ik denk niet dat ik erover moet zeuren.”

Frenkie de Jong, hier links op de fiets, is in korte tijd uitgegroeid tot een belangrijke speler bij Oranje. Foto Michel Utrecht

Welkom in de Europese top

In zijn woorden klinkt de echo door van bondscoach Ronald Koeman, die maandag deze lijn inzette, op de eerste dag van het samenzijn van het Nederlands elftal. „Pijntjes horen bij het voetbal”, zei hij. En het moet „niet te makkelijk” op „vermoeidheid” worden gegooid. Zijn impliciete boodschap: het hoort erbij, wen er maar aan, welkom in de Europese top.

Coach Erik ten Hag wees in aanloop naar deze interlandperiode op de belangen van Ajax – met straks een cruciale reeks van zes duels in zeventien dagen. Zijn vrees, vanzelfsprekend: geblesseerde, opgebrande spelers. Het is niet nieuw, deze discussie. Clubbelangen versus landsbelangen. Al zijn de Europese prestaties van Ajax ook in het belang van het Nederlands voetbal, stelde Ten Hag eerder.

Hoe dan ook, het wringt, het volle programma. De casus De Jong staat niet op zich. Het geldt net zozeer voor Ajax-ploeggenoten Matthijs de Ligt en Daley Blind. En voor Liverpool-spelers Virgil van Dijk en Georginio Wijnaldum, die ook nog in de Champions League actief zijn.

Het heeft zijn weerslag op de fysieke staat van het Nederlands elftal. Koeman zei woensdag, gevraagd naar de fitheid van zijn selectie, dat de internationals „nog niet goed genoeg” zijn. Niet optimaal fris en fit, dus. Al voegde hij snel toe: „Maar morgen [donderdag] wel denk ik.”

Koeman zag het de afgelopen dagen terug in „alle statistieken” – ofwel de spelersdata. „Zelfs tot vanochtend vroeg.” Hij noemde „spiergevoel” en een „stukje vermoeidheid”. Koeman: „Maar dat is logisch. Ik heb mij ook wel eens niet zo lekker gevoeld en dan speelde ik fantastisch. Ik heb mij ook wel eens geweldig gevoeld en was het slecht. Dus dat wil niet altijd wat zeggen.”

In het verlengde ligt het probleem dat hij de selectie maar kort bij elkaar heeft – zeven dagen, waarvan twee wedstrijddagen. De laatste interland werd alweer vier maanden terug gespeeld. De tijd om spelsystemen verder in te slijpen en bijvoorbeeld varianten voor standaardsituaties te oefenen is beperkt deze week. „Daar moet je af en toe een beetje in schipperen”, erkende Koeman. Hij zei ook dat hij „niet alles” heeft kunnen doen in de voorbereiding op Wit-Rusland.

Maandagmiddag was er één training, dinsdag twee, woensdagochtend één. De tweede woensdagtraining schrapte Koeman, met het oog op de fysieke belasting van de spelers. Donderdag, dus op de dag van het duel tegen Wit-Rusland, is er nog een zogeheten ‘activatietraining’. Koeman: „Dan lopen we kort even een aantal dingen door.”

Een training op de KNVB Campus in Zeist van Oranje. Van links naar rechts: Kevin Strootman, Steven Bergwijn, Quincy Promes, Matthijs de Ligt, Virgil van Dijk, Frenkie de Jong en Pablo Rosario. Foto Koen van Weel/ANP

Frenkie de Jong deed afgelopen zomer extra trainingen in Osdorp bij Randy Sedoc, looptrainer en voormalig atleet. Dit deed hij vóór de voorbereiding bij Ajax begon, om met „een voorsprong” aan zijn seizoen te beginnen, zegt Sedoc. De nadruk lag op fitheid. Sedoc: „Veel explosiviteitstraining, conditietraining en krachttraining. Heel pittig, heel zwaar.”

Het vetpercentage van De Jong was daardoor volgens Sedoc bij het begin van de voorbereiding nog nooit zo laag. „Rond de 7 procent.” De Jong zegt dat die trainingen hebben geholpen. „Maar ik weet niet of ik daar nu nog profijt van heb.”

Fit of niet, Koeman eindigde zijn perspraatje zo: „Ik zeg altijd maar, en dat heb ik ooit geleerd van Johan Cruijff: als het in de bovenkamer maar goed is, gaat de rest ook wel.”