Recensie

Recensie Beeldende kunst

Teun Hocks vecht tegen een onbegrijpelijke bierkaai

Beeldende kunst Tussen enkele gekapte bomen speelt een man op een zingende zaag. De foto-schilderijen van Teun Hocks zijn droefgeestig en onweerstaanbaar grappig.

Teun Hocks, Zonder titel, 2010 (olieverf op getinte zwart-wit foto)
Teun Hocks, Zonder titel, 2010 (olieverf op getinte zwart-wit foto)
    • Toef Jaeger

Hardop lachend staat een echtpaar voor een foto-schilderij van Teun Hocks (1947). Dit is écht geinig, zegt de een tegen de ander. Ze kijken bij de overzichtstentoonstelling Van vroeg tot laat naar een poppenkast waar een man slap over de rand hangt. Teun Hocks, in keurig grijs pak, hangt met twee armen en het hoofd naar beneden, alsof een klap met een deegroller hem fataal is geworden. Als een Jan Klaassen is hij uitgespeeld. De poppenkast staat in een verlaten weiland, het publiek is al vertrokken. Het kunstwerk is inderdaad geestig, maar het beeld is ook absurd en een beetje droevig.

Teun Hocks, de kunstenaar die midden jaren zestig in Breda zijn opleiding aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving begon, is vooral bekend van zijn foto-schilderijen. Het zijn zwart-witfoto’s die hij inkleurt met olieverf. Waar een foto – een chique selfie in feite, want Hocks figureert in alle foto’s – bedoeld is om de werkelijkheid vast te leggen, kleurt hij zijn werkelijkheid zelf in. Het is een dubbele interpretatie van de werkelijkheid, die overigens nooit een titel meekrijgt. De kijker bepaalt zelf maar wat hij ziet. Hetzelfde geldt voor zijn schetsen en filmpjes: kleine theatervoorstellingen zijn het, vastgelegd in één beeld of een korte video.

Een stukje werkelijkheid uit de context halen om het te presenteren als kunst levert een vorm van vervreemding op die op de lachspieren kan werken. Maar als de grap is uitgewerkt moet er wel iets overblijven, en dat is zeker zo in het werk van Hocks. Zowel de foto-schilderijen als de korte filmpjes stralen behalve absurditeit ook eenzaamheid uit. We zien elke keer een man die tegen een onbegrijpelijke bierkaai vecht.

Teun Hocks, Zonder titel, 2017, (olieverf op sepia-getinte zwart-wit barietdruk)

Jacques Tati

De (overigens slecht belichte) foto-schilderijen lijken op stills die uit films van Jacques Tati afkomstig hadden kunnen zijn, als Tati zijn Monsieur Hulot in een surrealistische wereld had gezet. Vriendelijke droefgeestigheid in een fantasiewereld met realistische trekjes. Bijvoorbeeld: een man slaapt in een vogelnestje, balancerend op een tak. Of: een man probeert met stoffer en blik vallende sterren op te vegen. En: een man in pak en wit overhemd slaapt in kartonnen dozen, die precies de vorm hebben van de flatgebouwen op de achtergrond. Man loopt met een kaarsje door felle tegenwind – maar dat vlammetje gaat niet uit: de absurditeiten krijgen de hoofdpersoon van al deze foto’s er niet onder.

Ook in de filmpjes valt de hoofdpersoon niet te ontmoedigen. ‘Atlas’ uit 1977 toont een jonge Hocks die op de grond ligt en zijn lichaam omhoog duwt, terwijl hoofd en schouders op de aarde blijven rusten. Draai het filmpje om en je ziet Atlas met de wereld op de schouders. In een bos horen we Hocks die op een zingende zaag speelt, om hem heen zijn enkele bomen gekapt. Of ‘Te paard’ (1992) waar een inmiddels wat oudere Hocks op een kinderpaard rondjes rijdt terwijl hij een stok vasthoudt waar een wortel aan hangt.

Zinloos en oeverloos zijn ze, maar ook dapper en onvermoeibaar, een goedgehumeurde Sisyphus, en daarom ook onweerstaanbaar grappig.