Syrische Fatima redt het niet in Turkije zonder haar bankpas van de EU

Turkijedeal Drie jaar geleden beloofde Turkije Syriërs op weg naar de EU tegen te zullen houden in ruil voor miljardenhulp uit de EU. Hoe vergaat het de Syriërs daar?

Een Syrische vrouw en haar kind in de straten van de Zuid-Turkse stad Gaziatep.
Een Syrische vrouw en haar kind in de straten van de Zuid-Turkse stad Gaziatep. Foto Ozan Kose/AFP

Het leven in de Turkse industriestad Bursa is niet makkelijk voor Fatima (36), een alleenstaande Syrische moeder met drie kinderen. Sinds haar man twee maanden geleden werd opgepakt wegens de moord op een Syrische buurvrouw, staat ze er alleen voor. „Hij wilde haar goud stelen”, zegt Fatima, een timide vrouw die is gehuld in een lang, zwart gewaad. „Na zijn arrestatie heb ik een echtscheiding aangevraagd. Hij was verslaafd aan drugs en mishandelde me.” Ze is bang om haar hele naam te geven.

Fatima huurt voor 350 lira (55 euro) een afgeleefd appartement in Osmangazi, een wijk met veel vluchtelingen. In de huiskamer staan twee paarse banken, een houtkachel, en een oude tv. De enige decoratie is een vaas met plastic bloemen. „Het was moeilijk om een huis te vinden. Turken verhuren niet graag aan Syriërs. We hebben veel problemen met de buren, die herrie maken en vuil in het trappenhuis gooien. Maar mijn huisbaas zegt dat hij daar niets aan kan doen.”

Fatima’s man werkte als metaalwerker in de auto-industrie. Nu hij in de gevangenis zit, moet ze zelf de kost verdienen. „Ik werk halve dagen in een textielfabriek”, vertelt ze, terwijl haar geestelijk gehandicapte dochter Esma (10), een tenger meisje met een grote, ontwapenende lach, de aandacht probeert te trekken. „Daarmee verdien ik 150 lira (25 euro) per week. Maar daar kan ik niet van rondkomen. Zonder de financiële steun van Europa had ik op straat gestaan.”

Fatima is een van de 1,3 miljoen Syriërs in Turkije met een zogenoemde Kizilaykaart, een soort pinpas waar elke maand geld op wordt gestort. Syrische vluchtelingen met drie of meer kinderen komen in aanmerking voor zo’n kaart – tenzij ze een auto, huis of bedrijf hebben. Ze krijgen 125 lira per persoon per maand, die ze naar eigen inzicht kunnen uitgeven. „Doordat de voedselprijzen de laatste tijd zo zijn gestegen is het ook met die kaart moeilijk om te overleven”, zegt Fatima.

Tekst loopt door onder grafiek.

Chaotische vluchtelingenstroom

De Kilizaykaart wordt betaald met Europees geld. Hij is onderdeel van de vluchtelingendeal die de Europese Unie en Turkije sloten in maart 2016 om een eind te maken aan de massale, chaotische vluchtelingenstroom naar Europa. Het akkoord moest ervoor zorgen dat migranten de gevaarlijke oversteek naar Griekenland niet meer waagden, dat hun leefomstandigheden in Turkije zouden verbeterden, en dat ze daar een manier kregen om asiel aan te vragen in Europa.

Wat is er drie jaar later van het akkoord terechtgekomen?

De EU ziet de deal als een groot succes. „Het belangrijkste resultaat is dat het dodental drastisch is gedaald”, zegt Christian Berger, het hoofd van de EU-delegatie in Turkije. „Het aantal oversteken is verminderd van tienduizend naar vijftig tot honderd per dag. En het akkoord heeft een legale weg geopend voor hervestiging in de EU. Het is een efficiënt systeem, waarin de Turkse regering, de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en de EU-lidstaten nauw samenwerken.”

Maar volgens critici valt daar het nodige op af te dingen. Een belangrijk onderdeel van het akkoord was dat vluchtelingen die tóch de oversteek waagden, zouden worden teruggestuurd naar Turkije. Daar komt nog weinig van terecht. Sinds het akkoord inging zijn 1.840 migranten teruggestuurd – en ieder jaar minder, terwijl er tienduizenden aankwamen op de Griekse eilanden. Daarbij hebben de EU-lidstaten 20.501 minder mensen opgenomen dan afgesproken.

In september constateerden hulpverleners op Lesbos een toename in het aantal zelfmoordpogingen

Doordat het Griekse asielsysteem zo stroperig is, de EU te weinig ambtenaren heeft gestuurd om de asielaanvragen af te handelen, en doordat Athene en Brussel de migranten op de eilanden willen houden, is een belangrijk gevolg van de Turkije-deal dat daar nu 12.000 mensen vastzitten in vieze, overvolle en onveilige kampen.

„Griekenland is een vuilnisbelt geworden voor de mannen, vrouwen en kinderen die de EU wat betreft bescherming in de steek laat”, zegt Emmanuel Goué, hoofd van Artsen zonder Grenzen in Griekenland.

Het akkoord verplicht de EU ook mee te helpen aan de verbetering van de omstandigheden voor vluchtelingen in Turkije, dat van alle landen in de regio de meeste Syriërs opvangt: 4 miljoen. De EU heeft daar sinds het akkoord inging drie miljard euro aan uitgegeven. Bijna de helft daarvan is naar de Kizilaykaart gegaan, het grootste Europese hulpproject ooit. De rest ging naar onderwijs (28 procent), gezondheidszorg (15 procent), en integratie (7 procent).


Het is een enorme operatie, waar diverse Europese departementen, VN-organisaties als de UNHCR, Turkse overheidsinstanties, en tientallen internationale hulporganisaties (Unicef, Care, Rode Kruis) bij betrokken zijn. Om dit allemaal in goede banen te leiden kwam er een speciale organisatie: de Faciliteit voor Vluchtelingen in Turkije (FRIT). De FRIT stelt de prioriteiten vast en verdeelt het geld. Maar is dat wel goed besteed?

De coördinatie van de FRIT was in het begin van de operatie niet altijd even effectief, concludeerde Bettina Jakobsen van de Rekenkamer in een rapport dat vorig jaar zomer werd gepubliceerd. Slechts de helft van de projecten heeft zijn gestelde doelen bereikt. Dit heeft vooral te maken met de moeilijke omgeving waarin hulporganisaties moeten werken. „De grote hoeveelheid regels in Turkije belemmerde de uitvoering van projecten. Veel ngo’s zijn per decreet gesloten. Of hun activiteiten werden aanzienlijk beperkt door strengere toepassing van regels. Sommigen hadden problemen met het vernieuwen van hun registratie, het openen van bankrekeningen en het verkrijgen van werkvergunningen.”

In juni concludeerde de Nederlandse Algmene Rekenkamer: Europese afspraken over asielzoekers slecht nageleefd

Ondertussen noemt Yannick Du Pont van de Nederlandse ngo Spark de verantwoording aan Europa „extreem.” De hulporganisaties moeten al hun uitgaven rechtvaardigen aan de FRIT. ,,We moeten voor elke activiteit een enorme stapel documenten overleggen. We moeten zelfs video- of audio-opnames sturen om te bewijzen dat een conferentie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Daarnaast worden we elk jaar doorgelicht door een accountantskantoor.”

Honderd scholen

Er zijn na drie jaar geen aanwijzingen dat grote sommen geld verkeerd zijn besteed. De Europese Commissie wil de deal dan ook voortzetten en heeft in maart een tweede tranche van 3 miljard euro goedgekeurd. Het parlement moet nog wel haar fiat geven. „We gaan komende jaren meer nadruk leggen op sociaal economische ontwikkeling”, zegt Berger. ,,Het eerste grote contract, 400 miljoen euro voor de bouw van honderd scholen, is al getekend.”

De Turkse regering is tot nu toe echter terughoudend geweest met het maken van plannen voor de integratie van Syriërs. In het openbaar houden Erdogan en zijn ministers vol dat zij terug zullen keren naar Syrië, want de onvrede groeit over de aanwezigheid van miljoenen vluchtelingen. Zeker nu de economie in een recessie zit. „De Turkse regering staat op een kruispunt”, zegt Berger. „Gaat ze de Syriërs integreren in de Turkse samenleving of gaat ze hen terugsturen?”

Van de 4 miljoen Syriërs in Turkije hebben er 3,6 miljoen een tijdelijke beschermingsstatus. Dit houdt in dat ze toegang hebben tot onderwijs en gezondheidszorg, maar niet tot de arbeidsmarkt. Slechts 32.000 Syriërs hebben tot nu toe een werkvergunning gekregen – een politiek explosieve kwestie. Hierdoor zijn de meeste Syriërs aangewezen op de informele sector. Dit leidt tot het ontstaan van een grote Syrische onderklasse.

Ankara heeft wel een eind gemaakt aan de wildgroei van onderwijsprojecten van hulporganisaties, om te zorgen dat Syrische kinderen - bijna de helft van de Syrische vluchtelingen in Turkije is onder de achttien – integreren in het openbare schoolsysteem en Turks leren. Maar nog altijd gaat ongeveer 40 procent van de Syrische kinderen niet naar school.

Studiebeurzen

Desondanks vindt Du Pont het vluchtelingenbeleid in Turkije veel beter dan in de rest van de regio. „Studiebeurzen zijn hier veel makkelijker te regelen. In andere landen vragen universiteiten veel meer geld. In Turkije hoefden we tot vorig jaar niet eens collegegeld te betalen. En Libanon, Irak en Jordanië geven geen werkvergunningen aan vluchtelingen. Turkije hanteert een quotasysteem voor bedrijven en organisaties: een Syrische werknemer op tien Turken.”

Spark helpt zo’n 10.000 Syriërs in de hele regio aan een studiebeurs, van wie eenderde in Turkije. De beurzen gelden alleen voor studies die kans geven op een baan: informatica, economie en landbouw. Studenten krijgen collegegeld en 200 dollar onkostenvergoeding per maand. „We controleren of studenten naar de lessen gaan en of ze genoeg studiepunten halen ”, zegt Du Pont. „Anders stopt de financiering. De uitval is behoorlijk. Veel studenten hebben bijbaantjes om hun gezin te onderhouden.”

Topambtenaar Maarten Verwey vindt de Turkijedeal geslaagd, maar: “Het is weerbarstig om mensen terug te sturen”

Sharif al-Hadji (24), een Syrische student in de Zuid-Turkse stad Gaziantep, gaat zijn studie wel halen. Hij volgt sinds 2015 een opleiding tot docent met behulp van een studiebeurs van Spark. „Door de oorlog is de kwaliteit van het onderwijs in Syrië enorm achteruit gegaan”, zegt hij aan de telefoon. „Ik wil docent worden, zodat ik kan bijdragen aan de wederopbouw van het onderwijs. Het gaat erg goed, ik verwacht over enkele maanden te zijn afgestudeerd.”

Al-Hadji verwacht voorlopig niet terug te keren naar Aleppo, waar zijn familie vandaan komt. „Mijn vader en moeder zijn vier maanden geleden wel teruggegaan. Hij kon geen werk vinden als advocaat in Turkije. Hij had wel het Turkse staatsburgerschap gekregen, als een van de weinige Syriërs. Dat kon hij voor zijn terugkeer overdragen aan een ander familielid. Dus ik ben een van de gelukkigen: ik kan hier straks als docent aan de slag.”

Een Syrische man zit op de stoep voor de etalage van de Zuid-Turkse stad Gaziantep.
Foto Ozan Kose/AFP
Een Syrische vrouw loopt langs een winkel in de Zuid-Turkse stad Gaziantep
Foto Ozan Kose/AFP