Raad van State: sms’jes en appjes vallen onder de Wob

Ministeries weigerden sms’jes en appjes vrij te geven. Een belangenorganisatie stapte daarop naar de rechter.

Foto Remko de Waal/ANP

Sms’jes en appjes van bijvoorbeeld ministers en staatssecretarissen vallen onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Tot die conclusie is de Raad van State gekomen in een zaak die was aangespannen door de vereniging Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN). De uitspraak heeft belangrijke gevolgen voor toepassing van de wet.

BTN deed twee jaar geleden bij de toenmalig minister van Volksgezondheid, Edith Schippers (VVD), een verzoek om informatie over het faillissement van TSN Thuiszorg. Onder meer sms- en WhatsApp-berichten werden geweigerd omdat de minister vindt dat het alternatieven zijn voor telefoongesprekken, en die vallen niet onder de Wob.

De rechtbank in Utrecht oordeelde in november 2017 echter dat dit soort berichten vallen onder wat in de Wob wordt aangemerkt als ‘document’. De wet omschrijft die als “een schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat”. De techniek waarmee berichten worden opgeslagen mag niet bepalen of iets een document is of niet, aldus de rechter.

Apparaat

De Raad van State volgt dat oordeel. Zowel werkgerelateerde communicatie op werk- als op privételefoons moet worden vrijgegeven. “Het maakt daarbij niet uit op welk apparaat (zakelijk of privé) deze berichten staan omdat anders de wet kan worden ontlopen door de keuze van het apparaat waarop deze staan.”

Het betekent echter niet dat een minister zomaar de privételefoon van een ambtenaar mag vorderen om de berichten in te zien. Bestuursorganen, zoals ministeries, gemeenten en provincies, zouden daarom een regeling kunnen opstellen dat ambtenaren hun werkcommunicatie alleen op op hun werktelefoon opslaan.

Weigergronden

Ook geldt nog altijd dat de inhoud van de berichten gewogen moet worden en dat die op basis van de Wob alsnog geweigerd mogen worden. Volgens de Raad van State betekent dat dergelijke berichten veelal alsnog niet openbaar gemaakt zullen worden, want er zijn weigergronden die zich daartegen verzetten, zoals het bevatten van persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren. Die zijn beschermd als het gaat om interne overleggen.

“Moet de minister nu bang zijn dat geen vertrouwelijke berichten meer per sms of WhatsApp kunnen worden verstuurd? Het antwoord daarop is nee. [...] De aard van een sms of WhatsApp-bericht brengt verder mee dat er al snel sprake zal zijn van persoonlijke beleidsopvattingen in het interne debat.”

Discussie

Het al dan niet onder de Wob vallen van sms’jes en appjes leidde de afgelopen jaren geregeld tot discussie. Opinieblad HP/De Tijd vroeg berichten op van Unilever-topman Paul Polman aan premier Mark Rutte maar kreeg die niet. Polman had zelf in een interview bevestigd dat de berichten bestonden. NRC heeft een soortgelijke vraag om informatie gedaan bij het ministerie van Algemene Zaken en is nu in een rechtszaak verwikkeld om die informatie alsnog te verkrijgen.