Opinie

Normaal

Marcel van Roosmalen

De buurvrouw van mijn moeder viel een paar maanden geleden van de trap. Dat was al vaker gebeurd, maar na de laatste keer was de maat vol geweest en nu stonden ze met twee man sterk een bord in de grond te stansen. Mijn moeder keek vanachter de vitrage toe.

„Te koop”, zei ze.

Aan de manier waarop ze het woord uitsprak kon je horen hoe verschrikkelijk ze het vond.

„Wij waren op elkaar ingesteld”, zei ze. „Ze kwam me weleens een visje brengen. Haring, maar ook makreel. Dan zeiden we niet zo veel, maar dat hoefde ook niet. Ik heb haar ook gevonden.”

Weer dat verhaal over buurvrouw in die plas bloed en dat ze later zag dat het ook aan haar schoenen zat.

„Nou, toen zeiden we allemaal: nu het gaat niet meer. Ze moet begeleid wonen.”

Daarna: „Vroeger was wel gezellig, hoor.”

Vroeger toen ik nog thuis woonde, mijn vader nog leefde en we nog twee buurvrouwen hadden.

Het lukte ze niet, het ‘te-koop-bord’ viel telkens om.

Een van de mannen sloeg met een baksteen op de paal.

De vroegere postbode die na zijn pensionering de tuinen van buurvrouw en mijn moeder onderhoudt was er ook opeens en keek vanaf een afstandje hoofdschuddend toe.

„Bart vindt het ook niets”, concludeerde mijn moeder. „Ze kunnen nog geen paal in de grond slaan. Niks kunnen ze.”

Ze begon over Bart.

Hij had van de tuin van buurvrouw een fort gemaakt. De haag rondom de tuin was twee meter hoog, hij had er met een elektrische schaar heel precies vierkanten uitgezaagd.

De mannen gaven het op, ze legden het bord in de tuin en reden weg. Mijn moeder op pantoffels naar buiten.

Gesprek tussen haar en haar tuinman.

Hij: „Ze kregen ’m d’r niet in.”

Zij: „Nee, het lukte niet.”

Hij: „Er zit daar beton in de grond, en verderop gaat het niet want die heg is veel te hoog. Misschien dat ze een langere paal gaan halen.”

Zij: „Nee toch?”

Toen ze weer binnen was ging ze theezetten. Zo nu en dan keek ze naar buiten om te controleren of het ‘te-koop-bord’ nog steeds op de grond lag.

Ik vroeg of ze opzag tegen nieuwe buren.

Mijn moeder: „Ik hoop op normale mensen. Wat denk jij, zit dat er nog in?”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.