Een gemaskerde demonstrant staat met stenen in zijn handen tegenover de ME in Tirana, Albanië. Tijdens wekelijkse protesten, die ook deze zaterdag gewelddadig uit de hand liepen, wordt het vertrek van premier Edi Rama geëist.

Foto Gent Shkullaku/AFP

Eclectische protesten op de Balkan maken nog geen lente

In de oostelijke lidstaten van de EU en in landen op de Balkan wordt de afgelopen maanden veelvuldig gedemonstreerd.

Servië

De protesten in Servië houden al maanden aan. Sinds begin december gaan in Belgrado en kleinere steden elke zaterdagavond duizenden mensen de straat op tegen president Aleksandar Vucic. Ook in Albanië en Montenegro wordt al weken gedemonstreerd uit onvrede met de heersende politici, terwijl in Roemenië, Kroatië en Hongarije onregelmatig protesten uitbreken tegen aantasting van de rechtsstaat en persvrijheid. Ook dit weekend staan in ieder geval in Servië, Montenegro en Albanië weer protesten gepland. Wat speelt er op en rond de Balkan?

Vorige week bezetten demonstranten in Belgrado het gebouw van de publieke omroep, die ze ervan beschuldigen een propagandamachine voor president Vucic te zijn. Meer pluriforme media en het een einde aan geweld tegen journalisten en oppositiepolitici zijn hun voornaamste eisen. Het ultieme doel is het aftreden van Vucic. Arrestaties en nieuwe protesten volgden. Vucic beschuldigde zijn tegenstanders van “fascisme”, geholpen door de hoofdrol die een extreem-rechtse politicus plotseling opeiste. De demonstraties dit weekend liggen daarom extra onder het vergrootglas. Lukt het de demonstranten om zich als willekeurige ontevreden burgers te blijven profileren, of worden de protesten gekaapt door de, versplinterde, politieke oppositie?

De demonstranten die sinds december elke zaterdagavond de straat op gaan in Servië, noemen zich ‘Eén van vijf miljoen’. Die slogan is een verwijzing naar een opmerking van president Aleksandar Vucic. Hij zei dat hij geen van de eisen van de demonstranten zou inwilligen, “zelfs niet als er vijf miljoen zijn”.Foto Darko Vojinovic/AP

Bij de wekelijkse protesten in Servië wordt mediavrijheid, een einde aan het geweld tegen politieke tegenstanders en een oplossing voor de status van de afgesplitste provincie Kosovo geëist. Het ultieme doel is het aftreden van president Vucic. Foto Srdjan Suki/EPA

Albanië en Montenegro

Toen deze maand ook in Albanië en Montenegro demonstraties ontstonden tegen de zittende regeringen, opperden activisten op sociale media dat er een #BalkanSpring in de lucht hing. De demonstranten delen onvrede over corruptie, afkalvende mediavrijheid en een algemeen gebrek aan vooruitgang in de Balkanlanden. Waar jongeren eerder rekenden op spoedige toetreding tot de EU of een baan in het buitenland om hun eigen omstandigheden te verbeteren, eisen ze nu verbetering van hun eigen leiders. Of ze willen nieuwe leiders, in plaats van de mannen die al decennia de dienst uitmaken.

Tijdens wekelijkse protesten in Albanië, die ook vorige week zaterdag gewelddadig uit de hand liepen, wordt het vertrek van premier Edi Rama geëist. Hektor Pustina/AP

In Podgorica, Montenegro, gingen begin deze maand duizenden mensen de straat op tegen de van corruptie beschuldigde president Milo Djukanovic. Foto Boris Pejovic/EPA

Maar er zijn ook veel onderlinge verschillen. In Montenegro en Albanië worden de protesten geleid door leden van de oppositie die democratische verkiezingen hebben verloren en door velen ook niet als geloofwaardig worden gezien. In Albanië lopen de demonstraties bovendien gewelddadig uit de hand. In Servië maakt het gebrek aan een stevige oppositiepartij en de veelheid aan eisen van de demonstranten de kans op succes klein. En Vucic zit stevig op zijn post, gesteund door peilingen en de internationale gemeenschap. De Europese Commissie schat de kans op een ‘Balkan Lente’ klein in.

Oost-Europese EU-landen

Ook in de oostelijke lidstaten van de EU is de afgelopen weken veelvuldig gedemonstreerd. In Roemenië tegen noodwetten waarmee de regering de rechtsstaat verzwakt. In Kroatië voor meer persvrijheid. En in Hongarije tegen premier Viktor Orbán.

Nadat premier Viktor Orbán zijn jaarlijkse State of the Union toespraak had gegeven in februari werd er in Boedapest door enkele honderden mensen gedemonstreerd. Foto Zoltan Balogh/EPA