Vragenuurtje mondt uit in verkiezingsdebat

De Tweede Kamer praatte over de schietpartij, maar maakte er een verkiezingsdebat van. Grote politieke vragen bleven onbeantwoord.

De Tweede Kamer herdenkt de slachtoffers van de schietpartij in Utrecht en van de aanslagen in Christchurch, Nieuw-Zeeland.
De Tweede Kamer herdenkt de slachtoffers van de schietpartij in Utrecht en van de aanslagen in Christchurch, Nieuw-Zeeland. Foto Bart Maat/ANP

Het moest een beschaafde gedachtenwisseling worden, hadden de meeste Tweede Kamerfracties besloten. De fractievoorzitters spraken dinsdag tijdens het wekelijkse Vragenuur met minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) over de aanslag van maandag in Utrecht, waarbij drie doden vielen en zeven gewonden vielen. Het lukte deels. Vrijwel alle partijen spraken ingetogen, apolitiek, met respect voor de slachtoffers en waardering voor de hulpdiensten.

Alleen PVV-leider Geert Wilders en Thierry Baudet (Forum voor Democratie) waren fel. Wilders wees naar Grapperhaus en riep dat die verantwoordelijk was en moest „wegwezen”. Baudet wilde dat de minister zich uitsprak over de relatie tussen immigratiebeleid en de aanslag.

Voor zo’n strijd vonden de andere fractievoorzitters het nu, iets meer dan vierentwintig uur nadat Gökmen T. de Utrechtse tram 61 instapte, zijn pistool laadde en drie onschuldigen doodschoot, geen goed moment. Eerder op de ochtend hadden ze besloten de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen te hervatten „op aangepaste toon”.

Wél richtten ze zich op Baudet. Hij besloot maandag als enige wel door te gaan met zijn campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen. ‘s Avonds sprak hij met Kamerlid Theo Hiddema in het Scheveningse Kurhaus. Die laatste leek, meer dan de aanslag zelf, vooral het effect op de eigen campagne te betreuren. „Er was een sfeer van jewelste, dan raak je in een flow. En dan zal verdorie door een gebeurtenis waar we niks mee te maken hebben [...] alles door je vingers glippen”, zei hij.

Onder meer Jesse Klaver (GroenLinks), Lilian Marijnissen (SP), Rob Jetten (D66) en Lodewijk Asscher (PvdA) hekelden Baudets opstelling. Die had maandag CDA en VVD een „volstrekt onverantwoord immigratiebeleid” verweten dat nu tot de aanslag zou hebben geleid. „Democratisch onfatsoenlijk”, vond Klaver dat voor aanvang van het Vragenuur.

Afzetten tegen Baudet

Daarmee werd het Vragenuur, dat bedoeld is om als parlement een bewindspersoon te ondervragen en níet voor politieke strijd, ook een beetje een verkiezingsdebat. Een dag voor de Statenverkiezingen wilden partijen eenheid tonen, begrip, bescheidenheid, tegenstellingen en angsten in het land niet aanwakkeren.

En ja, zich afzetten tegen Baudet, die woensdag een grote verkiezingsoverwinning lijkt te gaan boeken. Meer ook dan tegen Wilders, die feller was maar in de huidige verhoudingen een minder interessante tegenstander.

Toch zal de Kamer, als de verkiezingen geweest zijn en de verwarring voorbij, antwoord willen vele (politieke relevante) vragen. Verantwoording ook, van vooral Grapperhaus. Op basis waarvan werd bijvoorbeeld al kort na de schietpartij gesproken over een „mogelijk terroristisch motief”, nog voordat de verdachte in beeld was, zijn auto met daarin een ‘verdacht briefje’ gevonden en duidelijk werd dat de slachtoffers geen bekenden waren van de verdachte?

En áls de aanslag een terroristisch motief had, was Gökmen T. dan al in het vizier van de veiligheidsdiensten? Wat was zijn relatie met de twee andere opgepakte Utrechters? Hoe kwam Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) Pieter-Jaap Aalbersberg, die onder politieke verantwoordelijkheid valt van Grapperhaus, erbij tijdens zijn persconferentie maandagmiddag te suggereren dat er mogelijk meerdere schietpartijen waren, terwijl dat helemaal niet zo was? Zorgde de communicatie vanuit het kabinet niet voor verwarring en misschien zelfs angsten, wilde een deel van de Kamer dinsdag al weten.

Waar Grapperhaus niet staatsrechtelijk en politiek verantwoordelijk voor is, maar wel op zal worden aangesproken, is de vrijlating van T. uit voorarrest begin deze maand. Hij had eerder geweigerd mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek na betrokkenheid bij een schietpartij. Toen hij begin deze maand alsnog medewerking toezegde, schortte de rechtbank Arnhem-Leeuwarden zijn voorarrest op.

Politiek relevanter is de aandacht die hulpinstanties hadden voor T., een stelselmatige dader die veroordeeld is voor winkeldiefstal, inbraak, verboden wapenbezit en een poging tot diefstal. Hadden ze in actie moeten komen? Werd hij in de gaten gehouden?

Het zijn vragen waar na de verkiezingen, als meer duidelijk zal zijn over het motief van de aanslag en de dader, over gedebatteerd zal worden in de Tweede Kamer. CDA-leider Sybrand Buma: „Ik realiseer me dat veel van de vragen nog niet te beantwoorden zijn. Dat neemt niet weg dat die antwoorden er ooit moeten komen.”

Onduidelijk motief zorgt voor verbale acrobatiek NCTV