Uber-chauffeurs eisen ‘menselijker beleid’

Staking Zo’n 150 Uber-chauffeurs voerden actie voor het kantoor in Amsterdam. „We verdienen te weinig voor de werkdruk die we hebben.”

Steeds meer Uber-taxi’s vullen maandagmiddag het NDSM-plein in Amsterdam. Straks, rond half drie, zullen ze in een lange optocht naar het hoofdkantoor van Uber rijden. Op de dag waarop half Nederland platligt door pensioenstakingen, komen de chauffeurs in verzet tegen hun eigen ‘baas’. Ze vinden de tarieven voor hun ritten te laag en het percentage dat zij hiervan moeten afdragen aan Uber te hoog. Ook willen ze dat Uber niet meer chauffeurs aanneemt; er rijden er al veel te veel rond, vinden zij.

Mohamed Ouali (27) is als een van de eerste chauffeurs aanwezig. Hij staakt vandaag, „omdat we te weinig verdienen voor de werkdruk die we hebben”. De ritprijs bij Uber is ook volgens hem veel te laag. „We verdienen bruto 1,20 euro per kilometer, en moeten daarover 25 procent commissie afdragen. Dat klopt gewoon niet.” De tarieven zijn volgens Ouali zó laag, dat het bijna onmogelijk is ervan rond te komen. Hij heeft daarom extra werk gezocht: hij rijdt ook voor taxibedrijf TCA en werkt in de marketing.

Een andere veelgehoorde klacht van de chauffeurs betreft het ratingsysteem. Wanneer hun gemiddelde beoordeling lager is dan 4,6 op een schaal van 5, wordt zijn of haar overeenkomst met Uber verbroken. „De klant is koning en naar ons wordt helemaal niet geluisterd”, zegt Riaz Alidjan (32). „Als de klant iets zegt, wordt dat voor waar aangenomen. Wij mogen er vervolgens achteraan om aan te tonen dat het niet zo zit.”

Als het NDSM-plein redelijk gevuld is, wordt de menigte bij elkaar geroepen. Mike (34), die net als mede-initatiefnemer Anas (22) vanwege de mogelijke gevolgen voor zijn werk niet met zijn achternaam in de krant wil, benoemt nog eens waarom ze vandaag bijeen zijn. „We moeten worden behandeld als zzp’ers. We zijn geen werknemers.” De chauffeurs – allen man – klappen en joelen.

‘Niet met de toeter spelen’

Het is tijd om te vertrekken. Riaz Alidjan stapt in zijn witte Toyota. Anas neemt plaats op de bijrijderstoel. „Grote opkomst hè”, zegt Anas enthousiast. „Ja man”, reageert Alidjan. De mannen schatten dat er ongeveer honderdvijftig chauffeurs op de demonstratie zijn afgekomen. In de auto houdt Anas via een oortje contact met de andere initiatiefnemers. „Heren, zorg ervoor dat niemand met zijn toeter gaat spelen, over”, communiceert hij. Het heeft weinig effect. Luid claxonerend rijden de taxi’s de IJ-tunnel door, richting het hoofdkantoor enkele kilometers verderop. Onderweg wijst Anas naar een taxi op de andere rijstrook. „Kijk, die is wel gaan werken, boef.” Alidjan denkt dat sommige chauffeurs wel rijden omdat er vanwege de actie voor hen meer te doen is. „Of ze weten niet van de staking, dat kan ook.”

Bij het hoofdkantoor zoeken de chauffeurs, voor zover dat gaat, een parkeerplek. Directeur Thijs Emondts komt naar buiten om een open brief van hen in ontvangst te nemen. Alidjan pakt een microfoon. „Geachte heer Emondts, beste Thijs, zoals je wellicht niet ontgaan is zijn wij Uberchauffeurs ontevreden. Ontevreden omdat het Uber-platform in de huidige opzet zeer oneerlijk is.” Ze willen een „menselijker beleid”: de chaufeurs voelen zich „onder druk gezet” en moeten „onredelijk veel uren maken” om een omzet te draaien die de kosten net of nauwelijks dekt. „Het levert levensgevaarlijke situaties op.” Als Emondts naar voren stapt, klinkt boegeroep. Vlak over het hoofd van de directeur vliegt een ei. „Ik ga graag in op de uitnodiging tot gesprek”, zegt Emondts schuchter. „Dan kunnen we de brief punt voor punt doorlopen.” Alidjan is tevreden. „En als er niets verandert, volgen meer acties.”